Iedereen is van de wereld en Monument voor Maartje

op basis van het boek kwam nu de film IEDEREEN IS VAN DE WERELD tot stand
een film over vriendschap en medemenselijkheid
zelfs een stervend meisje kan het nog opbrengen om aan een ander te denken dan slechts aan haar eigen veel te vroeg naderende dood

verkrijgbaar bij de auteur € 20,00
bestellen via mail naar monumentvoormaartje@gmail.com

Het boek bevat veel meer dan dat waar de film over gaat. Het boek is geschreven om te voorkomen dat een patient door artsen en omgeving voor gek wordt versleten slechts doordat de fysieke klachten niet begrepen worden en dus niet serieus genomen.
Alle artsen en behandelaars die in de lange lijdensweg (haast 6 jaren) tot aan de juiste diagnose een rol hebben gespeeld zijn geconsulteerd en hebben hun uitdrukkelijke fiat gegeven aan de publicatie. Veel huisartsen hebben laten weten ervan geleerd te hebben en nu anders te reageren op patienten met onbegrepen fysieke klachten
een duidelijke recensie was de volgende:

Maartje van Winkel zal haar vijftiende verjaardag niet halen; haar Afghaanse hartsvriendin, die net zo graag als zij arts wilde worden, zal worden uitgezet. Voor de doodzieke tiener is één en één twee: dan kan Derakshan toch mooi haar plaats innemen?

Maartje schrijft brieven aan de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken Rita Verdonk, zelfs koningin Beatrix smeekt ze voor haar dood in 2005 nog om hulp. Het mag allemaal niet baten. Drie jaar later mag Derakshan in het kader van een generaal pardon toch in Nederland blijven.

Auteur

Judith Koorn, werkzaam geweest in het onderwijs, heeft haar woord gehouden. Haar dochter heeft haar gevraagd een boek te schrijven als ze er niet meer zou zijn. Maartje wist ook al een titel. Als ik toch blijf leven, wat ik hoop natuurlijk, dan moet het heten: ‘Heel lang en heel gelukkig’ en anders ‘Niet zo lang maar wel zo gelukkig’. Het is de ondertitel geworden van het boek, waarvan de opbrengst is bestemd voor onderzoek naar het Ewing-sarcoom.

In haar rug, in haar benen; meer dan zes jaar lang loopt de levenslustige Maartje met pijn. Wisselende klachten die de artsen en specialisten niet kunnen duiden en tot grote ergernis van haar radeloze ouders als psychisch worden afgedaan.

Zo goed en zo kwaad als het gaat blijft de vwo-leerling sporten, speelt ze viool en maakt ze plezier met haar vriendinnen. Met klasgenootje Deraksahn, een vluchtelinge uit Afghanistan, krijgt ze een bijzondere band. De meiden zijn slim en hebben maar één droom: arts worden.

Helaas is dat niet weggelegd voor Maartje, want als ze dertien is constateert een orthopeed na een spoedconsult vanwege ernstige pijnklachten dat zij een zeldzame vorm van botkanker heeft met uitzaaiingen. Even lijken de chemotherapie en de bestralingen aan te slaan. Maar in de herfst van 2004 wordt duidelijk dat Maartje niet meer beter wordt.

Vanaf de diagnose beseft de tiener dat het een zaak is van leven of dood. Ze wilde leven! ‘Mamma, heb ik iets verkeerds gedaan? Waarom krijgt een kind nou kanker? En weet je wat ik nog erger vind? Dat er in het kamertje naast ons een baby ligt met kanker.

Maartje was een toonbeeld van liefde, schrijft haar moeder. Nee, je was geen engel, je had pit en je kon driftig worden net als ik. Maar je wilde alles en iedereen helpen en de wereld een stukje beter maken. Zo springt ze ook nog in de bres voor Derakshan, want Maartje kon niet tegen onrecht. En met die actie, waarbij ze haar school betrekt, haalt ze het Jeugdjournaal. Rita Verdonk is zelfs nog bij haar thuis geweest. Als de minister zonder een positieve beslissing vertrekt staat Maartje nijdig bij de kliko. Wat moet ze nou met die bloemen?

Maartje is niet bang voor de dood, maar wel bang om te sterven. Op 25 april 2005 overlijdt ze thuis. De avond ervoor, gekweld door hevige spiertrekkingen aan haar verlamde linkerkant, roept ze nog tegen haar ouders en zus: ‘Ik hou zo van jullie! Geen cake op de begrafenis!’ Vier dagen lagen ligt de kleurige lappendeken, die haar klasgenootjes drie weken eerder voor haar hebben gemaakt, op haar kist.

Het leven van Maartje wordt prachtig beschreven, opgesierd met foto’s vanaf haar geboorte. Maar het monument is ook een aanklacht tegen de falende diagnostiek geworden. Voor het boek heeft haar moeder later met alle betrokken artsen gesproken. Ook met de specialist die Maartje heeft doorverwezen naar een psychiater. Hij heeft beloofd zijn nu aangevulde inzichten over het stellen van diagnoses en het luisteren naar patiënten door te geven in zijn lezingen.

De arts die uiteindelijk de diagnose heeft gesteld, kan er met zijn pet nog niet bij dat de botkanker, die nota bene is begonnen in Maartjes rug, niet eerder bij haar is ontdekt. In mijn studie is er altijd op gehamerd: luister naar de moeder!

Derakshan Beekzada is arts geworden, ze wil zich specialiseren in oncologie. In interviews vertelt zij dat er geen dag voorbijgaat dat ze niet aan haar jeugdvriendinnetje Maartje denkt.

Judith Koorn – Monument voor Maartje. ISBN 978-90-8548-433-2, 223 pagina’s, € 20,00.


Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

IJS-EN WEDERDIENST

.

Het is bijna 8 uur, ik ben al wakker als de wekker gaat, het is nog donker. Ik schakel de radio aan, het is zondag en uit langjarige gewoonte luisteren we naar Vroege Vogels. Het is al niet zo vroeg meer, maar zondag en winter. Als ik naast het bed de gordijnen open te schuif is het nog donker. Nou… niet helemaal: het schemert en de witte laag sneeuw in de tuin zou het veel lichter maken ware het niet dat het niet alleen vriest maar ook bewolkt is. Codeweer zal ik maar zeggen. Het KNMI heeft weer van alles bedacht.

Mijn lief naast me is ook wakker geworden maar doet net alsof hij niet weet dat we niet heel veel tijd hebben. Goedemorgen met een zoen
Nog 5 minuten geniet ik even terug onder de warme dekens. Dan is het tijd om op  te staan en om de loopeenden goede morgen te zeggen. Als ik het hok openzet blijven ze demonstratief binnen. De katten trekken zich ook meteen terug bij de buitendeur. Nee, sneeuw vinden ze niet aantrekkelijk.

Een uur later hebben we ontbeten met een versgebakken broodje en een kopje thee en zijn we klaar om naar buiten te gaan… in ons kleine dorpje versieren we om de 14 dagen de kerkdienst op. Ik ben niet eens gedoopt maar dat weerhoudt me er niet van om te zingen.
De thermometer staat flink onder nul. Warm aangekleed trekken we de voordeur achter ons dicht. Het is best koud ja.
Het is stil op straat. We vragen ons af of we meer dan één hand nodig zullen hebben om de kerkgangers te tellen.


