Energiek Eckelrade 28, De aanleiding: HET PLAN

Energiek Eckelrade is een ad hoc platform van mensen in en om Eckelrade die zich samenpakken als het dorp en de omringende natuur geweld wordt aangedaan.

In 2019 hebben we ons met succes ingezet tegen het neerleggen van een groot aantal zonnepanelen op een plek die de natuur en de inwoners in het gedrang bracht.
In 2024 zien we ons genoodzaakt om stelling te nemen tegen:

Ontwerp Bestemmingsplan Keerestraat 7 Eckelrade

Burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten maken, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat met ingang van donderdag 28 december 2023 tot en met woensdag 7 februari 2024 het ontwerpbestemmingsplan Keerestraat 7 Eckelrade (planidentificatienummer NL.IMRO.1903.BPBUI6251NJ7-ON01) voor een ieder ter inzage ligt in het gemeentehuis, Amerikaplein 1 te Margraten.

Het ontwerpbestemmingsplan Keerestraat 7 Eckelrade voorziet in het wegbestemmen van een veehouderij (betreffende een ‘piekbelaster’ voor wat betreft de problematiek rondom de stikstofuitstoot) en het realiseren van de camping van maximaal 80 kampeerplaatsen en 20 bijzondere verhuureenheden, en met akkerbouw als neventak.

Voor inzage in het ontwerpbestemmingsplan kunt u contact opnemen met het KlantContactCentrum, telefoonnummer 14 043 of 043 458 8488. Het bestemmingsplan is tevens te raadplegen via de website Externe link:www.eijsden-margraten.nl en via Externe link:http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/?planidn=NL.IMRO.1903.BPBUI6251NJ7-ON01

Gedurende de termijn van terinzagelegging kan een ieder schriftelijk (voorkeur) of mondeling een zienswijze op dit ontwerpbestemmingsplan kenbaar maken bij de gemeenteraad van Eijsden-Margraten, Postbus 10, 6269 ZG Margraten. Indien u een mondelinge zienswijze naar voren wilt brengen, kunt u contact opnemen met de gemeente, via het algemene telefoonnummer 14 043 of 043-458 8488.

Eijsden-Margraten, 27 december 2023

Burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten,

De secretaris, Mari-An Gerits

De vele zienswijzen van tal van inwoners van onze gemeenten alsook die van natuurorganisaties werkaam in het Heuvelland
en andere ter zake doende documenten hebben wij in een groot aantal berichten op deze site zichtbaar gemaakt.
In het menu zoals u dat aanvankelijk voor u zag kunt u scrollen naar oudere berichten.
Houdt de lijst op voordat u het 1ste bericht zag, dan moet u naar “oudere berichtien” of rechts even zoeken naar de betreffende maand.
Het eerste bericht is van januari 2024.
ons mailadres: energiekeckelrade@gmail.com

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade 27, Zienswijze van Vera en Guus

Wie zijn wij

Mergellandei is een streekproducent van eieren gevestigd aan de Keerestraat 3 te Eckelrade. Wij produceren op duurzame wijze verse tafeleieren. Ons gezinsbedrijf doet aan kringlooplandbouw, het gemengde bedrijf bestaat uit legkippen met vrije uitloop en akkerbouw. De kringloop bestaat uit o.a. graan en mest. Sinds ons bestaan hebben we gedurende 20 jaar geïnvesteerd in de kwaliteit van ons product en afzet in de buurt. Een aanzienlijk deel van onze eieren gaat via eigen afzet middels de boer-der-ei-automaat, ambachtelijke speciaalwinkels en horeca naar consumenten in de streek. We zoeken als producent de verbinding met de streek op, lokaal voor lokaal. We zaaien o.a. bloemstroken op eigen initiatief. Afgelopen jaar zijn we benoemd tot Cittaslow-ambassadeur.

Relatie tot de aanvraag

Wij willen voorop stellen dat aanvrager ons op geen enkele wijze heeft geïnformeerd of betrokken heeft bij vooroverleg inzake het gepubliceerde plan. Als naaste buren hebben ook wij het uit weekblad de Etalage moeten vernemen.

Aanvrager geeft aan een multifunctioneel landbouwbedrijf te willen gaan exploiteren. Echter de bestemming zou volledig verblijfsrecreatie moeten worden. Van een landbouwbedrijf is dan geen sprake meer. Het voorgestelde plangebied ligt op een afstand van circa 70 m tot de perceelsgrens van ons bedrijf. Onze kippen lopen in het weiland tot aan deze perceelsgrens. De voorgestelde bestemmingsplanwijziging heeft op diverse vlakken veel invloed op onze bedrijfsvoering.

Veilige afstand tot plangebied

De VNG schrijft een veilige afstand voor van 200 m tot de verblijfsruimte van de dieren. De GGD geeft zelfs een adviesafstand van 250 m. De werkelijke afstand bedraagt circa 70 m. Door aanvrager is wel een berekening gemaakt dat het plan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat oplevert, maar hierbij is uitgegaan van foutieve uitgangspunten. Er is geen rekening gehouden met het feit dat het vrije-uitloopkippen betreft en er is geen rekening mee gehouden dat ook in het meest oostelijk gelegen gebouw (na aanpassing) kippen gehouden gaan worden wanneer overgeschakeld wordt naar een biologische bedrijfsvoering van het pluimveebedrijf.

Invloed te wijzigen bestemming op bedrijfsvoering

Het melkveebedrijf aan Keerestraat 7 is gesticht in 1987. Het was een verplaatsing van een bedrijf uit de kern van Eckelrade om een knellend probleem op te lossen. De huidige eigenaar/ aanvrager van het voorliggende plan, is circa 15 jaar geleden middels een provinciale verplaatsingsregeling (met o.a. bouwkavels) verplaatst van Blankenberg te Cadier en Keer naar Keerestraat 7 vanwege een knellend gebrek aan uitbreidingsmogelijkheden ivm de aanwezigheid van het klooster. De agrarische bestemming van Keerestraat 7 levert niemand ruimtelijk overlast en aanvrager heeft het bedrijf in 10 jaar fors kunnen uitbreiden (drievoud). Tot onze verbazing wil het College nu positief meedenken om de agrarische bestemming van Keerestraat 7 om te vormen naar verblijfsrecreatie naast nota bene een pluimveebedrijf op Keerestraat 3. Dit is de omgedraaide wereld, een nieuwe knellende situatie wordt gecreëerd. Wanneer sprake zou zijn van oprichting van een pluimveebedrijf naast een camping zou dit nooit en te nimmer kunnen!

Het gebied met de bestemming verblijfsrecreatie wordt circa 65.000 m2 groot, terwijl het huidige agrarische bouwvlak circa 27.000 m2 bedraagt. De overige 38.000 m2 heeft momenteel een bestemming agrarisch met waarden waarin verblijfsrecreatie verboden gebruik is! Wanneer het plan gerealiseerd zou worden zoals voorgesteld ligt het binnen een afstand waarvan zowel VNG als GGD zeggen dat er geen goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. De bestemming verblijfsrecreatie en een agrarische veehouderij hebben geen gemeenschappelijke deler. Dat wil zeggen dat de belangen van beide bedrijven conflicterend zijn. Op termijn kan dit alleen maar leiden tot wrijving tussen de bedrijfsvoering van Keerestraat 3 en Keerestraat 7. Daarop staat niemand te wachten. Een motto van onze burgemeester is “voorkomen is beter dan genezen”, dit lijkt ons in deze alleszins van toepassing. De oplossing kan zijn om de afstand tussen beide plangebieden te vergroten tot 250 m, zoals door de GGD wordt geadviseerd, door het plan in noordelijke richting te verschuiven. Nog beter is het voorgesteld planverzoek terug te brengen tot een camping zonder vakantiewoningen waarbij de hoofdbestemming agrarisch bedrijf kan worden gehandhaafd, omdat er sprake blijft van een akkerbouwbedrijf. Een blijvende agrarische bestemming met een afgeslankte recreatieve tak (alleen een seizoenscamping en geen vakantiewoningen) levert veel minder hinder op voor het pluimveebedrijf. Voor het aangevraagde plan kan immers geen goed woon- en leefklimaat gegarandeerd worden. Het plangebied ligt in de windrichting van het pluimveebedrijf.

Overigens is ook niet uit te sluiten dat bij honorering van het huidige plan, de planontwikkeling van Keerestraat 7 in de toekomst verder evolueert naar meer vakantiewoningen, zoals ook gebeurt op andere kampeerterreinen in Zuid-Limburg. De 20 vakantiewoningen zijn nu ingetekend aan de randen van het plangebied. Dit bevestigd eens te meer het belang van ruim voldoende afstand.

Verder is de vraag waarom het plangebied zo groot moet zijn voor 100 kampeerplaatsen. De oppervlakte per kampeerplek bedraagt circa 600 m2! Het lijkt wel een villapark. Voor het receptiegebouw wordt uitgegaan van een oppervlakte van 650 m2, hier lijkt een nul teveel te staan! De oppervlakte van het huidige agrarische bouwblok zou toch ook voldoende moeten zijn. De oppervlakte per kampeerplek bedraagt dan nog circa 200 m2. De landschappelijke inpassing aan de randen met hoogstamfruitbomen en heggen kan prima in het agrarisch gebied met waarden (de huidige bestemming). Kortom het plan is in relatie tot het aantal plaatsen veel te grootschalig ingetekend. Het plan strookt op geen enkele manier met het Cittaslow-gedachtegoed van de gemeente Eijsden-Margraten.

Relatie aanvraag LBV-plus tot wijzigingsverzoek

Aanvragers hebben zich aangemeld voor de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV-plus). Voorwaarde voor deze regeling is dat alle gebouwen t.b.v. de melkveehouderij worden gesloopt en de milieuvergunning wordt ingetrokken. Of het voorgestelde plan wel of geen doorgang vindt is verder niet van invloed op deelname aan deze regeling. Het enkele feit dat de gemeente de aanvraag in behandeling heeft genomen is hiervoor afdoende. Letterlijk vermeld de toelichting op de regeling “Daarom wordt alleen de voorwaarde gesteld dat de gemeente een verzoek van de veehouder om het bestemmingsplan te wijzigen in behandeling heeft genomen. Het gaat hierbij om een zodanige aanpassing van het bestemmingsplan dat op de productielocatie niet langer een veehouderij kan worden gehouden”.

Aanvrager doet voorkomen dat na sanering van het melkveebedrijf een nieuw verdienmodel in de vorm van verblijfsrecreatie noodzakelijk is. Echter de uitkering van de LBV-plus regeling is dusdanig substantieel dat aanvragers geen vakantiepark als verdienmodel meer nodig hebben naast de akkerbouw. Een andere vraag die bij veel mensen leeft is of aanvrager überhaupt het plan zelf gaat exploiteren of het plan meteen doorverkoopt.

Verkeersveiligheid

De Keerestraat van Eckelrade naar Cadier en Keer is een smalle weg, deels tussen graften, onoverzichtelijke bochten en een gevaarlijke helling met o.a. een haakse bocht, met een hellingspercentage van 15%. Op een aantal plekken kunnen twee personenauto’s elkaar niet passeren. Ook vrachtverkeer, landbouwverkeer en zeer veel (motor)fietsen maken veelvuldig gebruik van de weg. We verliezen nu al klanten bij onze eierautomaat omdat ze de weg te gevaarlijk vinden. Wanneer daar per week, zoals door aanvrager berekend, 575 autobewegingen bijkomen ontstaat er een verkeerschaos met aanrijdingen en ongelukken tot gevolg. Deze berekening van het aantal nieuwe bewegingen lijkt erg laag. Deze weg kan dit echt niet aan, ook niet met de voorgestelde éénrichting voor kampeerverkeer. De Klompenstraat en Linderweg in Eckelrade lopen nu al regelmatig vast. Overigens roept het verkeersonderzoek veel vragen op. Het berekeningsmodel overschat het aantal verkeersbewegingen van het huidige bedrijf met factor 17! Het aantal bewegingen op de Keerestraat in de huidige intensiteit lijkt met 1127 bewegingen per etmaal ook erg hoog ingeschat. Als dit met dezelfde factor wordt overschat is het effect van de berekende uitbreiding natuurlijk ook vele malen groter. Zeker als het aantal nieuwe bewegingen veel te laag is berekend. Dit lijkt meer in de lijn der verwachting te liggen. Een verzoek voor verbreding van de weg met 0,5 m bij de laatste renovatie in 2016 is overigens door de gemeente afgewezen vanwege natuurbelangen van sommige bermen.

Overig/diverse

De landschappelijke inpassing met hoogstambomen-niet-fruit zoals opgenomen in het plan is niet streekeigen.

De aanwezigheid van permanent open water geeft een verhoogd risico op de aanwezigheid van wilde eenden en ganzen en daarmee een verhoogd risico op een besmetting met vogelgriep van het pluimveebedrijf.

De vraag blijft of aanvrager het plan wel zelf gaat exploiteren. Veel mensen met wie je praat, vragen dit zich openlijk af. Wordt dit door de gemeente afgedekt middels een kwalitatieve verplichting dat bijvoorbeeld 10 jaar zelf wordt geëxploiteerd? Is er ook sprake van een boetebeding als dit niet gebeurt, net zoals bij de uitgifte van bouwkavels door de gemeente?

In het rapport aangaande het marktonderzoek voor campings (pag. 30) wordt dringend aanbevolen dat er afspraken gemaakt worden tussen aanvrager en de gemeente dat het uitponden van gronden wordt uitgesloten en de camping niet het hele jaar open is, maar bijvoorbeeld tussen 15 maart en 1 november. Hoe worden deze afspraken gewaarborgd?

N.a.v het plan

4.2.3. van de regels; het beeldkwaliteitsplan in bijlage 2 ontbreekt volledig, dit betreft de recreatie-éénheden, dit is juridisch onjuist

5.3.2. van de regels; er wordt op geen enkele wijze aangeduid of het recreatieterrein geluidsoverlast oplevert voor de omgeving. Dit is een manco in het plan. Dit geldt eveneens voor lichthinder in de nachtelijke uren.

14.3 van de regels; waarom is een afwijking van de bouwregels benoemd t.b.v. evenementen voor maximaal 3 maal 15 dagen per jaar? Dit past totaal niet in het gebied!