In ons Heuvellanddorpje is het al nooit erg veilig lopen voor voetgangers. De smalle paadjes voor de voetgangers lopen schuin af, zijn slecht bestraat, soms met kinderkopjes en worden op veel plekken bezet door geparkeerde auto’s. Nu er ook nog sneeuw ligt lopen we voor de veiligheid maar op de rijbaan. Daar is rijkelijk zout gestrooid, de weg omhoog is wel begaanbaar.

De kerk ligt hoog, de stijgende weg naar de kerkdeur is prachtig schoongeveegd. Als we de deur openen voelt het aangenaam warm en de verlichting is gezellig. De koster is voorin aan het werk. We zien in de kerkbanken 3 mensen op de rug.
De organist oefent wat.

We klimmen de enge wenteltrap op naar het oksaal, balkon waar orgel staat. Warme lucht stijgt en dat voelen we boven. Zes koorleden begroeten ons hartelijk.
Wij zijn dus met zeven vandaag: 6 zangstemmen en één organist. 7 een heilig getal.
Mooi: Volgens de Bijbel symbool is 7 voor compleetheid. Het geeft aan dat iets af is: iets kan niet beter worden dan het is, of juist niet erger.

Compleet tellen we 14 kelen niet veel maar al meer dan 2 maanden geleden. De sfeer is altijd opperbest en door toedoen van onze onvermoeibare toegewijde dirigent Vincent Kusters klinkt het meestal ook verrassend goed. Hij weigert de moed op te geven en simpel werk te zingen en komt gewoon weer met nieuw werk aanzetten zoals bijvoorbeeld een mis van Bruckner. Ons koor is de laatste jaren geslonken. De leeftijd is juist toegenomen.


Vandaag zal hij er niet zijn, hij is op vakantie. We zijn op onszelf aangewezen. We zullen er het beste van maken. Zonder dirigent zingen we uit het rode boekje. Nee, niet dat van Mao maar het boekje met Nederlandse kerkliederen. Het zijn de liederen die mensen hier vroeger allemaal hebben leren zingen, ze kunnen die meezingen.
Het repertoire waarin de dirigent nooit uitdaging ziet en waar met hem nooit de gehéle mis mee opluisteren.
Er prijkt een lijstje aan de muur met de nummers die we zullen zingen.

We spieken naar beneden we horen een deur in het slot vallen…. nummer 4 en weer: kijk aan nummer 5. Maakt niet uit, zingen is leuk!

Als het signaal klinkt dat de mis begint zijn er toch 13 mensen binnengekomen.
De pastoor die het altaar opklimt hebben we nooit eerder gezien. Hij neemt de tijd om zich voor te stellen. “Ik ben Harry Notermans. Ik ben aalmoezenier en uw parochiepastoor Ruud, is een goede vriend en studiegenoot van mij. …..
We kijken naar elkaar en fluisteren: deze man is in elk geval heel goed te verstaan. Hij spreekt rustig en met overtuiging, alsof hij met elke aanwezige persoonlijk een gesprek voert.
Hij dwingt de oren niet maar verleidt die.
…..Pastoors hebben het druk in deze tijd, ze moeten door alle bezuinigingen in de parochies eigenlijk op meer dan 1 plaats tegelijk zijn. Uw kapelaan springt vaak in maar ook die is er niet. Hij is op vakantie naar zijn familie in christelijke Kerala in India……
Hij vertelt wat over zijn motivatie, zijn werk en verbindt dat aan de treurige politieke wereld waarin wij nu leven.

Hij doet veel voor voor vluchtelingen, voor arme mensen en werklozen.
Notermans heeft het over álle volken, over de vrede die we allemaal zo nodig hebben. Het is duidelijk dat hij zijn zorg en daden van barmhartigheid zonder aanziens des persoon zal geven.

Het is vandaag de eerste zondag na Driekoningen. Hoewel die drie koningen vn toen er verder niets mee te maken hadden (Jezus was inmiddels al een jaar of 30) is dit traditioneel de dag om de doop van Jezus in de Jordaan te herdenken of te vieren.
Als heidin in de kerk pijnig ik ondertussen mijn geheugen: wat is ook weer precies een aalmoezenier? Is dat niet een legerfunctie? Is het niet een zogenaamde veldpredikant?

Later, thuis zoek ik het op: een aalmoezenier bemoeit zich vooral met het welzijn van groepen mensen die het moeilijk hebben. Lang geleden was hij de geestelijke die de aalmoezen van de Kerk beheerde of verdeelde, of toezicht hield op het armbestuur in de steden.
Een aalmoes of aalmoesgeving is een (meestal) vrijwillig gedane schenking/gift aan een behoeftige, vaak uit liefdadigheid, zonder dat de ontvanger daarvoor een tegenprestatie hoeft te leveren. In de praktijk komt het geven van aalmoezen vaak neer op het verlenen van materiële hulp in de vorm van geld, goederen of voedsel aan armen. Het woord is afgeleid uit het Oudgriekse ἐλεήμων (eleḗmōn), wat ‘barmhartig’ betekent.

De mis kabbelt verder. Gek genoeg klinkt de kerk voller dan daadwerkelijk het geval. Minder mensen, meer stem.
De de liederen worden door de aanwezigen én de pastoor meegezongen.
Een van de liederen wordt meestal met Pasen gezongen maar van beneden laat de Pastoor al weten dat het inderdaad ook bij deze speciale dag geheel op z’n plaats is.
Compliment.
Zingen geeft een mens energie! Jammer dat we van die liederen meestal maar 2 coupletten zingen. We stoppen meestal als je net de smaak te pakken krijgt.
Toch zijn de teksten zijn met zorg samengesteld en willen een verhaal vertellen. De haastige samenleving is dus ook de kerk binnengedrongen: het moet allemaal niet te lang duren. Of is het typische Nederlands: wij kennen van geen enkel prachtig volkslied meer dan 1 couplet of 1 zin.
Zelfs bezinnen moet sneller blijkbaar.

Als de hostie wordt uitgedeeld tellen wij van bovenaf toch verrassend 13 mensen in het gangpad.
We zingen wel 3 coupletten Ick wil mij gaan vertroosten!
De dienst zit er bijna op.
Tot slot zingen we:

Waarom leven de volken , in oorlog met elkaar
is dan het juk van vrede , te moeilijk en te zwaar

waarom reiken de mensen elkaar niet de handelaren
en houden zij de wetten van oog om oog in stand

de wereld wacht op vrede, de aarde wacht op recht
vervulling van verlangen, haar in het hart gelegd,

We mogen nog doorzingen!
zal het er ooit van komen, geen honger en geen dorst
of blijven wij elkander bestrijden, kost wat kost

Onze Iny heeft de rol van het starten en stoppen op zich genomen. Zij kijkt over haar schouder en met een beslist gebaar slaat ze af.
….Stilte….
De aalmoezenier op het altaar richt zijn verbaasde blik op ons. Hij schraapt zijn keel:
“ Ja u heeft mooi gezongen maar jammer. Waarom stopt u net bij de essentie van wat dit lied ons vertelt?”
Wij kijken elkaar aan
prima! U heeft helemaal gelijk! Dan zingen we dat toch alsnog?!
De organist speelt een voorafje en dan klinkt het koor van 6 stemmen alsof het verdriedubbeld is, voluit en met overtuiging:

O God breng alle volken, samen dat wij elkaar verstaan
vervul die mensendromen, voor zij in rook opgaan

doe ons het woord bewaren, dat opgeschreven staat,
en echte vrede zoeken van harte metterdaad

De energie, de vreugde die het voltooien van dit lied geeft is duidelijk zichtbaar. Naar beneden gestommeld zonder brokkenmakerij vangen de kerkgangers ons stralend op om ons te bedanken, dat we toch gekomen waren. En de pastoor komt met waarderende woorden op ons af. Wel, die waardering is wederzijds!

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Tijd voor taal, onze Nederlandse taal (1)

Ik pretendeer niet dat ik nooit taalfouten maak, maar ik vind goede taalbeheersing wel belangrijk.

Als je je eigen waarden niet verdedigt, raak je ze kwijt.

Hatice Cengiz  weduwe journalist Jamal Khashoggi 

Taal … is een levend ding” ?????

Bovenstaande is een uitspraak die vaak geuit wordt, als mensen aanmerkingen hebben over modernismen in de taal.
Over die uitspraak het volgende:

Taal is een van de allerbelangrijkste gereedschappen van de mens. Taal kent vele verschijningsvormen. Een ding leeft niet, dat is nu net het verschil tussen een ding en een wezen. Dat daargelaten, maar àls het leeft: natuur en levende wezens blijft alleen in leven mits goed verzorgd, gekoesterd zo je wil.

Taal is het belangrijkste gereedschap van de mens. Om je scherp uit te drukken moet je dat gereedschap goed onderhouden dus ook poetsen slijpen en polijsten.Hoe verzorg je taal, hoe koester je taal, hoezo vormen veel modewoorden een bedreiging voor taal en voor meer dan taal alleen?
Het is vanzelfsprekend dat er nieuwe woorden ontstaan. Dat gebeurt vooral als er ook nieuwe situaties, en producten ontstaan die uiteraard ook een benaming behoeven.
Zo is het woord computer goed te verdedigen evenals het woord automobiel, fiets of magnetron. Niettemin kun je je afvragen waarom we bij de spelling van die woorden niet de Nederlandse spelling op de uitspraak toepassen. Immers, op bijvoorbeeld Chinese producten doen we dat ook.

Niet in elk taalgebied wordt het woordenboek klakkeloos aangevuld met buitenlandse woorden. Er zijn ook talen, –Nederlanders doen wel eens lacherig over Vlaams– in welke naar de inhoudelijke betekenis van een buitenlands woord wordt gekeken en gezocht wordt naar een goede vertaling naar de eigen taal.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

De kat als zondebok of zwart schaap


De lente heeft haar intrede gedaan, in mijn tuin geen silent spring gelukkig. De vogels vliegen af en aan en kwetteren er lustig op los. De merels ziijn terug, een schelmentroep mussen, koolmeesjes, pimpelmeesjes, winterkoninkje, vink, eksters, kraaien roodborstje en specht en een stel duiven…. het is druk in de tuin. Vandaag ook drukte in de prachtige pruimenboom die als altijd veel te vroeg uitbundig staat te bloeien. Ik heb nu al meer vlinders gezien dan in heel 2024, het zoemt en gonst van de verschillende bijen en hommels en het ruikt zo heerlijk zoet.

Als ik aan het eind van de middag de radio aanzet in de keuken klinkt weer de jaarlijkse discussie tussen kattenliefhebbers en vogelbeschermers die denken dat het de katten zijn die de vogelstand bedreigt.

De katten lopen al vele eeuwen rond de mensen en hun woningen. Ik zal niet zeggen dat ze noooit een vogeltje verschalken maar in mijn lange leven met altijd katten om mij heen sinds ik 4 werd ,weet ik dat het eerder de muizen en vliegen zijn die de aandacht trekken en vangbaar blijken voor mijn rovers.

Ik ben gek op natuur en zeker ook een echte vogelliefhebber. Ik betreur ten zeerste dat de gevleugelde natuur het zo moeilijk heeft. Oorzaak? DE MENS.
De mens die de ruimte inneemt van zoveel dieren en ook van vogels, de mens die de groei van het vogelvoer verstoort, die de velden vergiftigt, de akkers volplant met monoculturen, de mens die de tuinen vol stenen legt, de mens die de bomen omhakt en de bossen “verjongt” de mens die de insecten verdelgt waarvan de vogels in leven moeten blijven…. de mens dus die de vogelstand bedreigt.

Als de katten dat op hun geweten hadden dan zouden de onze mauwende vriendjes al eeuwen geleden de vogels hebben uitgemoord.
Circusdieren mogen niet meer, wolven juist weer wel los in het bos en dan zouden de katten nu aan een lijntje naar buiten moeten?
Die katten horen bij onze cultuur en aangepaste natuur, ze zijn vrije dieren. Ze wonen bij ons als ze ons aardig vinden. Goddank kunnen ze zich vrij bewegen. Dat gaat wel eens mis, er vallen slachtoffers in het verkeer maar ze zijn slim en ze kijken beter uit bij het oversteken dan menig kind of oudere mens.

Toen onze polders weiden nog vergeven waren van kieviten, grutto’s en andere vogels hadden onze voorouders ook katten en die werden niet eens bijgevoerd met voer uit blik en brokjes. Toch was de vogelstand niet in gevaar. Pas na de oorlog toen we de landbouw veranderden voor onze vernietigende groeieconomie kwamen de vogels steeds meer in de knel. Zelfs de mussen hebben het moeilijk, er zijn geen daken meer met geschikte dakpannen, de hagen worden te kort en te smal geschoren voor goede nestgelegenheid. De zwaluwen kunnen geen vliegen meer vinden boven de akkers die bespoten worden met zogenaamde gewasbescherming.

En dan zijn er die dierenliefhebbers die vinden dat wi het recht hebben om de katten te laten boeten voor onze misdragingen. Wij mogen vliegen naar de andere kant van de wereld, met een cruise naar de smeltende ijsbergen en de bedreigde pinguins en ijsberen kijken maar de katten moeten in de gevangenis van onze woningen worden opgesloten.
Enne

En trouwens…. Er vliegen nogal eens vogels tegen mijn raam die door valken, buizerds, sperwers en andere roofvogels achternagevlogen worden. Moeten die vogels voortaan ook aan de lijn?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

KGCHGK!!!!

KKCHGK!!!

Het was laat.Toen we de slaapkamer binnengingen hoorden we een gek geluid: kgch!!
“hoorde jij dat ook?”
Ja, zeker buiten

ja denk ik ook.
Ik geloof dat ik het gister ook hoorde

kghch!!
gut nou hoor ik het weer

t lijkt toch hier binnen te zijn
de badkamer?

Beiden luisterden we aandachtig maar er klonk niets.
Wat lacherig poetsten we onze tanden
Juist toen hij nog even de kamer verliet op weg naar de wc, klonk het weer Kchg!!!

verdraaid, waar was dat nou. Kwam het dan toch van het dak? Daat liggen ene paar zonnepanelen voor de boiler.
Dat kan toch niet.
Met ingehouden adem bleef ik staan….maar nee….weer bleef het stil.
Nog even een neusdruppel en dan

nou hoor ik het weer, zeiden we allebei tegelijk.
Toch de badkamer
hijtikte tegenhet lage plafond…. Er zit ruimte boven…misschien toch beesten
zou je denken
Vogels of muizen
het klinkt krasserig vind je niet.

Nauwkeurig bestudeerden we wlle hoeken en gaten. We schakelden de afzuiging aan… verrek
luid en duidelijk Kgchk!!

Dat ding staat in verbindingmet de ruimte van de verwarmingsketel in de bijkeuken. Het moet daar zijn
Maar nee, ook daar was niets te horen of te zien.
BOven dan?? Vorig jaar hebben daar mizen huisgehouden, weetje nog?
We liepen de trap op en speuren in alle kasten onder de dakkapel.
Brandschoon en….. niets te horen.