2.2.2. van de toelichting; het marktruimteonderzoek is niet volledig in het overzicht van alle marktontwikkelingen, het marktperspectief van het plan ontbreekt aldus volledig. In bijlage 1 ontbreekt de aanvullende notitie waarnaar verwezen wordt

2.3.2. van de toelichting; de daadwerkelijke ontstening bedraagt 2.600 m2 en geen 17.400 m2. De bestaande verharding aan erf en voeropslag komt qua oppervlakte terug in het nieuwe plan als halfverharding

4.1.1.1. van de toelichting; NOVI geeft aan dat de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Het plangebied is nu een volledig agrarisch gebied, dit strookt absoluut niet met de bestemming verblijfsrecreatie.

4.2.4.5. van de toelichting; aanvrager schetst dat omschakeling naar een agrarische bedrijfsvoering met akkerbouw feitelijk een negatief effect op het landschap voor een groter gebied dan enkel het plangebied met directe omgeving zou impliceren, doordat een groot areaal gronden ingericht als weiland omgevormd wordt naar akkerland. De percelen zijn feitelijk in 2023 al omgezet naar akkerland, waardoor het nadeel al gerealiseerd is.

4.3.2. van de toelichting; “De commissie is van mening dat het landschapsplan in onvoldoende mate voorziet in de vereiste compensatie. Voorafgaand aan vaststelling van voorliggend bestemmingsplan dient het plan te worden aangepast aan het GKM advies.” Hoe wordt dit gewaarborgd?

5.4.2. van de toelichting; recreatie-eenheden zijn wel degelijk een geurgevoelig object waarvoor een goed leef-en woonklimaat gewaarborgd zal moeten worden

6.4.4. van de toelichting; Aanvrager suggereert dat alle afvalwater van het plan via het rioolsysteem van de gemeente afgevoerd zou kunnen worden. Het huidig drukrioolsysteem is daarvoor echter niet geschikt. De omvang daarvan is veel te beperkt. Is een aanpassing/uitbreiding voor rekening van aanvrager?

Guus en Vera Lardinois-Senden van Mergellandei

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade, 26 artikel 36-vragen

Eijsden, 15 januari 2024

Geacht college,

In de Etalage van 27-12-2023 lazen we de Bekendmaking betreffende Keerestraat 7 Eckelrade.

Wij zijn zeker verheugd over het feit dat de betreffende agrariër zijn / haar bedrijf wil transformeren, maar hebben een aantal vragen bij hetgeen er gepland staat.

Graag zouden wij voor onderstaande Art.36 vragen binnen de daarvoor gestelde termijn de beantwoording ontvangen.

Met dank en groeten,

M.Janssen-Rutten, namens ODE

  1. Voortkomend uit het feit dat deze agrariër gerangschikt is onder de zg. Piekbelasters betekent het dus dat hij te dicht bij een natuurgebied ligt. Het gehele proces hieromtrent is zowel landelijk als provinciaal bedoeld voor het verminderen van stikstofuitstoot, met de bijbehorende grote financiële tegemoetkoming. Met welke berekening denkt de gemeente de uitstoot van stikstof hier te verminderen als de huidige ruim 400 stuks vee vervangen worden door:
  • 80 kampeerplaatsen
  • 20 bijzondere verhuureenheden ( Appartementen? Vakantiehuizen?)
  • Bouwwerkzaamheden voor de realisering van de camping/recratiewoningen?
  • De bijbehorende verkeersbelasting?

2. Waarop is de behoefte om een camping toe te voegen aan de reeds bestaande en nog geplande campings in onze en de beide andere Lijn50 gemeenten gestoeld?

3. In hoeverre is er rekening gehouden met

  • Gebiedsbescherming in het kader van NNN, aangezien dit gebied onderdeel uitmaakt van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg?
  • De relatie tot de raadsmotie Rechten Voor de Natuur?

4. Zijn over dit bestemmingsplan – op korte afstand van een natuurgebied – onderzoeksvereisten gesteld? Indien ja, welke? Indien nee, waarom niet? Graag beantwoorden n.a.v:

    • De te verwachten verkeersgevolgen na realisatie, vanwege de kleine en smalle wegen rond en in Eckelrade?
    • De te verwachten uitbreiding van de verharding?
    • De te verwachten uitbreiding van het rioolstelsel?
    • De te verwachten lichtvervuiling?

5. Wanneer wordt ‘het wegbestemmen van een veehouderij’ ter goedkeuring voorgelegd aan de raad, gezien het feit dat de bestemming gewijzigd wordt?

6. Mocht het initiatief binnen de bestaande wetgeving en ons gemeentelijk beleid gerealiseerd kunnen worden, in hoeverre wordt voorkomen dat de lelijke – meestal witte- caravans en tenten aan het oog worden onttrokken, zodat de omgeving de uitstraling behoudt die wij als ‘groene gemeente’ nastreven?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade 25 uitleg

Energiek Ecklerade is een flexibel collectief van inwoners uit het dorp Eckelrade dat aantasting van het dorp wil tegengaan. We zijn na 2019 nu weer aktief door de bekendmaking van een ontwerpbestemmingsplan aan de Keerestraat 7 in ons dorp.
Een melkveebedrijf ziet de bui hangen en besluit van het ruimhartig aanbod van de overheid gebruik te maken.
Dat zou een ieder toejuichen ware het niet dat het ondertussen een plan heeft ontwikkeld om naast doorgaan met akkerbouw ook een grote en luxe camping/vakantiepark wil realiseren.
Wetende dat dit pal aan het zwaar beschermde nature 2000 gebied ligt van het enige hellingbos wat ons land rijk is
wetende ook dat de natuur hier veel lijkt door de hellingen en dalen maar in werkelijkheid een snippertje is
wetende ook dat er hier in de afgelpen eeuw maar vooral in de laatste 30 jaar zo vreselijk veel soorten zijn verdwenen is dit een heel slecht plan.
Enerzijds wodt gerept van rustzoekers, anderzijds van 45 dagen toestemming voor het organiseren van evenementen.


Daarbij heeft de gemeenteraad zich hier in 2023 uitgesproken voor het stemgeven aan de natuur en beroemt het college zich op het onderschrijven van de cittaslow-gedachte en deelname aan het internationale plan van het bocagelandschap.
Dat ogen niet allemaal loze beloften blijken.
Saillant detail: afgelopen jaren hebben divere studies opgeleverd dat het Heuvelland wat betreft verblijfsrecreatie vol is en gaat de verleent de gemeente toch steeds opnieuw ondanks hevige protesten medewerking aan nieuwe vakantieparken. Het geld schijnt (voor wie?) alles goed te maken.

Alsof dat niet genoeg is om als college niet mee te werken aan totstandkoming van dit plan is het plan volkomen zonder overleg met buren en dorpsbewoners gepresenteerd en voelt als een messteek in de rug.
Hoewel de verkeersdeskudigennen anderen hebben aangegeven dat het ook verkeerstechnisch onveilig en wellicht onhaalbaar is…is verder ontwikkeld.
Men stelt zelfs voor om een belangrijke toegangsweg (ook voor inwoners), de weg naar de dichtstbijzijnde supermarkten in een richting af te sluiten.

Het brede verzet vindt elkaar, binnen en buiten dorp en gemeente. Ook natuurorganisaties zijn zeer bezorgd en boos. Dit moet een keerpunt worden.
Documenten en zienswijzen betreffende deze zaak worden weergegeven in berichten van Energiek Eckelrade
om oudere berichten onderaan de pagina mogelijk even doorklikken het begint bij nummer 1

e

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Eenergiek Eckelrade 24, Zienswijze van gedegen natuurkenners ter plaatse (G)

Aan: Het bestuur van de Gemeente Eijsden-Margraten

Betreft: Zienswijze ontwerpbestemmingsplan Keerestraat 7, Eckelrade

  1. Inleiding

Ondergetekende dient hierbij, mede namens zijn echtgenote, een zienswijze in met betrekking tot de voorgenomen bedrijfsbeëindiging van het melkveebedrijf van de familie van Hoven en de beoogde ontwikkelingen op de betreffende kavels. Wij zijn de particuliere eigenaren van het aangrenzend natuurterrein ‘op de Shteng’, dat gericht is op het herstel en behoud van de biodiversiteit die het Zuid-Limburgs boerenland ooit kende. Het terrein is gelegen aan de overkant van Keerestraat, op de westhelling van het plateau waarop de landschapscamping is gepland.

Wij zijn ons bewust dat uw en onze kinderen en kleinkinderen in een verdienmodellenwoestijn met geplunderde ecosystemen dreigen te belanden als we het aan onze overheid overlaten. Vandaar dat we er voor hebben gekozen om de landbouwgrond die we in eigendom hebben te beheren met de focus op herstel en behoud van de biodiversiteit die ooit bij het Zuid-Limburgse boerenland hoorde. Aldus zijn we belanghebbend.

  1. Kansen

Onze positie

Nadat in 1998 de Ruilverkaveling Mergeland-West tot afronding kwam, kregen we ter plekke twee kavels van tezamen 0,7 ha toegewezen. Door aankopen in 2010 en 2020 werd de huidige omvang van 2,25 ha bereikt. Het beheer werd gericht op herstel van biodiversiteit.

Het terrein werd kleinschalig ingericht met als kernbiotoop hoogstamweiland met (meidoorn)heggen en poelen afgewisseld met enkele stroken struikgewas c.q. bos. Vanaf het moment van verwerving werd ingezet op verschraling (maaien en afvoeren) en werd volledig afgezien van het gebruik van kunstmest en biociden. In de loop der jaren heeft het weiland onder de hoogstambomen zich tot soortenrijk (bloemrijk) grasland ontwikkeld.

Inmiddels is er een gebied ontstaan waarin (zonder gerichte inventarisaties en zonder systematische observaties) de aanwezigheid van om en nabij 570 soorten werd vastgesteld:

  • Het gaat om meer dan 200 plantensoorten waaronder de zeldzame soorten Driedistel, Grote centaurie, Ruige leeuwentand, Wede, Weideklokje, Prachtklokje, Beemdkroon, Duifkruid, Steenanjer, Gele kornoelje, Wondklaver, Verfbrem, Beemdooievaarsbek, Borstelkrans, Velsalie, Bosorchis, Grote muggenorchis, Klavervreter, Harige ratelaar, Ruige weegbree, Kuifvleugeltjesbloem, Gulden sleutelbloem, Witte reseda, Maretak, Knolsteenbreek en Ruig viooltje.
  • Ook de insectenwereld heeft ter plaatse een aanzienlijk herstel doorgemaakt. Van de 25 waargenomen soorten dagvlinders gelden het Geelsprietdikkopje, het Boswitje, het Staartblauwtje en het Klaverblauwtje als zeldzaam. Van de 22 soorten libellen zijn de Zwervende pantserjuffer en de Gaffelwaterjuffer zeldzaam. Bij de 38 soorten nachtvlinders en micro’s vinden we de zeldzame soorten Gouden langsprietmot, Prachtmot en Purpermot. Voor deze laatste soortengroep, met hun hoofdzakelijk verborgen nachtelijke leefwijze, zal gericht onderzoek een aanzienlijke uitbreiding opleveren.
  • Van de 51 waargenomen soorten kevers zijn er ook een aantal zeldzaam: de Blinkende prachtkever, de Paarse schallebijter, de Grote blauwe halmklimmer, de Kleine nevelboktor en de Cryptocephalus aureolus. Een extra vermelding verdient de Grote glimworm (de vuurvlieg, een keversoort) waarvan een bescheiden populatie in het terrein voorkomt.

Dan de wantsen, behalve de zeldzame Knoopkruidschildwants werden in het terrein de zeer zeldzame soorten, de Beemdkroonschildwants, de Zesvlekprachtblindwants en de Vierstreepblindwants aangetroffen. Ook voor de kevers en de wantsen mag worden verwacht dat gericht onderzoek nog tot een aanzienlijke uitbreiding van de soortenlijst zal leiden.

De opsomming is verre van compleet, ze geeft slechts een indicatie van wat er nog aan herstel mogelijk is na de herbestemming van kale maisakkers en productiegraslanden. De hier opgedane kennis en ervaring dient dan ook een algemener belang, ze laat zien dat er nog een weg terug is.

Het grotere beeld

Uiteraard is het aanzien van het landschap belangrijk, het bepaalt voor de burger in hoge mate het gevoel voor de kwaliteit van zijn leefomgeving. Minstens zo belangrijk, eigenlijk belangrijker, is de kwaliteit van de biodiversiteit in dat landschap, ze bepaalt voor de burger de kwaliteit van zijn toekomst. Het gaat daarbij niet zozeer om de opvallende en zeer zichtbare soorten die met enig geluk een enkele keer de vakantiekiekjes halen. Het zijn de duizenden onopvallende soorten die samen komen in het begrip ‘biodiversiteit’ en daarmee de leefbaarheid op onze planeet bepalen. Daarbij is vooral het herstel en behoud van onze insectenpopulaties van groot belang. In een Duits-Nederlands onderzoek werd recent nog vastgesteld dat we sinds 1995 met ons huidige landgebruik (vooral met onze landbouwmethoden) inmiddels driekwart van onze insecten kwijtraakten (uitroeiden).

Indien we rond het terrein van de familie van Hoven (heel arbitrair) op een afstand zo’n van 100 tot 150 meter van de perceelsgrens een lijn trekken en nagaan hoe het gesteld is met de biodiversiteit in het omsloten gebied (van in totaal ruim 92 hectare), krijgen we een beeld van het ecologische belang van de directe omgeving. We mogen ervan uitgaan dat de bijdrage aan de biodiversiteit van het bedrijfsterrein zelf (de ruim dertig hectare graslanden en maisakkers) uiterst minimaal is.

In het afgepaalde gebied werden sinds 1 januari 2000 bijna 1100 soorten vastgesteld. Het gebied omvat het hierboven beschreven natuurterrein ‘op de Shteng’ met alle soorten die daarin. Maar in termen van biodiversiteit is er aanzienlijk meer. Een belangrijke bijdrage wordt geleverd door de kavels met onder andere de waterbuffers ten noordoosten van de gronden van de familie van Hoven. Vooral daar worden nogal wat zeldzame soorten aangetroffen.

De soortenlijst van het grotere gebied vermeldt enkele tientallen soorten extra, die als zeldzaam te boek staan. Die kunnen we toevoegen aan de eerder opgesomde lijstjes:

  • Bij de 350 soorten planten vinden we onder andere Aarddistel, Donderkruid, Zuurbes, Gevlekt longkruid, Boszegge, Eenbes, Gewone vleugeltjesbloem, Kruisbladwalstro en Kalkwalstro.
  • Bij de 34 soorten dagvlinders zien we een paar bijzondere soorten, het Kaasjeskruiddikkopje, de Grote parelmoervlinder, de Keizersmantel en de Braamparelmoervlinder. Bij de 24 soorten libellen is vooral de Zuidelijke oeverlibel van belang. Er werden 123 soorten nachtvlinders en micro’s geregistreerd met als zeldzame soorten Teunisbloempijlstaart, de Zwartbandgrasuil en de Grijze muurkokermot.
  • Er werden 82 soorten kevers waargenomen waaronder de zeldzame soorten de Blinkende prachtkever, de Mierenboktor, de Kleine nevelboktor, de Groene kruidenboktor, het Kaal beekschrijvertje, de Kleine en Grote glimworm en het Klein vliegend hert. Bij de wantsen werd één extra soort gemeld bovenop het eerdere lijstje: de Essenprachtblindwants.

In het voorgaande bleef onbesproken dat het plangebied te midden van een herstelgebied voor een aantal zeer bedreigde soorten ligt. Het droogdal dat van Blankenberg naar Gronsveld dat loopt via achtereenvolgens de Wolfskopweg, de Grubweg, de Dorreweg en de Dorweg vormt een van de herintroductiegebieden voor de Geelbuikvuurpad. In datzelfde droogdal en op de aangrenzende hellingen vinden we de zich herstellende restpopulaties van de Vroedmeesterpad. Ook ‘op de Shteng’ huist weer een levensvatbare populatie van deze soort.

Verder moet in de zeer nabije toekomst via het Savelsbos en de aangrenzende landschapselementen in het boerenland de verbinding tot stand komen tussen de twee populaties van de Eikelmuis , de ene bij Rijckholt en de andere bij Bemelen. En ook voor de versterking van lokale populatie van het Vliegend hert werd in dit gebied door de overheid geïnvesteerd met onder andere de aanleg van broedstoven.

En dus, met het oog op de in de Habitatrichtlijn vereiste “goede staat van instandhouding” van deze en tal van andere soorten, is het van het grootste belang om toch vooral niet de huidige bedreiging voor de biodiversiteit (stikstof) met veel gemeenschapsgeld af te kopen en die in te ruilen voor een volgende (overlast door licht, geluid, en verkeer en door biociden van de resterende akkers).

Samenvattend: het is een gebied met grote potentie in termen van herstel van biodiversiteit. Met name indien er over het plateau een fysieke ecologische verbinding wordt aangebracht tussen het Savelsbos ten westen van het terrein ‘op de Shteng’ en de steilrand van het Savelsbos in het noorden (in de richting van Hamelsbach) kan er een solide natuurherstelgebied ontstaan.

Tot slot, het is geenszins de bedoeling om met de voorgaande opsommingen van soorten volledig te zijn. Het is van belang een aantal kwetsbare soorten te benoemen en daarop controleerbaar te zijn. Het primaire doel van de voorgaande uiteenzetting is de ecologische waarde van het plangebied zichtbaar maken.

  1. De beoogde ontwikkeling

De beoogde ontwikkeling is vastgelegd in het Ontwerp Bestemmingsplan Keerestraat 7 te Eckelrade: kenmerk NL.IMRO.1903.BPBUI6251NJ7-ON01.

Het betreft een verandering van het grondgebruik met hoge maatschappelijke kosten die vanuit meerdere gezichtspunten kan worden beoordeeld. Vergelijken we voor het plangebied de huidige situatie (een nogal troosteloze gras- en maissteppe) met het parkachtige beeld dat Adviesbureau Aelmans in het Landschapsplan schetst, dan lijkt er alle reden te zijn om in te stemmen. Er zal echter een afweging moeten worden gemaakt waarbij alle plussen en de minnen tot een eerlijke conclusie moeten worden gebracht.

Bij de beoordeling van een inrichtingsplan gaat het niet om de gewekte verwachtingen, dan gaat het vooral om de vraag naar de zekerheden die de overheden al dan niet in de plannen verankeren. Adviesbureaus hebben de taak om voorgenomen ontwikkelingen zo prettig mogelijk op te schrijven en daarin zoveel mogelijk toekomstige handelingsvrijheid voor de opdrachtgever veilig te stellen. De belangrijke vraag is dan ook: Is dit het? Of blijkt er achteraf alsnog van een riante interpretatieruimte sprake te zijn waardoor er alsnog een lelijke wrat in het landschap kan ontstaan? En dus: Welke harde eisen legt de Gemeente Eijsden-Margraten op zodat bij deze investering in het herstel van biodiversiteit het middel niet erger zal blijken dan de kwaal?

Het Totaal overzicht dat op pagina 37 van het Landschapsplan (2023-10-11) wordt geschetst, wekt verwachtingen. Behalve het deel van ruim 6 hectare dat de landschapscamping vormt, is er een uitgebreide groene omranding voorzien die aan de noordzijde over het plateau de gebieden ‘op de Shteng’ en ‘Hamelsbach’ met elkaar verbindt en die, bij een verantwoord beheer, een belangrijke ecologische corridor kan vormen.

Totaal overzicht Landschapsplan

Midden over het kadastrale kavel MGT02 M 407 van ruim 30 hectare wordt een band van ongeveer tien hectare bestemd tot ecologische verbindingszone met daarin verblijfsrecreatie. In de toelichting op het plan lezen we dat er een landschapscamping zou moeten komen gericht op de ‘stijlzoeker’ en de ‘inzichtzoeker’. Het zou daarbij gaan om: Een goed gepositioneerde camping met maximaal 80 plekken en bijvoorbeeld 20 bijzondere verhuureenheden.

  • Hoe stelt de gemeente zeker dat het plan in aantal plekken begrensd is? Dat zou kunnen met een dwingende bepaling van nooit meer dan 80 en 20. Of, om enigszins tegemoet te komen aan de wens tot wat flexibiliteit in het aantal verhuureenheden, dat het nu en in de toekomst in totaal om maximaal 100 plekken gaat. Dat laatste is ook van belang in het licht van het navolgende punt van zorg.

Kadastrale kaart met de percelen MGT02 M 407 en M 408

  • Hoe stelt de gemeente zeker dat deze ontwikkeling nu en in de toekomst beperkt blijft tot het hier ingediende en ingetekende Landschapsplan? Wordt nu heel expliciet alleen het middengebied met het Landschapsplan omgekat van ‘Agrarisch gebruik’ naar ‘Recreatief gebruik’? Of wordt gemakshalve deze verandering van status toegepast op het gehele kadastrale kavel MGT02 M 407 van ruim 30 hectare? In het laatste geval is het wachten op de projectontwikkelaar die er (na enig geharrewar met de gemeente) in slaagt om de noordhelling en de westhelling (elk ongeveer tien hectare) vol te bouwen met koop- en verhuureenheden. Daarvan passen er meer dan dertig op een hectare. Daarna is dit zeer kwetsbare en bijzondere landschap definitief verpest.

Ter illustratie, voor wie wilt beweren dat het allemaal zo’n vaart niet loopt, onderstaande puist in het landschap vinden we boven op de Cauberg. Het park, tot op de rand volgeperst met vakantiehuisjes, grenst aan een natuurgebied dat vergelijkbaar uniek en kwetsbaar is (was) met het Savelsbos, de vraag is wat daarvan is overgebleven. Eenzelfde toekomst moet het plangebied ‘Keerestraat 7’ koste wat kost bespaard blijven.

Landal-park op de Cauberg, ter illustratie

Het mag ons niet gebeuren dat het ook hier weer gaat om de eerste stap van een project waarin wordt toegewerkt naar een toekomst waarvan achteraf blijkt dat het lange-termijn-denkwerk van de overheid niet zo geweldig was. De gemeente zal nu de zekerheden moeten inbouwen zodat zich later niet alsnog ecologische rampen omwille van verdienmodellen voltrekken.

Door de ligging van de geplande landschapscamping boven op het vlakke deel van het plateau wordt die grotendeels aan het zicht onttrokken. Door de aanleg van hoogstamweiden met bloemenrijke graslanden langs de noordkant en de zuidkant wordt een extra visuele afscherming verkregen.

Ecologische verbinding over het plateau

Als extraatje wordt de noordelijke groengordel aan de oostkant in noordelijke richting uitgebreid om de verbinding te leggen met de natuurterreinen van Hamelsbach. Daarmee wordt een corridor gecreëerd die een wezenlijke bijdrage levert ter versterking van de ecologische waarde van het gebied. Voor dit initiatief, niets dan lof !! Het gaat om een indrukwekkende inspanning die wezenlijk gaat bijdragen aan herstel, versterking en verdere ontwikkeling van de biodiversiteit.

In de ‘Toelichting’ bij het plan lezen we:

De daadwerkelijke uitvoering en instandhouding van het landschapsplan wordt middels een voorwaardelijke verplichting in voorliggend bestemmingsplan geborgd. Daarmee wordt de aanleg van bijna 3,9 hectare kruidenrijk grasland, de aanplant van 298 bomen, de aanplant van ruim 4 kilometer hagen, bijna 3.000 meter bosplantsoen, en meer dan 2.100 m² aan wadi’s/buffers aangelegd.”

  • Hoe stelt de gemeente zeker dat de positieve groene voornemens die in het plan staan ook daadwerkelijk worden gerealiseerd en daarna blijvend deel uitmaken van het landschap? Er kunnen in de exploitatie zomaar redenen ontstaan om dat extra groen wat minder te koesteren. Wat is dan de volgende stap? Kan/gaat de gemeente dan handhaven? Beschikt de gemeente over sancties om de begeleidende groenvoorzieningen veilig te stellen? Eigenlijk zou bij de wijziging van het bestemmingsplan deze ecologische verbindingszone per onmiddellijk als ‘Natuur’ moeten worden aangewezen.

De huidige melkveehouderij wordt met gemeenschapsgeld uitgekocht om tot herstel te komen van de biodiversiteit in de Natura-2000 gebieden in de directe omgeving. Dat betekent heel impliciet dat de gemeenschap niet kan toestaan dat de aankomende activiteiten op de vrijkomende gronden op een andere wijze tot een vergelijkbare bedreiging voor de biodiversiteit leiden. Heel concreet leidt dat tot enkele vragen:

  • Zijn er harde eisen gesteld waardoor er garanties zijn dat de vervuiling met licht en geluid binnen zeer aanvaardbare grenzen blijft, passend bij een landschapscamping? Is er ook in voorzien dat recreatievoorzieningen zoals een kantine, een zwembad en een speeltuin nu en in de toekomst absoluut uitgesloten zijn? In die omgeving is geen plaats voor evenementen met de bijbehorende pieken van overlast door licht, geluid en verkeer. Worden die ook uitgesloten?
  • Worden er eisen gesteld aan het soort van landbouw (akkerbouw?) dat op de noord- en de oosthelling van het kavel M 407 wordt bedreven? Het lijkt redelijk om te verwachten dat de gemeente bedingt dat, gekoppeld aan de toestemming voor de landschapscamping, er op de resterende delen van het kavel uitsluitend nog natuurinclusieve landbouw plaatsvindt.

Uit de ad-hoc verzamelde natuurgegevens blijkt er in de omgeving ‘aan de basis van het lokale ecosysteem’ nogal wat kwetsbare en bedreigde soorten voorkomen. Het is aan te bevelen om daar wat gestructureerder naar te kijken. Van de meeste soortgroepen kennen we slechts een fractie van de aanwezige soorten terwijl er bijvoorbeeld over soortgroepen zoals vleermuizen en vogels nauwelijks op de locatie gerichte informatie beschikbaar is.

  • Het lijkt niet dat dit soort wensen persé op het bord van de initiatiefnemer moet komen. Nadat deze inderdaad, zoals geschetst, wezenlijk investeert in de natuurontwikkeling met dit landschapsplan, zou de gemeente het op zich moeten nemen om de startsituatie scherp in beeld te brengen en van daaruit de ontwikkelingen te volgen. Het zou de start kunnen zijn van een leerproces waarin de kennis over plussen en minnen in de ontwikkeling van het ecosysteem helpen om toekomstig beleid beter te doen zijn dan het huidige.

Nadat de interne overwegingen bij het Landschapsplan ter sprake kwamen, blijft de vraag wat dit plan extern gaat betekenen voor de inwoners van het dorp Eckelrade en voor de verkeersbelasting van de verbindingsweg tussen Cadier en Keer en Eckelrade.

  • De weg is van groot belang voor de inwoners van Eckelrade voor hun woon-werkverkeer en voor hun reguliere boodschappen waarvoor ze in belangrijke mate aangewezen zijn op de supermarkten in Cadier en Keer. In de zomer is er op de weg sprake van een aanzienlijke drukte door recreatief verkeer (vooral fietsers maar ook auto’s en motoren). Het is voor ons moeilijk in te schatten hoeveel extra verkeer door de camping wordt veroorzaakt en in hoeverre dat tot problemen voor mens en natuur gaat leiden. Vraag is met name ook wat de extra verkeersbelasting van de weg betekent voor de veiligheid en de landschapsbeleving van fietsers en wandelaars.
  • In Eckelrade ontstaan ongetwijfeld moeilijke (onaanvaardbare?) verkeerssituaties, zowel op de Klompenstraat als op de Linderweg. In de huidige situatie is het met een bescheiden personenwagen zonder aanhanger al regelmatig wachten op de tegenliggers, omdat er maar één rijstrook beschikbaar is tussen de geparkeerde auto’s. Het gaat om ‘dorpsstraten’, niet om aan- en afvoerwegen.
  1. Samenvattend

Kijkend naar de plannen en de kansen en bedreigingen daarbij, zijn er een paar conclusies te trekken. Ons persoonlijke uitgangspunt is dat je mensen zoveel mogelijk de kans moet bieden om dichter bij de natuur te komen, respect voor de natuur komt voort uit kennis en directe betrokkenheid. De strikte voorwaarde daarbij is wèl dat die mensen, nadat ze dichtbij komen, slechts een minimale negatieve impact op die natuur mogen hebben. Er is al genoeg consumptieve allesverwoestende recreatie in Zuid-Limburg, ook in de gemeente Eijsden-Margraten.