Kom op, we gaan gewoon slapen.
We trokken het dekbed hoog op en nestelden ons gezellig samen in bed en knipten het licht uit.
Zoals vaker lusterden we naar de zachte praatradio van de nachtzuster.
Zo dommelden we meestal in slaap maar vannacht…kchgg
Niet naar luisteren, gewoon gaan slapen
je hebt helemaal gelijk

Of de duvel ermee spaalde hoorden we het nu vaker.Het lijkt iets op metaal, ofis het glas?
We knipten het licht wee aan. Met een blik op de wekker gericht probeerden we een regelmaat te ontdekken in de frequentie.

Ik snap er niets van.
Ik klom uit bed oppende de deur naar de koude gang en luisterde staande in de deurpost.
Nu weer niks.

Terug in obed. Hoewel ik het niet wilde voelde ik mijn hele lijf in de gespannen luisterstand. Niet dat we bang waren maar dat onbegrijpelijk….
Irrrritant!!!
Moe als we waren vielen we toch in slaap.

Toen ik de volgende ochtend wakker werd ging mijn eerste gedachte naar….krijg wat: ja hoor kchgk!

We stonden op, ontbeten in de woonkamer.

Toen hij zich later in de badkamer afdroogde klonk het weer…..

hij begon te lachen …

je gelooft het niet, riep hij

weet je wat het is?

Ik weet het

ik zag ineens iets bewegen

je elektrische tandenborstel

bijna leeg blijkbaar en draait af en toe even en slaat dan tegen het glas van de spiegel.

Dus toch de badkamer en iets tegen glas

opgelost.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

ongeletterde postbezorgers

Ongeletterde bezorgers

Voor ik als mantelzorger de deur openmaakte van de oude zieke man, keek ik even in zijn brievenbus. Jawel! Een briefje.
Wij hebben u gemist!
Linksboven stond gekriebeld: v.d.Kerktoren
In de rechterbovenhoek stond in hetzelfde kriebelhandschrift : aangetekende brief.
Ik draaide het slappe kaartje om:
Post NL,

pakketpost

Even nadenken….er woont hier in de straat toch niemand met die naam?
Met een dampende kop soep en het kaartje in de hand opende ik de voordeur.
-Goede avond Fred, Hoe is het hier?
-Fijn dat je komt, zo de hele dag alleen is ook maar niks, ik raak er depressief van, zei de zieke vanaf zijn bed.
Omdat ook hij geen enkele van de Kerktoren kende belde ik een uurtje later aan bij de buren… ze wonen er nog maar net:

Heet een van jullie van de Kerktoren?
-Wij? Nee.
De overbuurvrouw die altijd haar hond uitlaat kent iedereen. Ook zij kon de naam niet thuisbrengen.

Mijn man net thuisgekomen uit zijn werk, scande meteen de QRcode. Als je dan de letters en cijfers daarnaast ergens in zou vullen dan zou je moeten kunnen zien waar de ongeletterde postbezorger de aangetekende brief veilig gesteld had.
Helaas….. vul de postcode in.
Dat schoot niet op…. Van een volslagen onbekende weet je natuurlijk ook geen postcode.
Toevallig kennen wij de postbode van het dorp.
Telefoon: – Goede avond Vera, weet jij waar we heen kunnen bellen?
Op de site is natuurlijk geen duidelijkheid te vinden.

– Nee, aangetekende brieven mag ik niet bezorgen. Waar je naar kan bellen?
Eigenlijk geen idee. Ik zal kijken op de site…het is lastig, dat weet ik .Als ik het vind app ik het wel even.
Er kwam geen appje.

De volgende dag, zaterdag, zochten we vasthoudend verder. Wie weet komt iemand in problemen omdat hij niet weet dat deze brief ergens ligt te wachten om opgehaald te worden.
Eerst stuitten we op het fenomeen chatbot. Hopeloos!

Verder zoekend op de site van Post NL lazen we:

Voor chatten en bellen: Maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 19.00 uur. Zaterdag van 9.00 tot 16.00 uur.

Het was 11 uur dus het moet lukken.

Waarom gebruiken we chatbot Daan?

Ieder jaar zien we het aantal pakketten stijgen. We willen niet dat dit zorgt voor langere wachttijden bij onze klantenservice. Daarom krijgen onze collega’s hulp van chatbot Daan. Zo staat er altijd iemand voor je klaar.
Maar het lukte niet, met de ergerlijke chatbot.

Een telefoonnummer zoeken bleek mogelijk maar vinden nauwelijks.
We belden en luisterden een bandje af … en liepen vast op ….kijk op de site.

Ik kreeg een ingeving: als het om rouwpost gaat zijn ze wel bereikbaar.

Ik belde opnieuw, het nummer voor rouwpost dit keer.

Niet te geloven, een keuzemenu dat ook van toepassing bleek op allerlei andere post:
aangetekende stukken onder andere.
…u kunt natuurlijk ook op onze site …..

Dat deden we natuurlijk niet. Via het keuzemenu kwamen we in een tweede keuzemenu en

omdat het erg druk is zijn de wachttijden erg lang u kunt misschien beter op een ander moment terugbellen
Wilt u een muziekje bij het wachten kies dan 1

Na 35 minuten wachten:
Goedemorgen mevrouw Eijkel-Koorn(ze kende mijn naam!)Waarmee kan ik u helpen?
We legden het probleem voor.
Kunt u het KG nummer geven. Ik kijk het even na. Ah, ik zie het: dat moest worden bezorgd op Hoofdstraat 208 in Maastricht
maar u woont dus op nummer 77
Het is verkeerd bezorgd , excuus daarvoor
u kunt de brief ophalen bij
Carwash in maastricht op de ….weg.

Ik: -Nee mevrouw het is bezorgd op Hoofdstraat 208 in Eijsden en dus niet in Maastricht!
Ik woon niet op dat adres, en het pakje is ook niet voor ons en ook niet voor de oude zieke man op nummer 208.
Wij kunnen de brief ook niet ophalen. Wij zijn namelijk niet de geadresseerde
Wij WILLEN de brief ook niet ophalen.

Als u de zending niet ophaalt wordt die na 7 werkdagen gewoon teruggestuurd naar de afzender.

Ja mevrouw, dat is dus de reden dat we bellen. Dat willen we voorkomen. Het kan immers zijn dat de geadreseerde gedupeerd zal zijn als de brief te laat arriveert.
De bezorger heeft een fout gemaakt en het lijkt ons redelijk dat de geadresseerde door u gewaarschuwd wordt. Het post NL punt waar de brief nu ligt is vele kilometers van ons en van de werkelijke geadresseerde verwijderd. Ook dat is slordig.

We legden het nog drie keer uit, langzaam en duidelijk.
Toen sprak de beleefde welwillende dame die zeer traag van begrip was: Ik geloof beste mevrouw Eijkel-Koorn dat ik u nu begin te begrijpen.
Mijn man en ik rolden met de ogen en zuchtten diep.
Even later werd ons duidelijk dat ze ons nog steeds niet begreep.
Om moedeloos van te worden.
Heb je je telefoon op opnemen staan? Vroeg mijn man zacht.. Helaas niet, voegde ik hem toe. Het lijkt wel een act van die goede oude henk Elsink van vroeger. We kregen langzaam de slappe lach.