  • De landschapscamping met alle groene maatregelen die geschetst worden, biedt een reële kans voor natuurontwikkeling in combinatie met het toegankelijk maken van die natuur voor mensen.
  • Alles draait om de garantie dat enerzijds het voorliggende plan ook in lengte van jaren wordt nageleefd en er anderzijds harde beperkingen komen zodat we niet sluipend in een volgend vakantiegetto terecht komen.
  • De winst voor de biodiversiteit die kan worden behaald met het geschetste plan voor de landschapsontwikkeling, kan net zo hard weer verloren gaan als op de overige hectaren van het bedrijf ‘moderne akkerbouw’ wordt bedreven. Dat moet worden voorkomen.
  • Indien het gehele plangebied zonder kunstmest en zonder biociden wordt geëxploiteerd, dragen niet alleen de begrenzende groenvoorzieningen bij aan het herstel van de biodiversiteit, ook het campingterrein zelf biedt dan in harmonie met de campinggasten ruimte voor heel veel soorten, vooral aan de basis van het ecosysteem (planten, insecten, …). Er zijn bovendien, vanwege de gecompartimenteerde inrichting, ook kansen voor nogal wat soorten dichter bij de top van het lokale ecosysteem.
  • Uiteraard kost elke menselijke activiteit ‘leefruimte’ voor de natuur. We kunnen echter in een project zoals hier voorligt, maatregelen nemen om de negatieve invloeden zoveel mogelijk te beperken. Een van de meest storende factoren is lichtvervuiling. Het bioritme van veel nacht-actieve soorten wordt aantoonbaar ontregeld door een overaanbod aan kunstlicht in de avonduren en de nacht. Hierover kunnen bindende afspraken worden gemaakt. Het is aannemelijk dat geluidsvervuiling eveneens verstorend werkt, we kennen echter geen voorbeelden anders dan de situaties, die ook door mensen als extreem worden ervaren.
  • Waar het plan intern (onder strikte voorwaarden) riante kansen biedt voor de biodiversiteit, lijkt het extern vanwege de toenemende verkeersdruk tot knelpunten te leiden (zowel voor de inwoners van Eckelrade als voor de huidige recreatieve weggebruikers).
  • Uiteraard speelt door de toegenomen drukte ook de aantasting van het woongenot van de bewoners een belangrijke rol. Er leven nogal wat negatieve gevoelens onder de Zuid-Limburgse bevolking (ook in onze gemeente) die voortkomen uit de overlast van, onder andere, de grote groepen fietsers die zich de wegen toe eigenen.
  • Wellicht, waar het vooral gaat om herstel van de biodiversiteit, is de vraag gerechtvaardigd of de gemeente danwel de provincie de grond niet zou moeten overnemen om daar zelf natuurontwikkeling in gang te zetten. Voorwaarde daarbij is dat vervolgens de huidige eigenaar of een van zijn collega’s met een duidelijke opdracht wordt aangesteld voor het beheer (boeren hebben in het algemeen ietsje meer verstand van natuurbeheer dan ambtenaren).
  • Wie meent dat de eventueel vrijkomende landbouwgrond zou moeten worden toegevoegd aan het Savelsbos, heeft in zijn denken over biodiversiteit een afslag gemist. De grote biologische rijkdom die Zuid-Limburg ooit kende, komt niet voort uit ‘ambtelijk niks doen’ en maar laten groeien. Het waren de boeren die ooit een parkachtig landschap creëerden en zorgden voor een rijke fysieke variatie waarin een veelheid aan verschillende soorten kon gedijen. Dat was voordat ze, in de zestiger jaren aangejaagd door Mansholt, het landschap egaliseerden en met biociden ‘schoon spoten’. Hier hebben we een unieke kans om een stukje van het oude cultuurlandschap te herstellen. Dat heeft toegevoegde waarde, ook als zich daarin een landschapscamping bevindt (zolang die binnen de hier geschetste kaders blijft).

Margraten, 4 februari 2024,

indieners bekend bij Energiek Eckelrade

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade, 23 vragen en antwoorden over kleine Peul, stemmen uit de raad

1
Raadsvoorstel Bestemmingsplan de Kleine Peul
Vragen en antwoorden
EML

  1. Bij het raadsvoorstel op pagina 2. “In 2018-2019 is dit bp. opnieuw ingebracht vanwege de
    driftwerende installatie die bij agrariër van Aubel in Eijsden in 2018-2019 is aangebracht.” Hoe denkt
    de gemeente nu te weten dat deze driftwering werkt en dus kan toepassen in de Kleine Peul,
    aangezien bij van Aubel nog geen resultaat te meten is?
    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 28 november 2018 uitspraak
    gedaan in het dossier Kapelkesstraat 70-70A te Eijsden. De Afdeling kan zich vinden in de op deze
    locatie voorgestelde driftwerende voorziening. Hierdoor wordt enerzijds de agrarische bedrijfsvoering
    (fruitboomgaard) op het, naast deze locatie gelegen, perceel niet beperkt en anderzijds kan er een
    goed woon- en leefklimaat, als het gaat om het aspect driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen ter
    plaatse voor de nieuw te bouwen woningen, gewaarborgd worden. Aan het voorstel met betrekking tot
    deze driftwerende voorziening ligt een locatie specifiek onderzoek ten grondslag dat onderdeel
    uitmaakte van de planstukken en derhalve ook onderdeel uit maakt van het oordeel van de Afdeling.
    Nu uit deze uitspraak is gebleken dat met een driftwerende voorziening het goed mogelijk is om een
    kortere afstand dan 50 meter aan te houden (in geval van Kappelkesstraat 16 meter) tussen gronden
    waarop het gebruik van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen is toegestaan en een nieuwe
    gevoelige bestemming (wonen, recreatie, horeca etc.) is ook in het kader van bestemmingsplan
    Recreatielandgoed De Kleine Peul een locatie specifiek onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4
    behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan). Op basis van dit onderzoek komt naar voren
    dat indien een afstand van 25 meter wordt aangehouden tot aan de agrarische gronden waarop
    gebruik mag worden gemaakt van driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen in combinatie met de
    aanleg van een driftwerende voorziening, bestaande uit één haag van 3 meter hoog, enerzijds het
    verblijfsklimaat op het recreatielandgoed kan worden gewaarborgd en anderzijds de planologische
    gebruiksmogelijkheden van het agrarische perceel niet worden verkleind. In het bestemmingsplan zelf
    is er voor gekozen om een afstand van 30 meter (5 meter meer dan volgens het onderzoek nodig is)
    in combinatie met een haag van 3 meter hoog aan te houden.
  2. Hoe denkt u te controleren of de opgelegde maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd,
    aangezien bij van Aubel niet voldaan wordt aan de opgelegde driftwering?
    Er is geen sprake van het niet voldoen aan de opgelegde driftwering. In het bestemmingsplan
    Kapelkesstraat 70-70A is in de planregels opgenomen dat het bouwen op en het doen/laten gebruiken
    van de bestemming Wonen uitsluitend is toegestaan als de landschappelijke inpassing (driftwerende
    voorziening) is uitgevoerd en in stand gehouden. Dit betekent dat, zolang er nog niet gestart wordt
    met woningbouw op deze locatie de driftwerende voorziening nog niet gerealiseerd hoeft te zijn. Wordt
    er gestart met de bouw op deze locatie dan kan er publiekrechtelijk gehandhaafd worden indien de
    driftwerende voorziening nog niet is gerealiseerd. Ook in het bestemmingsplan Recreatielandgoed De
    Kleine Peul is in artikel 4.4.2 een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze voorwaardelijke
    verplichting regelt dat binnen de bestemming Recreatie – Verblijfsrecreatie pas gebouwd mag worden
    (vlonders voor de glampingplaatsen) en in gebruik mag worden genomen indien het inpassingsplan
    (landschappelijke inpassing inclusief driftwerende voorziening) is uitgevoerd en kwantitatief en
    kwalitatief in stand wordt gehouden. Wanneer deze bepaling niet wordt nagekomen dan kan ook hier
    tot publiekrechtelijke handhaving worden overgegaan.
    2
  3. Pagina 3: Het aangepast BP is verkleind zodat max.52 ‘kampeermiddelen’ worden toegestaan. Op
    welke visie of gronden is gekozen voor dit aantal? Waarom niet 20, 30 of 100?
    Initiatiefnemer heeft indertijd een principeverzoek ingediend voor een camping/glamping met circa 13
    glamping en circa 39 reguliere standplaatsen (totaal circa 52 plaatsen). Initiatiefnemer wil een
    recreatiebedrijf dat gericht is op rustzoekers in combinatie met het aanbieden van een luxeproduct in
    de vorm van glamping. Voor dit aantal is gekozen zodat er voldoende verdiencapaciteit gegenereerd
    kan worden en anderszins het recreatielandgoed een kleinschalig karakter heeft. Om het kleinschalige
    karakter te waarborgen, is het totaal aantal standplaatsen (glamping + camping) in het
    bestemmingsplan gemaximaliseerd op 52.
  4. Er zijn 14 zienswijzen ingediend, waarvan meerdere met meer ondertekenaars. Om hoeveel
    personen gaat het in totaal?
    Er zijn 14 zienswijzen ingediend. Eén zienswijze is ingetrokken. De 13 overige zienswijzen zijn
    tweemaal als bijlage aan de raad ter beschikking gesteld. 1 maal geanonimiseerd en openbaar
    beschikbaar. 1 maal niet geanonimiseerd via het afgesloten gedeelte van Ibabs. Aan de hand van de
    niet geanonimiseerde zienswijzen kunt u zien door wie, of namens wie en met hoeveel personen de
    zienswijzen zijn ingediend. Een telling leert dat van de 13 zienswijzen er 2 door een stichting zijn
    ingediend, 1 door een vereniging, 1 door een bedrijf, 3 zienswijzen individueel, 4 zienswijzen door 2
    personen, 1 zienswijze door 10 families en 1 zienswijze door een advocaat, namens 21 cliënten,
    waarvan 2 cliënten zich terug getrokken hebben.
  5. Pagina 4: Verkeer. Deze par. Is aangepast nav meerdere zienswijzen. In plaats van de eerdere 21
    dagelijkse verkeersbewegingen wordt nu uitgegaan van 42 bewegingen. Waarop is deze plotselinge
    aanpassing gebaseerd?
    In het ontwerpbestemmingsplan is wat betreft de verkeersbelasting van het volgende uitgegaan: De
    Vroelen is een zogenaamde erftoegangsweg. Uit het gemeentelijk verkeersmodel komt naar voren dat
    het aantal motorvoertuigenbewegingen per etmaal ter hoogte van het plangebied richting Schey 125
    en richting Noorbeek 124 bedraagt. Op basis van de verkeersaantallen uit de ASVV van het landelijke
    kennisplatvorm CROW wordt uitgaande van een camping met 52 standplaatsen een verkeerstoename
    van 21 motorvoertuigenbewegingen per etmaal verwacht (52 x 0,4 verkeersbeweging per etmaal per
    standplaats). De kengetallen uit de ASVV worden door heel Nederland gebruikt als het gaat om een
    beeld te krijgen van de verkeerstoename als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling.
    Naar aanleiding van de zienswijzen hebben wij nogmaals gekeken naar de verkeersbelasting of
    inderdaad , zoals gebruikelijk in Nederland als het gaat om het bepalen van de verkeersgeneratie als
    gevolg van een nieuwe functie, de CROW kencijfers gehanteerd kunnen worden of dat vanwege de
    situatie maatwerk geboden is.
    Zoals aangegeven wordt bij campings op basis van de CROW kencijfers van een verkeersgeneratie
    van 0,4 motorvoertuigen per etmaal uitgegaan. Omdat dit cijfer is gebaseerd op een dwarsdoorsnede
    van een gemiddelde camping in Nederland zou opgemerkt kunnen worden dat het getal van 0,4 aan
    de lage kant is en in deze specifieke situatie, een kleine camping met weinig voorzieningen een
    hogere verkeersgeneratie per standplaats per etmaal aan de orde kan zijn. Uitgaande van een
    verdubbeling per standplaats zou het betekenen, dat de verkeerstoename van het aantal
    motorvoertuigenbewegingen per etmaal per dag 42 (52 x 0,8) zal bedragen. Deze
    verkeersbewegingen zullen vooral in de dag en de avondperiode plaats vinden. Dit betekent dat in
    deze periode (07.00 – 23.00 uur) er per uur een toename is van 2,6 voertuigenbewegingen. Dit is één
    extra voertuigenbeweging per 23 minuten.
    Een toename van 42 voertuigenbewegingen per etmaal is zelfs voor een erftoegangsweg als Vroelen
    gering te noemen en leidt niet tot een onaanvaardbare verkeersdruk ter plaatse.
    3
  6. Bijlage 5b nr.3.1: rapport Kwaliteitscommissie van 2015-2016. Hierin wordt de sinds jaren in
    EM werkzame Dorpsbouwmeester dhr Brouwers niet genoemd, echter wel de overleden heer v/d
    Berg. Is alleen het lijstje met namen gedateerd of ook de geponeerde mening? Waarom niet gekozen
    voor de recente samenstelling?
    Het plan voor het recreatielandgoed, inclusief landschappelijke inpassing, is op 20 oktober 2015 en 19
    april 2016 in de gemeentelijke Kwaliteitscommissie behandeld. Op dat moment zat de
    Dorpsbouwmeester, die nu in de gemeente Eijsden-Margraten werkzaam is, niet in deze commissie.
    Het wijzigen van de samenstelling van deze commissie vormt geen aanleiding om het plan opnieuw
    voor te leggen.
  7. In juni 2015 presenteert de Provincie Limburg het rapport Vitaliteit Verblijfsrecreatie Limburg met de
    titel van ‘meer naar beter en mooier’. Aanleiding voor het onderzoek is het gegeven dat de Provincie
    Limburg signalen heeft ontvangen dat de vitaliteit van de verblijfsrecreatiesector, als onderdeel van de
    vrijetijdseconomie, onder druk staat en dat de economische groei over haar hoogte punt heen is. Uit
    onderzoekt blijkt dat campings en bungalowparken in Limburg geconfronteerd worden met structureel
    dalende slaapplaatsbezetting, met name in Zuid Limburg
    Waarom stimuleert het college plannen tegen het advies van de Provincie in?
    Er is geen sprake van het stimuleren van plannen tegen de provincie in. Het klopt dat wanneer je alle
    campings en bungalowparken bij elkaar optelt er sprake is van een dalende slaapbezetting. Echter, de
    markt op slot zetten, levert geen bijdrage aan de transformatie naar kwaliteit.
    De recreatieve invulling van deze locatie past binnen de onlangs door de 16 gemeenteraden
    vastgestelde regionale “Visie Vrijetijdseconomie Bestemming Zuid Limburg 2030”. Een visie waarbij
    de provincie bij het tot stand komen nauw bij betrokken is geweest.
    Met het ondersteunen van dit initiatief, met het voor de sectorbegrippen redelijk beperkt aantal
    plaatsen (maximaal 52), is er geen sprake van een ongebreidelde groei. Het initiatief getuigt van
    duurzaamheid (o.a. restaureren monumentale schuur), zuinig ruimtegebruik, dat wil zeggen geen
    uitbreiding van de huidige locatie, een herbestemming van een agrarische bedrijfslocatie en zet in op
    de gewenste kwaliteit met een inpassing in de omgeving.
    4
    Tot slot heeft zowel het 1e ontwerpbestemmingsplan als het 2e ontwerpbestemmingsplan geen
    aanleiding gegeven voor de provincie om een zienswijze in te dienen.
  8. Het ontwerpbestemmingsplan Recreatieland De Kleine Peul heeft vanaf donderdag 9 juni 2016 tot
    en met woensdag 20 juli 2016 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is er een tweetal
    zienswijzen ingediend. Één van de indieners zijn de eigenaren van de grond. Hiermee zijn gesprekken
    gevoerd om tot een overeenstemming te komen. Dit is niet gelukt. De andere indieners van de
    zienswijze hebben geen enkele reactie van de gemeente ontvangen. De indieners van de zienswijze
    hebben naar aanleiding van deze plannen de gedeputeerde toerisme van de Provincie uitgenodigd
    voor een gesprek. Op 8 juni 2016 brengt gedeputeerde Eric Geurts en beleidsmedewerker Toerisme
    Yvonne Kokkelkoren een werkbezoek aan Noorbeek. Ze zijn ter plaatsen geweest en bevestigen dat
    er geen sprake kan zijn van ontwikkeling van een camping/glamping op deze plek. Dit wordt
    ondersteund door het rapport ‘Toeristische trendrapportage Limburg 2016-2017’. Tot verbazing van de
    indieners van de zienswijze stond er in de Etalage van 8 januari 2020 een publicatie
    ‘ontwerpbestemmingsplan Recreatielandgoed De Kleine Peul’. Hierin werd duidelijk dat, in
    aangepaste vorm, het plan omtrent Recreatielandgoed De Kleine Peul nog steeds actueel is. Gezien
    de ontwikkeling van de laatste jaren zijn wij verrast en verbijsterd dat dit plan nog steeds van kracht is.
    Daarnaast is er tussen 2016 en 2020 niet gecommuniceerd over het Recreatielandgoed De Kleine
    Peul. Hoe kan het dat er aan dit ontwerpbestemmingsplan wordt doorgewerkt tegen alle stromingen
    in?
    Alle wettelijke voorgeschreven publicaties hebben plaatsgevonden. Uiteraard hebben wij wel degelijk
    en uitgebreid kennis genomen van de zienswijzen die tegen dit plan zijn gericht. Dit neemt niet weg
    dat, alles afwegende, wij van oordeel zijn dat dit plan een kwalitatieve bijdrage levert aan de
    omgeving. Niet of nauwelijks meer in gebruik zijnde functionele niet ingepaste agrarische bebouwing
    wordt gesloopt, betonnen sleufsilo’s en verharding worden gesloopt, een monumentale schuur
    (aangeduid als Rijksmonument) wordt gerestaureerd en voorzien wordt in een kleinschalig
    recreatiebedrijf dat wordt ingepast in het groen. Tevens wordt behoudens een aantal houten vlonders
    ten behoeve van de glamping plaatsen er geen enkele nieuwe bebouwing opgericht. Kortom, een
    kwaliteitsimpuls wordt door dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt.
    GroenLinks/D66
  • Opmerking; in RV staat verkeerde raadsbesluitdatum.
  1. Mag de gemeenteraad een bestemmingsplan vaststellen als niet duidelijk is of de onderneming
    waarvoor het plan gewijzigd moet worden financieel haalbaar is?
    In het kader van het principeverzoek is een bedrijfsplan overlegd (vertrouwelijk). Uit dit bedrijfsplan zijn
    geen zodanige risico’s naar voren gekomen die aanleiding gaven om geen principemedewerking te
    verlenen.
  2. Landgoed is een juridische term waarvoor aan bepaalde voorwaarden moet zijn voldaan. Wat is
    een recreatielandgoed?
    Er is voor gekozen om recreatielandgoed als naam te gebruiken. Het staat geheel los van landgoed
    zoals deze als juridische term in de Natuurschoonwet 1928 wordt gehanteerd.
  3. Sinds wanneer is deze boerderij niet meer actief als boerenbedrijf?
    Initiatiefnemer is in 2014 gestopt met het houden van melkvee. Wel wordt er nog jongvee (circa 30
    stuks) op het bedrijf gehouden en agrarische gronden buiten de agrarische bedrijfslocatie voor
    akkerbouw gebruikt. De initiatiefnemer gaat volledig stoppen met het bedrijfsmatig houden van vee
    zodra met het recreatiebedrijf begonnen gaat worden.
    5
  4. Hoe wordt de terrasvorming uitgevoerd?
    Na het slopen van alle niet monumentale bebouwing op deze locatie bestaande uit 2 ligboxenstallen,
    sleufsilo’s en het verwijderen van de verharding zal met een gesloten grondbalans de terrasvorming
    gerealiseerd worden. Hierbij wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestaande reliëf. Op
    deze manier kunnen vlakke standplaatsen gerealiseerd worden.
  5. A. Wanneer het over een aantal jaren niet haalbaar blijkt om het financieel te redden, of omdat er
    om andere redenen door de huidige initiatiefnemers van het plan wordt afgezien, dan wel dat het
    project wordt beëindigd, wat is dan de toekomst van dat terrein?
    B. Hoe houdt de voorwaardelijke verplichting m.b.t de landschappelijke inpassing stand bij
    toekomstige eigenaren?
    C. Hoe wordt er gecontroleerd of aan die verplichting wordt voldaan en gaat u handhaven?
    A. Mocht om wat voor reden dan ook het plan over een aantal jaren toch niet financieel haalbaar
    blijken te zijn, dan kan conform het bestemmingsplan Recreatielandgoed De Kleine Peul een nieuwe
    initiatiefnemer passend binnen de planregels (Recreatie – Verblijfsrecreatie) invulling aan deze locatie
    gegeven worden.
    B. De voorwaardelijke verplichting (artikel 4.4.2) maakt onderdeel uit van de planregels van het
    bestemmingsplan Recreatielandgoed De Kleine Peul. Dit betekent dat deze voorwaardelijke
    verplichting publiekrechtelijk gehandhaafd kan worden en dat een toekomstige eigenaar ook
    gehouden is aan deze verplichting.
    C. Indien noodzakelijk zal boven op het reguliere programma voor handhaving hier extra aandacht
    aanbesteed worden. Het college heeft in haar uitvoeringsprogramma ruimte gecreëerd voor
    onvoorziene omstandigheden.
  6. Hoe omschrijft u hoogwaardig toerisme?
    Hoogwaardig toerisme kent in termen van de Visie op de Vrijetijdseconomie ‘Bestemming ZuidLimburg 2030’ vertaald naar onze regio/onze gemeente meerdere aspecten. Het gaat in verband met
    de verblijfssector niet alleen om ruime hotelkamers met een dure inrichting. Belangrijk is dat een
    concept bijdraagt aan hoogwaardig, kwalitatief toeristisch aanbod en inspeelt op de behoefte van de
    huidige en vooral toekomstige markt (deelmarkt). Het gaat om ontwikkeling van concepten die voldoen
    of bijdragen aan de (rand)voorwaarden/kernwaarden zoals vastgesteld in de Visie en onder andere
    ook op grond van de door uw Raad vastgestelde prioritaire thema’s Wonen, Duurzaamheid,
    Landschap en Lifestyle.
    Wij, en zo ook onder andere de themagroep Vrijetijdseconomie, zijn van mening dat het concept van
    Recreatie-Landgoed ‘De Kleine Peul’ en de wijze waarop dit wordt gerealiseerd (rekening houdend
    met alle omgevingsaspecten) volledig voldoet aan de bovengenoemde (rand)voorwaarden en
    kernwaarden.
  7. Hoe respecteert dit plan de kernwaarde RUST in het Buitengewoon Buitengebied?
    6
    Uw raad heeft in mei 2019 bovenstaande kernwaarden vastgesteld. Deze kernwaarden moeten in
    samenhang bezien worden. Bij de kernwaarde rust staat centraal dat gestreefd wordt naar een
    gezonde balans in activiteiten. Bij gebruik van ons buitengebied hebben wij oog voor mens en
    omgeving.
    Rust betekent niet dat wij geen ontwikkeling meer willen toestaan in ons buitengebied. Deze
    ontwikkelingen moeten wel bijdragen aan de verscheidenheid van de bedrijvigheid ( zie kernwaarde
    Diversiteit), een verdienmodel hebben dat aandacht heeft voor duurzaamheid en circulaire economie (
    ondernemend) alsmede passen bij de schaal en maat van ons buitengebied (authentiek).
    Het onderhavige plan voldoet hieraan. Het is onderscheidend ten opzichte van andere concepten in
    het buitengebied in onze gemeente en regio (lijn 50 gemeenten, Voerstreek) en draagt daarom bij in
    diversiteit in de aanwezige bedrijvigheid Ook draagt deze ontwikkeling bij aan het behoud van de
    aanwezige monumentale bebouwing, en is qua omvang passen bij de maat en schaal van ons
    buitgebied.
  8. Dit plan heeft een fors effect op (toch al hoge) verkeersdruk in Noorbeek. Grote voertuigen hebben
    maar een beperkte keuze om boven te komen. Is er een verkeersplan om gevaarlijke situaties en
    stremmingen in het dorp (buiten de hoofdstraat) te voorkomen?
    Er is gebruik gemaakt van de kencijfers van de CROW. Dit is een landelijk kennisplatvorm voor
    verkeer en vervoer waarbij door heel Nederland door gemeenten en adviesbureau van de kennis en
    expertise van dit platvorm gebruik van wordt gemaakt.
    7
    Naar aanleiding van de zienswijzen is nogmaals naar de verkeertoename gekeken en is vervolgens
    uitgegaan van een verkeerstoename van 42 motorvoertuigenbewegingen in plaats van 21
    motorvoertuigenbewegingen per etmaal.
    Alhoewel Vroelen een erftoegangsweg is, leidt een verkeerstoename van 42
    motorvoertuigenbewegingen per etmaal niet tot een onaanvaardbare verkeersdruk of een situatie
    waardoor aanpassingen aan het wegprofiel noodzakelijk zijn (zie ook beantwoording vraag 5 EML).
  9. Dit plan is in het belang van 1 ondernemer. Wat is het algemeen belang van dit voorstel?
    Het algemene belang en daarmee het belang van de gemeente en haar inwoners is dat een
    agrarische bedrijfslocatie die voor de eigenaar onvoldoende toekomst perspectief heeft, wordt
    getransformeerd in een recreatielandgoed (camping+glamping). Hierdoor wordt verloedering
    voorkomen of het gegeven dat een andere agrariër deze locatie als nevenlocatie gaat gebruiken en de
    stallen weer volledig vol met vee gaat zetten. Door deze transformatie wordt een kwaliteitsvolle
    bijdrage geleverd aan de omgeving. Niet ingepaste functionele agrarische bedrijfsbebouwing wordt
    gesloopt, betonnen sleufsilo’s en verharding worden verwijderd, een monumentale schuur wordt
    gerestaureerd en het nieuwe kleinschalige recreatielandgoed wordt landschappelijk ingepast in de
    omgeving.
  10. Is het beleid om telkens locatiegewijs beslissingen te nemen over zulke ingrijpende
    plannen/wijzigingen in het landschap?
    Nee, telkens wordt bij initiatieven die niet op grond van een vigerend bestemmingsplan zijn