Ondertussen hadden we alle gegevens die vast niet prijsgegeven hadden mogen worden volgen sde AGV op het kaartje geschreven.
Mevrouw, sprak ik
we komen zo geen steek verder. Ik ga neerleggen ik wens u een prettige dag verder.

Met wat speuren vonden we op het adres en vermelding van een seksshop en een telefoonnummer. Dat telefoonnummer gaf gaf...tuut tuut tuut. Het nummer bestond niet meer.
We besloten onze boodschappen in de buurt van de werkelijke geadresseerde te doen.
Ter plekke bleek de videotheek/seksshop opgeheven. Er hing een vergeten uithangbord. De deur stond open en in de gang hing een rij van 8 brievenbussen. Bij elke brievenbus een bel en bij de brievenbus van J. van de Kerktoren: de bel doet het niet.
We gooiden het briefje in de bus.





Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Standaardtaal ABN is geen vijand van dialect

Aleid Truijens
schrijft in haar column vandaag terecht dat veel Nederlanders en taalliefhebbers haast lijden onder de verloedering van onze taal. Ze constateren dat onze taal steeds slonziger wordt gebruikt. Onderwijs, doe er wat aan!
Onlangs kwam in het nieuws dat de gedeputeerden in het gouvernement Limburg (provinciale staten van Limburg) erop uit zijn om het Limburgs te verheffen tot vergadertaal in hun bolwerk aan de Maas.

Trots en patriottisme (in dit geval regionale) zijn hier de roergangers van de beweging. Rond 1960 was zogeheten ‘Algemeen Beschaafd Nederlands’ de taal van het onderwijs, de overheid, van radio, tv en krant. Er bestond een scherpe scheidslijn tussen goed en fout, in spelling, grammatica en uitspraak.
Het doel van de STANDAARDTAAL was ondubbelzinnige begrijpelijkheid van gesproken en geschreven teksten.

Het instellen van een standaard voor de landstaal is niet bedoeld om de vele taalvarianten te kleineren. In tegendeel die kunnen, en zullen naar ik hoop blijven bestaan.
Door alle kinderen de standaardtaal tot in de puntjes te leren beheersen zorg je voor gelijke kansen in onderwijs en later werk. Het is een van de middelen om discriminatie te bestrijden.
Zoals mensen uit India in nederland thuis hun eigen taal kunnen spreken, evenals Turken of Somaliers kunnen ook dialectsprekers dat doen.
In het dialect wordt een deel van de cultuur bewaard dus koester dat!
Straattaal is er altijd geweest, boeventaal ook, Bargoens bijvoorbeeld. Moet je in het onderwijs en in de media toegeven aan het pleidooi voor lossere regels​ omdat volgens onderzoeker Doreleijers. Jongeren kiezen de taal die ze spreken door hun keuze voor de groep waar ze bij willen horen’
Veel jongeren willen ook de hele dag snacken, uitslapen, comzuipen, vapen…. Wat is het doel van opvoeden en onderwijzen? Elke beroepsopvoeder van mens endier kan je vertellen dat opvoeden vooral ¨grenzen stellen”is, dat is iets anders dan Pleasen ofwel toegeven.
Opgroeiende kinderen zoeken zoeken een eigen weg en zoekende grenzen op. Die grenzen moeten dan wel waarneembaar zijn. Grenzen bieden veiligheid, mits ze gehandhaafd worden. Dat is zelfs zo met taal.
In de standaardtaal kunnen we elkaar, ongeacht herkomst of accent, allemaal begrijpen. En jaAls je goed bent in de standaardtaal, sta je hoger op de maatschappelijke ladder’ Dat klopt niet altijd maar het moet een beweegreden zijn om het taalonderwijs enorme waarde toe te kennen.
Als je je erin verdiept kom je ook tot de slotsom dat goede beheersing van het Nederlands een mooi opstapje is om ook een andere taal met meer gemak te leren.
Goed taalonderwijs stimuleert het denken zoals ook wiskunde en schaken dat doen. Goed taalonderwijs kan, beter moet uitermate leuk zijn. Mooie teksten, mooie klanken worden door mensen van alle leeftijden gewaardeerd. Kijk naar wat er gebeurt in popmuziek, teksten doen ertoe.

Het loslaten van correcte spelling, grammatica en uitspraak leidt tot verwarring. In eerste instantie lekker makkelijk en dus aantrekkelijk maar nieuwe Nederlanders gaan onze taal daardoor wel heel onbegrijpelijk vinden als er geen duidelijke regels meer zijn.
Ik vergelijk het voor het gemak met het verschil tussen de Friese taal en de talen in Limburg.
Een “Hollander” die naar Zuid-Limburg krijgt het zelden voor elkaar “plat te kallen”. Verstaan wil wel lukken, maar de regels die elke 4 kilometer verderop anders zijn plus nog weer eigen vocabulaire maken het te lastig. In Friesland bestaan er ook talloze variante op de Friese taal maar leert met op school ….ja juist, de Friese standaardtaal.
Iedereen mag spreken zoals hij of zij wil, maar niet in elke omstandigheid. Correcte taal is als een uniform, dient de herkenbaarheid.
We willen ook geen politieagent in een zwembroek op straat. In zijn vrije tijd mag die agent kleding zelf kiezen.
Ik vond grammatica vroeger soms stomvervelend en zag er pas veel later het nut van. Het had zeker boeiender onderwezen kunnen worden. Zonder grammaticalessen had het ook gekund.
Mijn taalbeheersing was al jong behoorlijk goed. Waarom? Mijn moeder was mijn grote voorbeeld maar evenzo de taal die ik hoorde van de juf en de meester, van de dokter, de taal op de radio en de taal op tv in tijdschriften, boeken en kranten Taal leren gaat heel veel makkelijker als je de voorbeelden voortdurend om je heen hebt.
Dus terug naar goede uitspraak en zinsbouw op radio en tv, terug naar correctie voor de taal gedrukt wordt. Dat is niet Ondemocratisch maar juist het cement van een eerlijke samenleving met respect voor heden en verleden.
Ter illustratie wat voorbeelden van NPO en uit de Volkskrant of NRC:
de weerman: er zullen weer veel bijen zijn morgen
het gaat over buien
gevangenen zijn uit de gevangenis gebroken

gesprekken met mensen die ik voer (wat voer je hen?)
de gesprekken die ik voer met mensen

een klooster gebouwd in de stel van zij waren op weg naar een excursie
stijl

er wordt minder dan de helft kool gedolven dan voor de oorlog
minder dan de helft van de hoeveelheid die voor de oorlog…. heel omslachtig
beter: er wordt half zo veel kool gewonnen als voor de oorlog
vogels die tegen tegenwind in vliegen

er is tekort aan munitie
heeft niets met minuten te maken….MUnitie

dat gebeurde nadat de agent een knie op zijn nek had geduwd
wie zijn nek? diens nek….de nek van de overvaller die werd aangehouden

dat is waarnaar je probeert te zoeken
je probeert het te vinden, daarom zoek je ernaar

dat is een doekje tegen het bloeden
tegen het bloeden

het is een beweging die elkaar aanmoedigt
voor elkaar aanmoedigen heb je meer dan 1 partij nodig
dat is een beweging waarbinnen men elkaar aanmoedigt

laten we elkaar even voorstellen
bedoeld wordt niet dat ieder een ander voorstelt maar ieder zichzelf
Als iedereen zich even kan voorstellen

in Eindhoven botste een bestuurder tegen een boom na een politieachtervolging
TIJDENS een politieachtervolging

de jongste is 17 de oudste is 86 die er vandaag bij zijn
van de deelnemers die er vandaag bij zijn is de jongste 17 en de oudste 86

de uitslag is belangrijk om zo te willen weten hoe we….
de uitslag is belangrijk omdat we willen weten hoe

aantal mensen die worden uitgenodigd
het aantal dat
de aantallen die
het aantal van de mensen die







Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Help mee om het Heuvelland mooi te houden.

https://petities.nl/petitions/realiseer-geen-camping-aan-de-keerestraat-in-eckelrade?locale=nl_gr

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

met tradties die verdwijnen lijkt ook de sociale verbondenheid het loodje te leggen

De zon was al op, nou ja, zon?
Het was licht. En op straat was het heel stil toen ik de deur achter mij in het slot trok. Een stevige wind in het gezicht, niet koud, wel guur beende ik naar de kerk. Zondag en ook oudjaarsdag.

Acht jaar geleden was ik hier komen wonen, in dit dorpje in de Limburgs heuvels. Een glooiend landschap met nog veel landweggetjes waar je her en der kapelletjes vindt, en kruisen, wegkruisen, heiligenbeelden, moordkruisen; allemaal ornamenten van het katholieke geloof.
Nou ja, meer herinneringen aan een katholiek verleden.

14 over negen wees de kerkklok. Net op tijd om nog even te groeperen met de koorzangers. De kerk banken waren nog leeg. Vanaf de smalle wenteltrap naar boven naar het orgel zag je nog beter hoe stemmig de kerk versierd was met de enorme verlichte kerstboom achter op het altaar en de grote traditionele kerststal in de hoek rechtsvoor.
Alleen daarom al zou je toch even een kijkje in de kerk kunnen nemen.

“Ben ik de laatste, zoals vaak?”
Nee Johan moet ook nog komen. En de gelegenheidsorganist is er al
Net op dat moment klonken de eerste orgeltonen door de kerk.
“ik kom alleen maar hier voor de muziek”
schoot het me door het hoofd.
Ook vroeger, meer dan 50 jaar geleden hield ik stil bij elke kerk als daar muziek uit opklonk naar buiten. Oefenden organist of andere muzikanten terwijl de kerkdeuren openstonden, dan bedacht ik mij niet lang en schoof stilletjes in een van de lege kerkbanken.

“Waarom staan we eigenlijk hier?” ginnegapten wij koorleden onder elkaar.
“Zie jij beneden al iemand of zingen we vandaag alleen voor de pastoor?”
Bij ieder geluid onder ons boog een van ons zich over de balustrade om te zien of er gelovigen kwamen.
We hadden moeite om niet baldadig te juichen ten er warempel iemand plaatsnam. Mevrouw Smeets, een trouwe gelovige.
Weer meenden we de zware kerkdeur te horen maar nee… loos alarm.

“Is het al half 10?”

“Nee nog niet, nog 5 minuten.” We stonden allemaal klaar met een rood boekje gezangen in de hand. “Ja!”, zei Marja. “Wat? We hebben een evenwicht?”
“Huh?”

“Er zitten er 15 beneden.”
“Dus net zo veel als hier boven.”


Het belletje klonk, de pastoor verscheen. Knap toch hoe zo’n man net zo toegewijd kan spreken voor een volle als voor een haast lege kerk.
en het koor zingt ere zij God, u bent van harte uitgenodigd om mee te zingen , bladzijde 71 in het boekje.”

Boven keken wij elkaar lachend aan…. we wisten dat mensen ons graag horen zingen, maar meezingen? Ho maar.
Als het om zingen gaat zijn Nederlanders, ook Limburgers dus, een laf volkje. Ze zijn zo bang om af te gaan, dat ze zichzelf en de ander er maar al te graag van willen overtuigen dat zij echt niet kunnen zingen.
Als je dan langs je neus weg vraagt of ze wel eens meezingen met de radio? “O ja, heerlijk, ik heb de radio altijd aanstaan” Jokkerij dus, of… nou ja ergeren helpt niet. Maar wat helpt wel?

De pastoor is uitgesproken en er zijn al wat gezamenlijke gebeden gepreveld. De hostie wordt uitgedeeld, we vullen de ether op met nog een gezang.

Tussen de gezangen in komen herinneringen in mij boven. Geen dag zo goed voor mijmeringen als oudjaarsdag.
Hoe mijn dochter Karolien me ongelovig had aangekeken toen ik 7 jaar geleden vertelde dat ik die zondagochtend bezet was omdat ik moest zingen in de kerk.
“Huh? Jij? In de kerk? Je bent toch niet gelovig? Of ga je je nu ook laten dopen.?”
Het had haast als een verwijt geklonken.

“Waar maak je je druk om? Ze zijn hier muzikaal. Iemand had gehoord dat ik zangervaring had en vroeg of ik mee wilde zingen in het koor. Ik heb toen geaarzeld. “Ik ben niet gelovig, zelfs niet gedoopt.”
Maar dat vond niemand een bezwaar. Het was zelfs niet erg als ik niet steeds zou meezingen in de zondagse kerkdiensten. “U bent echt zeer welkom, kom gewoon een keer vrijblijvend”

Dat is intussen 8 jaar geleden, in het voorjaar.

Een kerkkoor, dacht ik toen, ik weet het niet. Met mijn ervaring in een groot operakoor had ik mij in een van mijn vorige woonplaatsen ooit gemeld bij een oratoriumkoor. Het duurde niet lang voor ik daar weer snel vanaf ging, niks voor mij. De mensen waren vriendelijk geweest, daar niet van. Maar die sfeer, zo benauwend.
Maar ja , dat was toen. Na een van de volgende verhuizingen dompelde ik me onder in een koor dat vooral Russisch-orthodixe gezangen instudeerde.

Dus toen het 8 jaar geleden kerstmis werd en ik in Zuid-Limburg het zingen miste en snakte naar wat meer kerstsfeer, trok ik de stoute schoenen aan. Ik liep de straat uit richting kerkplein, naar de nachtmis, om te luisteren maar vooral ook om te zìngen.
Benedictus was thuis gebleven. Grappig natuurlijk want hij is per slot van rekening wèl gedoopt en goed katholiek opgevoed.
De kerk was afgeladen vol. Ik kende nog niet veel mensen. Maar hoe gaat dat in zo’n klein dorp, zij kennen jou al wel snel!
Ik bleef bescheiden staan achterin, maar ik werd gewenkt. Er werd van verschillende kanten gebaard dat er plaats voor mij was.
Een beetje schuchter schoof ik op het einde, of begin? van een kerkbank.
Het was warm in de kerk, en prachtig, feestelijk kon je ook wel zeggen.

Mijn herinnering aan die avond is, dat ik verrast was door de de kwaliteit van het koor in dit kleine dorpje. Een dorpje van slechts 500 inwoners…. het overtrof mijn verwachtingen. Het klonk niet alleen zuiver maar echt mooi. Er werd nog meegezongen in de kerk. Iemand stootte mij aan ” u moet bij het koor gaan.”
De eerstvolgende repetitieavond, in het nieuwe jaar, was ik present. Ik viel in een warm bad. Het duurde niet lang of ik dacht bij mezelf, ” wat maakt het ook uit, ik kan ook op de zondagochtend meezingen. Zingen is gewoon heerlijk. Welbeschouwd kun je je afvragen of de klassieke muziek, de meerstemmigheid de akkoorden niet grotendeels te danken zijn aan de religieuze riten in Europa.”