    toegestaan gekeken hoe het initiatief zich verhoudt tot provinciaal en gemeentelijk beleid en of het een
    bijdrage levert aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
  11. Het Bogmanplein in Noorbeek werd door de gemeente indertijd slechts berekend op een
    veertigtal parkeerplaatsen. 70 parkeerplaatsen vraagt dus minimaal anderhalf Bogmanplein. Hoe is
    dat op die locatie in te passen?
    Op basis van het paraplubestemmingsplan Parkeren zijn 68 parkkeerplaatsen benodigd voor het
    recreatielandgoed. Initiatiefnemer gaat uit van 70 parkeerplaatsen. Per standplaats is 1 auto
    toegestaan. Daarnaast zal er een parkeerplaats van 18 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Hier is
    voldoende ruimte voor om deze op de locatie in te passen.
  12. In een stiltegebied mag maar tot maximaal 40 decibel geluid geproduceerd worden. Hoe luiden de
    regels en normeringen waar recreatielandgoed de Kleine Peul aan moet voldoen?
    Momenteel wordt binnen het plangebied (gedeeltelijk nog) een agrarisch bedrijf geëxploiteerd.
    Geluiden afkomstig van deze bedrijfsvoering worden door de provinciale Omgevingsverordening
    toegestaan. Deze geluiden zijn luider dan de eventuele geluidstoename als gevolg van aanwezige
    gasten op het recreatielandgoed. Opgemerkt dient te worden dat het recreatielandgoed zich richt op
    de rustzoekende verblijfsrecreanten. Daarnaast kunnen de geluiden van de gasten van het
    recreatielandgoed worden geschaard onder de geluiden die voortgebracht worden door extensieve
    recreanten in het gebied.
  13. In een stiltegebied mag extensieve recreatie worden toegestaan, zonder lawaai producerende
    apparaten, zoals bijvoorbeeld geluidsmachines als radio, stereo, TV. Kamperen is intensieve
    recreatie. Hoe gaat er voor gezorgd worden dat de stilte in dit gebied wordt gehandhaafd?
    Er wonen en werken mensen in het stiltegebied. Ook voor hen geldt dat op grond van het burenrecht
    zij geen hinder (= ook geluidshinder) mogen veroorzaken naastgelegen belendingen.
    8
  14. Behalve glamping worden ook 39 gewone kampeerplekken toegevoegd, waarvan al een overschot
    is in de regio en waarvan is afgesproken dat dit niet zou gebeuren. Hoe kan dit?
    Het klopt dat als je alle verblijfsaccommodaties in Zuid-Limburg neemt er sprake is van een dalende
    bezettingsgraad. Echter, om een omslag te maken, een transformatie naar kwaliteit in verblijfstoerisme
    is er ruimte nodig voor kleinschalige recreatieve verblijfsmogelijkheden. In dit geval een
    recreatielandgoed dat gericht is op de rustzoeker die luxe wil (glamping) en de rustzoeker die een
    standplaats wil. Dit in een groene setting in de omgeving. Er is geen sprake van strijdigheid met
    gemaakte afspraken. Het plan past binnen het dynamisch voorraadbeheer. Dat wil zeggen niet meer
    van het zelfde maar wel ruimte voor kwaliteitsvolle kleinschalige initiatieven.
  15. De ambtelijke werkgroep VTE schrijft dat kampeermiddelen verwijdert zullen worden tussen half
    maart en half november. In de nota zienswijzen wordt gerept van 1 november. Wat zijn de exacte data
    die vastgesteld zijn voor kamperen hier?
    In artikel 1.49 van de planregels is opgenomen dat onder het begrip kampeerseizoen wordt verstaan
    de periode van 15 maart tot 1 november, gedurende welke kampeermiddelen (= ook glamping) op een
    kampeerterrein geplaatst mogen zijn.
  16. De QuickScan voor fauna en flora is heel summier, en ondanks de aanwezigheid van
    dassenburchten in de buurt is er geen activiteit van dassen geconstateerd. Bovendien is die scan eind
    April gedaan, terwijl het toeristisch seizoen van Maart tot November loopt, activiteiten van
    beschermede diersoorten in de vroege lente en late herfst werd dus niet gemonitord. Waarom is er
    alleen maar gebruik gemaakt van deze QuickScan en is er geen intensiever onderzoek gedaan?
    De QuickScan voldoet aan hetgeen waar deze voor bedoeld is. Namelijk het inzichtelijk maken of door
    de realisering van het recreatielandgoed beschermde flora en fauna niet wordt aangetast. Onverkort
    blijft de zorgplicht in het kader van de Natuurbeschermingswet van toepassing. Dit betekent dat voor
    de aanvang van de werkzaamheden nogmaals op de locatie gekeken zal worden of er beschermde
    flora en fauna aanwezig is en of deze door de werkzaamheden zullen worden aangetast.
  17. Qua spuitcirkels; is de optie van 30 (of 25?) meter met een 3 meter hoge haag getoetst door de
    bestuursrechter, voor wat betreft kamperen. Een eerder aangehaald geval in Eijsden ging over vaste,
    stenen behuizing waar de eis van een blinde muur gesteld werd. Hoe moeten we dit uitleggen?
    Door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt een afstand van 50 meter tussen
    gronden waarop het toegestaan is om driftveroorzakende bestrijdingsmiddelen en een nieuwe
    gevoelig functie (wonen, maar ook recreatie, horeca enz.). Een kortere afstand in combinatie met een
    driftwerende voorziening is ook mogelijk. Echter, dit dient gemotiveerd en onderbouwd (locatie
    specifiek onderzoek) te worden. Uit het dossier Kapelkesstraat is gebleken dat een afstand van 16
    meter in combinatie van een driftwerende voorziening door de Raad van State in stand is gelaten.
    In het kader van het bestemmingsplan Recreatielandgoed De Kleine Peul is ook een locatie specifiek
    onderzoek uitgevoerd. Hieruit komt naar voren dat een enkelvoudige haag van 3 meter hoog in
    combinatie van 25 meter voldoende is om enerzijds een goed verblijfsklimaat op het
    recreatielandgoed te waarborgen en anderzijds het mogelijke agrarische gebruik niet te beperken. Om
    beide nog meer te waarborgen (verblijfsklimaat/planologische gebruiksmogelijkheden agrarisch
    perceel) dan op grond van het locatie-specifiek onderzoek noodzakelijk wordt geacht is gekozen om
    uit te gaan van een afstand van 30 meter in combinatie van een enkelvoudige haag van 30 meter
    hoog. Dit sluit één op één aan op de gemeentelijke beleidsnotitie inzake spuitcirkels.
  18. Het advies van de ambtelijke werkgroep VTE stamt uit 2016. Waarom is er voor deze nieuwe
    plannen geen nieuw advies gevraagd?
    9
    Er is niet om een nieuw advies gevraagd omdat het initiatief past binnen het huidige beleid met
    betrekking tot de vrijetijdseconomie. Om een kwaliteitsslag in het verblijfstoerisme kunnen maken is
    het nodig dat er ruimte is en blijft voor kleinschalige onderscheidende nieuwe initiatieven.
    VVD
    Geen schriftelijke vragen
    CDA
    Geen schriftelijke vragen
    PvdA
  19. Hoe wordt er omgegaan met het bestemmingsplan als de ondernemer het financieel niet kan
    waarmaken en wordt overgenomen door b.v. investeringsmaatschappijen? Kunnen jullie dit
    voorkomen? En Hoe zou dit kunnen worden afgebakend? Wat zou er dan met dit terrein gaan
    gebeuren?
    Ook een nieuwe eigenaar is gehouden aan het bestemmingsplan. Dit betekent dat een nieuwe
    eigenaar deze locatie alleen maar kan gebruiken conform hetgeen is toegestaan op grond van het
    bestemmingsplan Recreatielandgoed De Kleine Peul.
  20. De verkeersbewegingen zijn nogal divers in de berekeningen. Hoe is dit berekend en hoe groot kan
    de afwijking zijn met de echte realistische verkeersbewegingen?
    Uitgegaan is van de verkeerkencijfers van het CROW. Dit landelijke kennisplatform heeft op basis van
    onderzoek verkeerkencijfers gegenereerd die vrijwel overal in Nederland gebruikt worden als het gaat
    om het bepalen van aantal verkeersbewegingen dat kan worden verwacht als gevolg van een nieuwe
    functie. Zoals aangegeven in de beantwoording op vraag 5 van EML en vraag 8 van D66/Groenlinks is
    naar aanleiding van de zienswijzen nogmaals naar de toekomstige verkeersaantallen gekeken en
    heeft dit aanleiding gegeven om uit te gaan van een toename van 42 motorvoertuigenbewegingen per
    etmaal in plaats van 21. Echter ook al is Vroelen een erftoegangsweg, een dergelijke toename leidt
    niet tot een onaanvaardbare verkeersbelasting ter plaatse en in de omgeving.
  21. Wanneer wordt een zienswijze aangemerkt als een aanmerkelijk belang van de indiener en
    wanneer niet?
    Tegen een ontwerpbestemmingsplan kan een ieder een zienswijze indienen. Van de 14 ingediende
    zienswijzen is er 1 ingetrokken. Alle overige 13 zienswijzen zijn van een antwoord in de Nota van
    zienswijzen voorzien. Hierbij is niet gekeken of de indiener van een zienswijze een belanghebbende
    is. Het belanghebbende criteria speelt pas een rol na de vaststelling van het bestemmingsplan bij de
    beroepsmogelijkheid bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Beroep instellen
    tegen de vaststelling van het bestemmingsplan staat open voor belanghebbenden die tijdig een
    zienswijze hebben ingediend. Het uiteindelijk bepalen of iemand wel of niet als belanghebbende kan
    worden aangemerkt is aan het oordeel van de Raad van State.
  22. Zijn er ook waarborgen ingebouwd die in dit bestemmingsplan staan waaraan de ondernemer zich
    dient te houden, en welke maatregelen zijn er als dit niet het geval is?
    De ondernemer is net zoals een burger gehouden aan de bepalingen in het bestemmingsplan.
    Met betrekking tot de landschappelijke inpassing inclusief driftwerende voorziening is een
    voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels (artikel 4.4.2). Dit betekent dat het
    Recreatielandgoed pas gerealiseerd en in gebruik mag worden genomen als de landschappelijke
    inpassing (maakt onderdeel uit van bijlage 1 behorende bij de planregels) is uitgevoerd en kwalitatief
    en kwantitatief in stand wordt gehouden.
    10
  23. Er wordt gesproken dat er eerst bomen geplant moeten worden om de inpassing in het landschap
    mogelijk te maken voordat de ondernemer met de camping kan beginnen. Is dit zo en hoe waarborg je
    dit? Hoe groot moeten deze bomen en beplanting zijn voordat hieraan wordt voldaan?
    In het landschapsplan dat als bijlage 1 onderdeel uit maakt van de planregels is op pagina 19 een
    overzicht (begroting) opgenomen waarin per plantsoort is aangegeven (kolom materialen) wat de
    minimale diameter van een boom bij aanplant dient te zijn en wat de minimale hoogte van een struik
    dient te zijn. Bijvoorbeeld in de lijst staat als eerste een Acer campestre 12-14 met kluit (esdoorn). Dit
    betekent dat een esdoorn bij aanplant een minimale diameter van 12 centimeter dient te hebben. Iets
    verder op in deze tabel boven nummer 5 is de Ligustrum vulgare 60-80 (liguster) (eindbeeld 125 cm
    hoog) opgenomen. Deze struik dient bij aanplant een minimale hoogte van 60 centimeter te hebben.
    Op deze manier is per plantsoort in de lijst weergegeven wat de minimale aanplanthoogte dan wel de
    minimale diameter dient te zijn bij aanplant.
  24. Recreatie landgoed de kleine peul omvat ongeveer 5 ha. Is dit een bewuste keuze om het een
    landgoed te noemen of is de grote voor een andere reden gekozen?
    Voor de naam Recreatielandgoed De Kleine Peul is gekozen om te benadrukken dat het gaat om een
    recreatiebedrijf (camping + glamping) in een groene setting. Deze naam staat los van de definitie die
    in de Natuurschoonwet 1928 wordt gehanteerd als het gaat om een landgoed met een minimale
    oppervlakte eis van 5 ha.
  25. Is er een verkeersplan gemaakt voor de toename van de activiteiten van deze camping omtrent
    verkeersdrukte?
    Zoals in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 6.3.1 pagina 31 e.v.) is aangegeven en
    beschreven, wordt als gevolg van de realisering van het Recreatielandgoed ter plaatse een
    verkeerstoename verwacht van 42 motorvoertuigenbewegingen per etmaal. Alhoewel Vroelen een
    erftoegangsweg betreft, leidt een dergelijke toename niet tot een onevenredige verkeersdruk op deze
    lokale weg. Daarom is er geen reden om een verkeersplan op te stellen.
    Nog te beantwoorden vragen uit de beeldvormende vergadering
  26. Mag het businessplan, gelet op de AVNG wetgeving, ter inzage gelegd worden voor de
    raadsleden?
    Antwoord:
    Het bedrijfsplan zal conform de AGV geanonimiseerd worden en vervolgens zal door de griffie de
    mogelijkheid alleen aan raadsleden worden geboden om na voorafgaande aanmelding bij de griffie
    het bedrijfsplan vertrouwelijk in te zien. De griffie heeft per e-mailbericht van woensdag 23 september
    jl. aangegeven hoe dit praktisch geregeld gaat worden.
    Voor de duidelijkheid: Initiatiefnemer is geboren op de Kleine Peul en wil een goede invulling voor het
    monument en ter plekke blijven wonen en werken. De ontwikkeling moet behapbaar zijn zonder vast
    personeel. Er zijn dan ook niet enkel financiële overwegingen die ten grondslag liggen aan de
    kleinschalige recreatieve ontwikkeling.
    11
  27. Betekent de aanduiding ‘Stiltegebied’ dat niets meer mogelijk is? Mede in relatie tot het
    Activiteitenbesluit en de muziekdragers.
    Antwoord:
    Nee ook in stiltegebieden zijn activiteiten mogelijk.
    De Provinciale Omgevingsverordening Limburg 2014 regelt in paragraaf 4.6 welke activiteiten in Stilte
    gebieden niet mogelijk zijn. Het gaat om activiteiten met betrekking tot Motorvoertuigen, bromfietsen
    en lawaaiige Apparaten. Echter voor vrijwel alle van de genoemde activiteiten waaronder muziek
    instrumenten en andere geluidsapparaten geldt dat het gaat om een verbod buiten een inrichting. Dat
    wil zeggen buiten een (agrarisch) bedrijf, buiten een bungalowpark buiten een restaurant inclusief
    terras etc. mag in een stiltegebied geen gebruik worden gemaakt van de in deze verordening
    genoemde lawaaiige apparaten. Binnen een inrichting, inclusief het terrein behorende bij de inrichting
    mag wel van lawaaiige apparaten gebruik worden gemaakt.
    Binnen de inrichting inclusief het bij de inrichting behorende buitenterrein gelden de geluidsnormen
    zoals opgenomen in het activiteiten besluit.
    Met andere woorden het recreatielandgoed is een inrichting conform de Wet Milieubeheer. Dit
    betekent dat een kampeerder op het recreatielandgoed naar zijn radio mag luisteren of een muziek
    instrument mag bespelen. Echter met betrekking tot aspect geluid is het recreatielandgoed begrensd
    enerzijds (directe norm) door de geluidsnormen die voort vloeien uit het activiteitenbesluit en
    anderzijds (indirect) door het burenrecht (geen hinder veroorzakende voortvloeiende uit het Burgerlijk
    Wetboek.
    Onderstaand de tabel uit het activiteitenbesluit met de geluidsnormen die ook voor het
    recreatielandgoed van toepassing zijn.
    tabel 2.17a Activiteitenbesluit
    Periode (uur)
    Norm (dB(A))
    07-
    19
    19-
    23
    23-
    07
    LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 45 40
    LAr,LT in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en
    aanpandige gevoelige gebouwen
    35 30 25
    12
    tabel 2.17a Activiteitenbesluit
    Periode (uur)
    Norm (dB(A))
    07-
    19
    19-
    23
    23-
    07
    LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 65 60
    LAmax in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en
    aanpandige gevoelige gebouwen
    55 50 45
  28. Welk geluidsniveau mag een agrarisch bedrijf produceren?
    Antwoord:
    Voor inrichtingen met agrarische activiteiten, met uitzondering van glastuinbouwbedrijven die binnen
    een glastuinbouwgebied liggen, gelden de waarden uit de volgende tabel uit het activiteitenbesluit. Het
    gaat om de toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en maximale geluidsniveau
    (LAmax).
    Let op: De grenswaarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) gelden uitsluitend
    voor geluid van vast opgestelde installaties en toestellen. Het geluid van werkzaamheden en
    activiteiten wordt hierbij niet meegenomen.
    13
    tabel 2.17e en 2.17f Activiteitenbesluit
    Periode (uur)
    Norm (dB(A))
    06-
    19
    19-
    22
    22-
    06
    LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 45 40 35
    LAr,LT in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en
    aanpandige gevoelige gebouwen
    35 30 25
    LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 65 60
    LAmax in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten van in- en
    aanpandige gevoelige gebouwen
    55 50 45
  29. Wat is de waarde van de uitgevoerde Quickscan met betrekking tot flora en fauna nu dhr.
    Hanssen zelf heeft geconstateerd dat er vele burchten zijn en activiteiten/wegen daarom heen.
    Antwoord:
    De Quikscan flora en fauna Vroelen 30A Noorbeek, versie 7 april 2020, is door bureau Ecoplanning
    uitgevoerd. Dit is een ter zake deskundig adviesbureau. Op 1 april 2020 heeft er een veldbezoek ter
    plaatse plaatsgevonden. Uit de waarneming komt naar voren dat op de locatie geen
    aanwezigheidssporen als een burcht, wissels, prenten, latrineputjes en wroetsporen zijn
    waargenomen van de das. Buiten het plangebied zijn wel sporen van de das waargenomen. Het
    bureau heeft de bevindingen getoetst aan de wet Natuurbescherming. Uit deze toetsing komt naar
    voren dat de werkzaamheden ten behoeve van het recreatielandgoed geen negatieve effecten
    14
    hebben op het functioneel leefgebied inclusief rust- en voortplantingslocaties van de das en dat
    derhalve een nader onderzoek of een ontheffingsvraag artikel 3.8 Wet natuurbeheer niet nodig is voor
    de das. Niet is uit te sluiten dat door de realisering van het recreatielandgoed met alle groen dat wordt
    toegevoegd zowel binnen als buiten het plangebied, het gebied aantrekkelijker wordt voor de das als
    foerageer gebied.
  30. Parkeren: Met betrekking tot de terminologie “uitsluitend”, zal worden nagegaan hoe dit is
    opgeschreven in de bestemmingsplanbepalingen en hoe dit gelezen moet worden.
    Antwoord:
    In Artikel 4.1.1 lid e (bladzijde 21) van de planregels is opgenomen dat de voor “Recreatie –
    Verblijfsrecreatie’ aangewezen gronden naast de genoemde functies in lid a tot en met d bestemd is
    voor verkeers- en verblijfsdoeleinden. Dit betekent dat parkeren op grond van het bestemmingsplan is
    toegestaan op het Recreatielandgoed.
    De term uitsluitend geldt voor:
  31. Het feit dat kampeermiddelen alleen binnen het kampeerseizoen aanwezig mogen zijn (artikel
    4.1.1 lid a)
  32. en voor het inrichten en bouwen (artikel 4.2.1) waarbij het bouwen buiten het bouwvlak
    beperkt is tot tenthuisjes (glamping) in het kampeerseizoen en in de winter mogen alleen de
    vlonders aanwezig zijn.
    Parkeren is geen vorm van inrichten of bouwen en is derhalve rechtstreeks binnen de bestemming
    Recreatie – Verblijfsrecreatie toegelaten.
  33. De terrassenstructuur is op de huidige wijze goedgekeurd. Met betrekking tot het afwijken van de
    dubbelbestemming “waarde beekdal” zal worden nagegaan onder welke omstandigheden dit
    mogelijk is (groot maatschappelijk belang of dat er schade wordt geleden).
    Antwoord:
    De dubbelbestemming ‘Waarde – Beekdal’ is overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied
    2009 inclusief 1e
    herziening 2010’. Deze dubbelbestemming ligt op een gedeelte van het beoogde
    recreatielandgoed. De dubbelbestemming bevat regels gericht op de instandhouding en versterking
    van de natuurlijke waterhuishouding, zowel van het oppervlaktewater als het grondwater, en de
    daarvan afhankelijke landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede gericht op de realisering van
    een veerkrachtig watersysteem geschikt voor waterconservering en opvang van hoge waterafvoeren.
    De aanleg van terrassen, daar waar dit nodig is om een relatief vlakke ondergrond te krijgen voor het
    plaatsen van kampeermiddelen, waaronder de glampingtenten, is een ingreep in het landschap welke
    geen strijd oplevert met de regels van de dubbelbestemming ‘Waarde – Beekdal’. Er is geen sprake
    van het afwijken van deze dubbelbestemming. De bestaande waterhuishouding wordt niet verstoord.
    Het laagste punt blijft de hemelwaterbuffer welke ook in de toekomst behouden blijft. Het weghalen
    van de verhardingen van het agrarisch bedrijf heeft als voordeel dat de infiltratiecapaciteit flink
    toeneemt en het watersysteem beter functioneert (minder kans op erosie). De landschappelijke
    inpassing van het recreatielandgoed zorgt dat de landschappelijke waarde van het gebied niet wordt
    aangetast maar versterkt wordt. De terrassen vormen immers een functionele ingreep waarbij gebruik
    wordt gemaakt van het bestaande reliëf.
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade, 22 Waarom ging de raad van State aan de goede argumenten voorbij?