Ik ondervond ook de sociale verbondenheid waar het kleine oude kerkje hier in het dorp nog een zichtbare rol in speelde.

Geïnteresseerd als we waren verdiepten wij ons samen in alle traditionele feesten in het dorp en de omringende dorpen. We – inmiddels zongen we beiden – hoorden in de nazit van de koorrepetities schitterende verhalen. Er werd veel gelachen maar er was duidelijk ook al het een en ander verdwenen. Het moderne leven brengt veel maar, zoals de zee, het neemt ook veel.

Vastelaovend hadden we al gadegeslagen, een carnavalsmis zelfs. Dat wil zeggen een mis op de zaterdagavond waar alle mannen die zo’n steek met lange fazantenveren dragen op de voorste banken zitten maar:
teleurstellend de liederen die speciaal voor hen bestemd zijn al niet meer durven (of kunnen?) meezingende. Er zijn heel wat feestelijke avondsessies voorafgaande aan de drie feestdagen, de stoet door het dorp met jawel Praalwagens en een heuse lichtstoet op een der avonden. Alles werd ons wekelijks aangekondigd door een eenvoudig dorpsblaadje in de brievenbus. Doop, communie, overlijden en geboorte … iedere inwoner wordt op de hoogte gebracht. Vergeet ik nog bijna de indrukwekkende uitvoeringen van de harmonie en de dansgroep.

Pasen…. met de geelversierde kruisen en bloemboeketten langs wegen en op vensterbanken, weer later het oude ritueel om vruchtbaarheid af te roepen over de akkers: op Hemelvaartsdag de den die gekapt en gehaald wordt door de jonkheid (de ongetrouwde mannen) onder aanvoering van de pastoor en feestelijk opgezet op het plein door slechts de mannen. Hoe het vakmanschap werd doorgegeven door eerst de oude al of niet getrouwde mannen te laten werken bij het opzetten. Het gaat kundig geheel met mankracht, volgens traditie, uiteraard onder het genot van biertjes. De vrouwen verzamelen zich ook op het plein en er wordt heel wat gekletst en gelachen.

Weer wat verder in het voorjaar. In verschillende straten zijn door buurtbewoners gezamenlijk bogen opgetrokken om het heilige te eren. Op de bogen zo mogelijk een spreuk.

De opmaat naar de bronkprocessie: Zondagochtend om 5 uur wordt iedereen gewekt door een trompetgeschal en een trom door de straten. Aan de slag: bloemen, vlaggen en vaantjes in kerkelijke kleuren worden van stal gehaald. Na een korte kerkdienst stelt de lange stoet zich op. Flambouwen, baldakijn en draagbaren met heiligenbeelden worden onder de mannen verdeeld. Vaandeldragers worden aangesteld; alle oude verenigingen dragen de naam van een heilig. De sfeer s vrolijk, opgetogen. Mensen zien er picobello uit.

Begeleid door de onder andere harmonie en het kerkkoor trekt al wie lopen kan plechtig eerst door de paar straten waar prachtge bijzondere mergelzand-figuren en bloemtapijten in het midden van de rijweg liggen. Rozenblaadjes worden gestrooid.

De stoet moet opletten er niet bbvenop te stappen terwijl de heiligenbeelden en vele vaandels van de verenigingen worden rondgedragen onder begeleiding van de drumband of een stemmige melodie van de Harmonie versierd zijn, en niet te vergeten de groep biddenden Wees gegroet Maria vol van genade…… Wie niet meeloopt staat langs de kant. De communikantjes zijn aandoenlijk en doen hun plechtige werk met bloemetjes bij elk altaar dat onderweg wordt aangedaan.

De vlaggen hangen uit, de dorpsvlag, de Limburgse vlag en de vaantjes die behoren bij zo’n kerkelijk gebeuren.


Na een rondgang door de straten vervolgt de stoet haar weg over de landweggetjes rond het dorp en houdt pas weer stil bij het verstafgelegen hoekje van het dorp. Ook daar bij een altaar om te eren te brengen met gebed, met wierook en zang en zelfs saluutschoten.

Als Bert Haanstra het geweten had, had hij het zeker verfilmd. We wanen ons in een ander tijdperk en toch in het heden. Niet verkeerd. Folklore? Ja ook maar de overtuiging voor de echte beleving was toch ook nog voelbaar en toerisme en commercie zijn onzichtbaar.
Kortom, een echt feest. Bij het laatste altaar op het kerkplein wordt wordt door allen luidkeels gezongen “o sterre der zee” en spontaan vatten de jongelingen elkaar bij de hand voor de reidans, de cramignon. Het dorp komt samen in muziek, in en om de harmoniezaal komen alle inwoners elkaar tegen.
Het hele jaar hangt van feesten aan elkaar, het is haast vermoeiend. Te veel voor een stelletje Hollanders misschien.
Maar we zijn er nog niet er is nog een weidefeest met een tractorenoptocht door het hele heuvelland, een kersenfeest waar de oude tradities nog teruggeroepen worden en er traditionele lekkernijen gebakken en gedronken worden. Dorpen verenigen zich op zulke bijeenkomsten.

Klaar?
eh nee, er is een eigentijds luidruchtig muziekweekend voor en door jongeren in augustus en na een wat rustige zomertijd maken ze zich op voor Allerzielen en Allerheiligen , een mis op de zondagmiddag krijgt een vervolg in een stoet die zich naar het kerkhof begeeft. De graven zijn allemaal gepoetst en het is een bloemenpracht.
Het jaar gaat op december aan.

Als ik terugloop naar huis, voel ik mij toch wat treurig om de teloorgang van de gebruiken. Natuurlijk, het geloof is niet meer wat het geweest is. Velen voelen zich ook bevrijd van de druk die ze voelden vanuit de kerk, sommigen zijn achteraf zelf een soort van boos.
En toch…. gooien we niet het kind met het badwater weg? Moet je mij nu toch horen; de ongelovige notabene.

In die luttele 8 jaren hebben wij “de Hollanders” al zoveel zien verdwijnen. Het kind van het badwater…. misschien toch een beetje dat kindje in de kribbe? Het kindje dat ons mensen wees op het belang van vergeving, van tweede kans maar vooral op de kracht van samen…. het schrille contrast met de ik-samenleving van 2023.

  1. De behoefte aan een intieme feestelijke sfeer in de donkere decemberdagen. Er wordt minder stil gestaan bij de oorsprong van de feesten en des te meer gedaan aan de bijbehorende kerstversiering.
    Nooit eerder waren er zoveel lichtjes in de staten, werden er zoveel verlichte en glimmende zaken aangeschaft in de tuincentra.
    Maar nu de school verdwenen is, het kerkkoor nog goed zingt maar oud is en ernstig uitgedund, de harmonie snakt naar jonge aanwas, de kerk geen geloof meer heeft en dus niet meer velen samenbrengt weet je dat de eenzaamheid groeit.

    Tijd voor een nieuwe bezieling in de kerk. Kerkbezoek hoeft geen plichtsgevoel te dienen maar moet weer een bron van vreugde zijn. Dat moet toch kunnen? Zelfs voor ongedoopten en mensen die al die heilige tradities maar onzin vinden. Het is immers toch de christelijke gedachte die onze normen en waarden gestalte gaf, ons rechtsstelsel zelfs, onze staatsinrichting ook. Dat mag en moet misschien ook wel, gekoesterd worden.