citaat waarna de link naar het complete document

ECLI:NL:RVS:2023:400Datum uitspraak 1 februari 2023

Inhoudsindicatie Bij besluit van 29 september 2020 heeft de raad van de gemeente Eijsden-Margraten het bestemmingsplan “Recreatielandgoed De Kleine Peul” vastgesteld.

Het plan voorziet in het recreatielandgoed middels de bestemming “Recreatie-Verblijfsrecreatie”. Op de gronden aan [locatie 1] in Noorbeek is het agrarisch bedrijf van initiatiefnemer gelegen. Dat agrarisch bedrijf bestaat deels uit een melkveebedrijf en het opfokken van jongvee voor een andere melkveehouderij en deels uit akkerbouw (ongeveer 30 ha). Initiatiefnemer is voornemens een recreatielandgoed te starten met behoud van de akkerbouw activiteit. Het houden van melkvee en het opfokken van jongvee wordt beëindigd. De gronden waarop deze bestemming rust, zijn bestemd voor verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerterrein met maximaal 52 kampeerplaatsen. Het beroep is ingesteld door zes omwonenden ([namen acht personen]) en twee rechtspersonen (Stichting Natuurlijk Geuldal en Erfgoedvereniging Bond Heemschut). Gezamenlijk verzetten zij zich tegen het plan, omdat zij onder andere vrezen voor aantasting van de natuurwaarden

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@135162/202006390-1-r2/

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade, 22 mooie praatjes maar wat is de praktijk van Cittaslow?

Het ontwikkelen van nog veel meer verblijfsrecreatie, de bouw van vakantiehuisjes staat op zeer gespannen voet met de wijze waarop onze gemeente zich naar buiten voordoet.
voor het volledige artikel van 1 februari in de Limburger de volgende link

https://www.1limburg.nl/nieuws/2548233/veel-interesse-voor-natuurprimeur-eijsden-margraten

Raadsleden uit vier Limburgse gemeenten willen de natuur erkennen als rechtspersoon. Daarvoor hebben ze zich gemeld bij initiatiefnemers uit Eijsden-Margraten die zo’n motie door de gemeenteraad loodsten.

Sjanne Quellhorst van de lokale PRO-partij stuurde informatie naar gemeenteraadsleden in Vaals, Heerlen, Beekdaelen en Leudal. “Onze primeur heeft veel teweeg gebracht”, zo bevestigt Quellhorst.

Status

Eijsden-Margraten is de eerste gemeente in Nederland die rechten aan de natuur toekent. Met die status als rechtspersoon krijgt de natuur eenzelfde status als mensen, instellingen of ondernemingen in juridische procedures. Het college van B&W moet de plannen dit jaar uitwerken.


Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade, 21 planonderzoek gemeente vanuit oogpunt Vrijetijdseconomie

Interne rapportage-terugkoppeling behandeling in 1e
termijn plan Keerestraat 7 te Eckelrade
(Eijsden-Margraten) door de themagroep Vrijetijdseconomie Zuid-Limburg (VTE-ZL) d.d. 26
oktober 2023.
In deze rapportage worden de bevindingen beschreven die tijdens de behandeling in 1e
termijn
vanuit de themagroep naar voren zijn gekomen. Er is nog geen definitief advies vanuit de
themagroep afgegeven.
Initiatief camping Keerestraat 7 Eckelrade, gemeente Eijsden-Margraten
Het initiatief betreft de nieuwvestiging van een camping bestaande uit 80 seizoensgebonden
kampeerplaatsen en 20 bijzondere recreatiewoningen.
Het initiatief is besproken in de themagroep VTE-ZL op 26 oktober 2023 op basis van:

  • het door de gemeente ingevulde format d.d.17 oktober 2023;
  • het marktruimteonderzoek ‘Herbestemming agrarisch bedrijf Eckelrade’ van LeisureBrains d.d. 22
    mei 2023;
  • de regels, verbeelding en toelichting van het concept bestemmingsplan ‘Keerestraat 7’ te
    Eckelrade” van Aelmans d.d. 31 augustus 2023.
    De themagroep heeft het plan in 1e
    termijn besproken vanuit het perspectief van een goed
    functionerende recreatief-toeristische sector en de daarbij behorende randvoorwaarden. Niet
    specifiek meegewogen is de ruimtelijke afweging c.q. de landschappelijke aanvaardbaarheid van
    het initiatief.
    Constateringen en overwegingen van de themagroep t.a.v. het initiatief
  • De themagroep stelt allereerst vast dat het initiatief wordt afgestemd omdat van het huidige
    bestemmingsplan wordt afgeweken voor verblijfsrecreatie. Het initiatief betreft:
    • 80 seizoensgebonden kampeerplaatsen en
    • 20 bijzondere recreatiewoningen (jaarrond).
    Het gaat hier om een agrarisch bedrijf dat gedeeltelijk wordt herbestemd omdat het nabij het
    Natura2000 gebied Savelsbos is gelegen en is gekenmerkt als stikstof-piekbelaster. De eigenaar is
    uitgekocht op basis van de “landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting”.
    Het eindbeeld dat initiatiefnemer voor ogen heeft is om te stoppen met de veehouderijactiviteiten
    en een bedrijf op te richten voor verblijfsrecreatie met als neventak akkerbouw op de bestaande
    locatie.
  • De themagroep constateert ten aanzien van het marktruimteonderzoek van LeisureBrains dat
    een onderbouwing voor de recreatiewoningen ontbreekt. Het marktruimteonderzoek is
    hoofdzakelijk gebaseerd op campings.
  • Ten aanzien van de landschappelijke inpassing constateert de themagroep dat de situering van
    de recreatiewoningen aan de rand van het terrein niet optimaal is. Namens de gemeente EijsdenMargraten is ter vergadering aangegeven dat er nog een optimalisatieslag dient plaats te vinden
    ten aanzien van de landschappelijke inpassing in een volgende fase van de ontwikkeling.
    Verder ontbreekt een bedrijfsontwikkelingsplan, dan wel een deugdelijke beschrijving hoe de
    initiatiefnemer in de toekomst zijn bedrijf wil vormgeven.
  • De themagroep heeft de mogelijkheid om een eerste reactie te geven op het plan of om aan de
    gemeente Eijsden-Margraten te vragen om de stukken alsnog aan te vullen en opnieuw te
    agenderen op een later tijdstip.
  • In onderhavig geval heeft de themagroep het noodzakelijk geacht om een duidelijk signaal af te
    geven dat deze casus overstijgt en is het naar het oordeel van de themagroep op dit moment niet
    aan de orde om de initiatiefnemer aanvullende stukken aan te laten leveren.
    De themagroep wil richting de gemeente Eijsden-Margraten en initiatiefnemer benadrukken dat de
    eerste reactie niet wordt ingegeven vanwege de kwaliteit van de aangeleverde stukken, of de
    toelichting ter vergadering, maar dat deze casus de aanleiding vormt voor een indringende
    beleidstoetsing en principiële stellingname.
  • De gemeenten in Zuid-Limburg hebben in 2020 de Visie VTE Zuid-Limburg 2030 vastgesteld.
    Een belangrijke doelstelling uit deze visie is het beter in balans brengen van de vraag naar en het
    aanbod van verblijfsaccommodaties, zowel kwalitatief als kwantitatief.
    Eén van de doelstellingen is om samen met de sector in te zetten op een strategie voor vitaal en
    kwaliteitsvol verblijfsaanbod (huisjes, hotels en campings) op Zuid-Limburgse schaal om de balans
    tussen vraag en aanbod te verbeteren en overaanbod terug te dringen. Het kwetsbare deel van het
    aanbod moet worden aangepakt en daarnaast moeten de sector en overheid zich richten op
    aanbod voor doelgroepen die nog niet goed bediend worden.
  • Eén van de vervolgacties van de Visie VTE Zuid-Limburg 2030 is om een strategisch kader voor
    te ontwikkelen, gericht op het sturen op kwaliteit en het voorkomen van overaanbod van
    verblijfsaccommodaties. Onderdeel hiervan is het opstellen van een afwegings-en toetsingskader
    op basis waarvan nieuwe initiatieven voor verblijfsaccommodaties mogelijk zijn. Ook moet worden
    onderzocht hoe de bestaande (verborgen) plancapaciteit voor verblijfsaccommodaties in de
    diverse bestemmingsplannen in beeld kan worden gebracht. Monitoring van vraag en aanbod is
    ook een onderdeel van de strategie, evenals het terugdringen van ongewenst gebruik
    van verblijfsrecreatie voorzieningen.
  • Het strategisch afwegingskader is nog niet opgesteld. Wel zijn in de tussentijd vitaliteitstrajecten
    gestart en afgerond voor hotels en bungalowparken. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren ook
    nieuwe initiatieven toegestaan na positieve advisering vanuit de themagroep, ondermeer op basis
    van marktonderzoeken door externe deskundigen, waarin de behoefte en vraag per geval is
    aangetoond en wordt gekeken naar de impact op het functioneren van de recreatief-toeristische
    sector in Zuid-Limburg.
  • Van belang is ook dat in de Visie VTE Zuid-Limburg 2030 niet wordt gesteld dat er geen ruimte
    meer is voor nieuwe ontwikkelingen. Herontwikkeling en transformatie van verblijfsaccommodaties
    en ontwikkeling van verblijfsrecreatie is mogelijk wanneer dat bijdraagt aan een betere balans
    tussen vraag en aanbod. Er is ruimte voor bestaande bedrijven om te innoveren, te verduurzamen
    en door te ontwikkelingen om kwalitatief en toekomstbestendig te blijven. Ook is er ruimte voor
    nieuwe initiatieven waarbij met name nieuwe doelgroepen worden aangetrokken. Het blijft een
    maatwerkafweging die per casus kan verschillen. Verder speelt de ligging van een initiatief binnen
    de regio nog een rol. Niet iedere subregio heeft in dezelfde mate te kampen met overaanbod en
    minder vitaal verblijfsaanbod. Sommige initiatieven kunnen ook bijdragen aan de gewenste
    spreiding binnen Zuid-Limburg en de toeristische druk elders verlichten.
  • Zoals al eerder breed geconstateerd door de gemeenten in Zuid-Limburg, zijn toeristische data
    om casussen te onderbouwen essentieel. Dat maakt gemeenten ook minder afhankelijk van
    externe adviesbureaus. Daarnaast is specifiek beleid nodig (in de visie VTE en hiervoor
    ‘strategisch afwegingskader’ genoemd) voor beoordelingscriteria voor nieuwe initiatieven zodat
    niet iedere nieuwe casus een volledige en op zichzelf staande specifieke beoordeling vergt, zoals
    nu het geval is.
    Met de regionale uitvoeringsorganisatie VTE Zuid-Limburg in 2024 voor de Visie VTE zullen beide
    projecten prioritair worden opgepakt.
  • De reden waarom voorgaande beleidsuitgangspunten bij dit initiatief in herinnering worden
    geroepen, is omdat de themagroep naar aanleiding van deze casus ongewenste precedentwerking
    wil voorkomen. Het is een algemene trend dat agrariërs geen toekomst meer zien in agrarische
    exploitatie en vervolgens het bedrijf willen transformeren naar een camping of bungalowpark. Het
    voorgaande zal nog in een versnelling komen vanwege uitkoopregelingen door de ontwikkelingen
    met betrekking tot stikstof.
  • Specifiek ten aanzien van de casus Landschaps-Natuurcamping Keerestraat 7 Eckelrade is de
    themagroep van oordeel dat op dit moment de marktruimte voor campings in Zuid-Limburg niet
    goed kan worden onderbouwd en beoordeeld, hetgeen indringend aan de orde is bij een
    nieuwvestiging van deze omvang op deze locatie. Data ontbreken op dit moment en er is te weinig
    zicht op de harde planvoorraad in bestemmingsplannen ten aanzien van kampeerplaatsen/
    kamperen bij de boer en minicampings. De themagroep vreest voor ongewenste precedentwerking
    aangezien er zich naar verwachting de komende jaren meerdere vergelijkbare situaties zullen
    gaan voor doen.
    Conclusie in 1e
    termijn van de themagroep VTE-ZL
    Alles overziend is door de themagroep aangegeven dat, op basis van de huidige stand van zaken
    met betrekking tot de beleidsontwikkeling en beschikbare data, bij dit initiatief op dit moment niet
    kan worden overgaan tot positieve advisering.
    Tenslotte wordt nogmaals benadrukt dat de themagroep met het in herinnering brengen van de
    beleidsuitgangspunten uit de Visie VTE Zuid-Limburg 2030 niet beoogt om een algemene
    blokkade op te werpen voor nieuwe initiatieven met betrekking tot verblijfsrecreatie, maar er wel
    een stevige rem op zet. Voor vergelijkbare casussen als de onderhavige, zal de bovenstaande lijn
    van overwegingen worden gevolgd, behoudens zeer specifieke en bijzondere omstandigheden en/of
    noodzakelijk maatwerk.
    Margraten, 31 oktober 2023
    Luc van den Boorn
    Afdeling Fysieke Leefomgeving
Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Energiek Eckelrade 19, natuur op eerste plaats ondanks wethouder Custers