    Juist zo’n feest van lichtjes en muziek, als Pasen en Kerstmis biedt de mogelijkheden om ook ongelovigen te verleiden tot kerkbezoek.
  2. Mijn droom:

Er is haast een jaar weer voorbij. Het is herfst de eerste pepernoten zijn weken geleden al in de winkels neergelegd.
Er is veel gebeurd.
Door een donatie van een ongeruste inwoner gleed er in alle brievenbussen een blaadje vol oproepen.
Een provisorische dorpsraad was tot stand gekomen.
Daarin zaten ment name mensen die nog energiek waren maar vooral ook vanouds geworteld in het dorp.

Uiteraard zaten daar wat leden van de Harmonie en de drumband bij. De muziekverenigingen wareb al ruim 100 jaar de spil van dorpsactiviteiten.
Niemand had zich laten ontmoedigen door uitspraken als:
“jonge mensen hebben het nu eenmaal druk/ het leven is veranderd…..”

integendeel ze keerden het om:
“jonge mensen maken zich vaak te druk ze hebben behoefte aan een ander leven.”
“Jaja”, schamperde iemand, “om zichzelf op nieuw uit te vinden zeker. Depessiviteit onder jonge mensen komt toch ook door eenzaamheid met doppen in je oren. Onafgebroken aanstaan op je mobiel. We moeten overtuigen prioriteiten stellen, daar gaat het om. Thuis heb het vaak over prioritijd…ja met een lange ij en een d!!!, als je snapt wat ik bedoel.

Verwijten? Nee die waren er niet. Het startpunt was hoop.
Giel…. een oude boer en natuurliefhebber had gezegd… Geen mans van onder de 30 heeft gezien hoe rijk het land hier vroeger was. We joegen op patrijzen, er liepen hazen, en fazanten. De percelen waren begrenst met hagen die ruimte kregen. In de bermen groeiden spontaan wilde bloemen. Vlinders waren niet bijzonder en het aantal vogels niet te tellen. We zochten wilde champignons in de weilanden. De reeën werden niet opgejaagd door honden. Uilen vonden nog nestplaats in oude bomen. De koekoek liet zich elke lente horen.

De twee jongste leden van de nieuwe Dorpsraad, Sjanneke en Sjeng hadden beteuterd gezeten. Is dat echt zo kort geleden? Het klinkt als een paradijs.
Ja dat was het ook. Maar wel een arm paradijs misschien.
Hoe komt dat?
Ruilverkaveling zuchtte de oude garde aanwezig.

“Nou mensen,” sprak de oude Mia kordaat. “Het is hier gegaan als overal. Met nieuw kon verdiend worden, indruk gemaakt en achteraf zie je dat je te veel hebt weggegooid. We hebben wat te repareren.

Wat denken jullie van het vormen van werkgroepen?
Ik dacht zo: werkgroep Bronk 2.0 ….. gezellige bijeenkomst van te voren in de zaal. Nadrukkelijk ook voor jonge gezinnen… korte uitleg over de traditie.
workshop mergelfiguren maken
workshop nieuwe boog optuigen

workshop vaantjes maken

workshop bloemkunst

werkgroep voortuinen

bijeenkomst groen moet je doen

steen eruit groen erin….(hoe dan?) lief zijn voor je kleinkinderen
wedstrijd natuurvriendelijkste tuin/ insectvriendelijkste tuin/ eetbare tuin/
voor kinderen: de hoogste zonnebloem de mooiste vierkante meter

workshop koken zonder winkel
een stekkies ruilmarkt en in de zomer een markt van jammetjes en andere eetbare huisvlijt”

“Wacht effe. Maar we waren er toch om oude tradities te beschermen? “

“Word wakker, het is tijd voor een herontdekking van het mooie van vroeger! Niet alles was goed maar ook niet alles was slecht.”

“Dat is waar natuurlijk”, nam Frans Meertens het woord over. Hij was een jonge vader en had. Hij woonde sinds twee jaar met zijn vrouw en dochtertje in de Klompenstraat. Zijn Limburgse wortels hadden hem terug naar huis gevoerd na zijn studie in Utrecht.
“Ik zat meer te denken aan Sint Maarten met lampions, dat moet hier vroeger toch ook gevierd zijn?
Lastig, we hebben tegenwoordig natuurlijk de 11de van de 11de die hier oppermachtig is.
lampionnenoptocht dus…en lampions maken voor jong en oud en de school vragen om liedjes aan te leren…. of het koor en de harmonie.”

Annie zwaaide met een hand in de lucht: “Wacht jullie zijn nu al met november bezig maar Pasen.
Vroeger was hier een pastoor die de kinderen in zijn tuin liet eieren zoeken.
Als we nu eens door het hele dorp in de voortuinen eieren verstoppen en een mooie paaskrans maken / verkopen voor het goede doel.
De kinderontspanning kan wel wat extra geld gebruiken.”

Elly ging staan. “Mensen kerst… dat is een feest voor iedereen. Kerst en kerstvakantie daar ontkomt niemand aan. Daar ligt een enorme kans. Maar het is een zaak van planning en samenwerken met àlle verenigingen die we hier kennen. Met alle bedoel ik dat oude en nieuwe inwoners meedoen, jong en oud en dat de term “hollanders” niet gebruikt wordt. Het gaat om de eendrachtige samenwerking, de eenheid. Gut moet je mij nu horen \. Maar echt Plannen betekent op tijd beginnen luister.…”

en zo was het gekomen:
In de laatste week van september zat de vrouwenvereniging bijeen en inventariseerde de mogelijkheden om samen prachtige dingen te fabriceren voor een kerstmarkt.
Al snel kwam naar voren dat het niet louter een zaak van vrouwenhand mocht zijn.
Op verschillende tijden in de week zou er gezamenlijk geknutseld kunnen worden. Er werd hulp ingeroepen van de mensen van het repaircafé, van de vluchtelingen die in het dorp les krijgen,
er werd ruimte bedacht om materialen en eindproducten op te slaan
vogelhuisjes, sieraden, houten kerstbomen, kerstmutsen en sjaals boomversiering, kerstkransen, kaarsen, servetten, tafelkleden, verlichte huisjes, kerstkaarten, kerststalletjes van hout en allerlei materialen en ga zo maar door. Een grote stormvaste kerststal voor op het plein van de harmoniezaal.


Via een speciale website www.ikkeldermetonsallen.nl bleef iedereen op de hoogte en groeide het enthousiasme. Zelfs de grootse pessimist werd aangestoken door het geloof van de optimisten.
Zelfs een verhalenwedstrijd kwam op het programma. Iedereen kon ze lezen en een cijfer geven. De drie beste verhalen zouden worden voorgelezen tijdens de kerstviering.
Er werden kleine kerstensembles gevormd voor Ikkelder zingt en speelt …. Er waren prijzen te winnen voor zang en muziek.
Wat niemand voor mogelijk had gehouden gebeurde. Bewoners maakten tijd en kwamen elkaar vaker tegen op straat.

En een wandeling werd bedacht. We kunnen niet wegblijven bij de kribkeswandelingen…we sluiten aan. Maar dan wel op Ikkelderwijze.
De pastoor is bereid mee te helpen door kerststallen beschikbaar te stellen. Huis aan huis werd gevraagd om mee te doen, “heeft u plaats voor een stalletje?”

Ondertussen was er een werkgroep bezig et het zoeken naar kerstvertellingen en liederen uit de hele wereld om die op de een of andere manier bij de verschillende kerststallen aan wandelaars over te brengen.
Een kerststallenswandel-rally was ook in de maak