Margraten – 

CDA-wethouder Jos Custers verloor donderdag na drie jaar de discussie over één cruciaal zinnetje. De Eijsden-Margratense politiek besloot: een jaarlijkse pot van een miljoen euro gaat naar natuur, niet naar woningbouw.

Joos Philippens

Het dilemma is duidelijk: de landschappelijke gemeente Eijsden-Margraten moet als een evenwichtskunstenaar manoeuvreren, tussen natuurbehoud en de grote behoefte aan woningbouw. Uit de begrotingsbehandeling kwam het landschap – voorlopig – tevoorschijn als grote winnaar.

De landelijke primeur om de natuur te erkennen als rechtspersoon is het meest opvallend. Eijsden-Margraten wil, via een voogd, de natuur een stem geven bij alle raadsvoorstellen. Dat werd mogelijk doordat EML, de grootste partij, de oppositie steunde.

Lees ook: Landelijke primeur Eijsden-Margraten: natuur krijgt een voogd

Datzelfde gebeurde bij het politiek meest gevoelige thema. De gemeente heeft sinds drie jaar een pot van jaarlijks een miljoen euro voor strategische grondaankopen. Volgens wethouder Jos Custers is dat geld ook bestemd voor woningbouw. „Dat heb ik van meet af aan gezegd.”

Franklin Boon van oppositiepartij PRO noemde dat diefstal. Hij baseert zich op een zinnetje waarin staat dat het miljoen bestemd is voor natuur en landschapsontwikkeling. Custers: „Er is niets gestolen. Dat zinnetje is per ongeluk in een bijlage verzeild geraakt. We gaan echt niet tussen gehuchten bouwen of aan de bosrand.”

Maar met steun van coalitiegenoot EML kregen PRO en ODE de langjarige discussie in hun voordeel beslecht. Het miljoen gaat naar natuur. Het maakt de positie van Custers er niet gemakkelijker op, want tegelijkertijd is de roep om meer woningen groot. Zo drong zijn eigen partij, het CDA, aan op ‘lef, versnellen’ en zelfs ‘buiten de lijntjes tekenen’. Toch zit de wethouder bepaald niet stil. Er komt zes miljoen euro voor gebiedsontwikkeling en hij presenteerde alvast de contouren van een duizend-woningenplan, dat volgend jaar aan de orde komt.

Wethouder Jos Custers.

Wethouder Jos Custers. — © CDA Eijsden-Margraten

Naast de 325 woningen voor eigen inwoners, verspreid over nagenoeg alle kernen, zijn 160 woningen voorzien voor statushouders en urgente woningzoekers. Custers denkt daarbij aan de Poelveld fase 3 in Eijsden en/of Bloesemgaard fase 3 in Margraten. Daarnaast moeten er 250 tot 500 zorgwoningen bij komen, in principe in de grote kernen. „We willen dat met woningcorporaties doen. Voor koop-zorgwoningen zouden zij moeten samenwerken met ontwikkelaars, die een deel van hun rendement naar de huurwoningen moeten laten vloeien.”

Of dit proces verstoord wordt doordat het miljoen nu niet meer naar woningbouw gaat, moet nog blijken. Custers kreeg wel nog volop extra huiswerk mee, in de vorm van diverse ‘aanmoedigende’ moties. Voorbeelden die het haalden: ‘stimuleer flexwoningen op het erf’ (EML) en ‘ontwikkelaars moeten nieuwe huizen het eerst aanbieden aan onze eigen inwoners’ (CDA). Ook ging het om ‘versnel de oplossing van de woningnood’ (CDA) en ‘maak een woon-zorglocatie in elke kern’ (CDA). In drie gevallen moties van Custers’ eigen partij dus.

Het verloop van de vergadering wekt de indruk dat oudgediende Custers momenteel minder machtig is dan weleer. Tegelijkertijd lijkt de politieke eendracht vergroot. Vanwege het miljoen naar natuur kreeg de begroting deze keer de unanieme steun van de gemeenteraad. Dat is wel eens anders geweest.

hoeve de peul
IKL

1.1 Aanleiding en doelstelling Maatschap Huntjens-Beckers, eigenaar van de boerderij van Vroelen 30A (Noorbeek), wil het huidige boerenbedrijf om vormen naar een recreatielandgoed. Een deel van de bedrijfsbebouwing, het boerenerf en aanliggende gronden komen hiervoor in aanmerking. Dit schetsontwerp heeft als doel een beeld te geven van de invulling van het recreatielandgoed. Het schetsontwerp is gebaseerd op het bestaande cultuurlandschap, de landschapsvisie van Zuid-Limburg, het inspiratieboek kamperen en landschap, het ontwerp van Pouderoyen voor dit recreatielandgoed en tot slot de wensen van opdrachtgever. De bevindingen hiervan zijn toegelicht in hoofdstuk 2. De conclusies uit de inventarisatie en analyse zijn vervolgens in hoofdstuk 3 vertaald naar ruimtelijke uitgangspunten en het schetsontwerp in hoofdstuk vier. 1.2 Uitgangspunten Het belangrijkste uitgangspunt voor deze nieuwe ontwikkeling is respect voor de landelijke omgeving van de planlocatie. Daarom is gekozen om voor De Kleine Peul een hoogwaardig kampeerconcept te introduceren, dat een aanvulling vormt op het bestaande aanbod van verblijfsrecreatieve voorzieningen. Daarnaast zorgt het concept voor een verbetering van de beeldkwaliteit van het erf ter plaatse, en het zicht op de locatie vanuit de directe omgeving. De landschapontsierende agrarische bebouwing en verharding wordt verwijderd, en maakt daarmee plaats voor een nieuw en groen recreatielandgoed dat past bij het Limburgse heuvelland.

Wensen opdrachtgever De eigenaar van het terrein heeft de volgende wensen voor het recreatielandgoed: • Het terrein van de loodsen en andere bedrijfsbebouwing omvormen naar een recreatielandgoed met kampeervoorzieningen. • In het het bestaande gebouw komt de receptie en sanitair. • Pas het recreatielandgoed landschappelijk goed in. Daarbij mogen de aangrenzende kavels worden meegenomen voor een groene aankleding. De eigenaar heeft hiervoor hoogstamboomgaarden aan de overzijde van de weg (zuidzijde) en ten oosten van de waterbuffer als ideeën aangedragen. • De kampeerplaatsen dienen zoveel mogelijk gericht te zijn op het uitzicht. • Er is ruimte voor circa 52 kampeerplaatsen. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met circa 60 parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen zijn bedoelt voor gasten, bezoekers en tijdelijk parkeren voor het inchecken. • Een aantal van deze kampeerplaatsen zal worden ingericht als ‘glamping’ plaatsen. Daarnaast zijn boomhutten (trekkershutten) en bunkers (huisjes onder de grond) aangedragen als ideën. • De kampeerplaatsen dienen goed ontsloten en bereikbaar te zijn met een auto.

2.3 Beleid: inspiratieboek kamperen en landschap Door landschapsarchitectenbureau Heusschen Copier is recent een inspiratieboek opgesteld voor kamperen en landschap in Limburg. Voor het ontwerp van recreatielandgoed De Peul is rekening gehouden met de maatregelen die in de boek zijn beschreven. In dit boek zijn allereerst tien basale inrichtingsmaatregelen voor een camping beschreven. Deze zijn: • Positioneer de kampeervoorziening zodat hij grenst aan de bestaande bebouwing, maar niet in het open gebied. • Beperk de oppervlakte van de kampeervoorziening tot een goede verhouding t.o.v. de bedrijfsgebouwen. • Respecteer vanzelfsprekende grenzen zoals wegen, bestaande groenstructuren of hoogteverschillen. • Ontsluit de kampeervoorziening vanuit een bestaande inrit en voorkom onnodige nieuwe verharding. • Plaats voorzieningen binnen of aansluitend bij bestaande bebouwing en voorkom overbodige toevoeging van bouwvolumes. • Pas gebiedseigen beplanting toe en voorkom gebiedsvreemde beplanting. • Stem de dichtheid van de groenstructuur af in verhouding tot de dichtheid van de standplaatsen. • Verkavel het terrein in een patroon passend bij het landschap en voorkom tuinachtige vormen in het buitengebied. • Integreer de voorziening zoveel mogelijk met de omgeving, niet alleen afgeschermd van de omgeving.

Versterk het landschap door een goede inpassing en kwaliteitsverbetering, voorkom misbruik van bestaande waarden.

uit de uitspraak van raad van state

De bestuursrechter beoordeelt, in aanmerking genomen de onderbouwing, of de mogelijk gemaakte ontwikkeling van die aard is dat aanleiding bestaat voor het oordeel dat het betrokken bestuursorgaan er redelijkerwijs van heeft kunnen uitgaan dat het bestemmingsplan voorziet in een behoefte.

De raad heeft de behoefte aan de in het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling gemotiveerd in paragraaf 4.2.3 van de plantoelichting. Hierin staat dat er behoefte is aan een kleinschalig kampeerbedrijf dat is gericht op de rustzoekende toerist. De voorliggende ontwikkeling voorziet in een kleinschalige camping met luxekamperen op een natuurlijk vormgegeven kampeerterrein, zonder veel voorzieningen. Het kampeerterrein is gericht op de rust- en natuurzoekende toerist en mensen die de wielersport beoefenen. Voor deze laatste doelgroep wordt ook een afgesloten stallingsruimte voor fietsers gerealiseerd met mogelijkheid tot kleine reparaties en onderhoud. Het bovenstaande concept vormt een aanvulling op bestaande verblijfsmogelijkheden in het gebied. Hierdoor bestaat volgens de plantoelichting behoefte aan de voorziene ontwikkeling.

Gelet hierop is de mogelijk gemaakte ontwikkeling niet van dien aard dat aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad er redelijkerwijs niet van heeft kunnen uitgaan dat het bestemmingsplan voorziet in een behoefte.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen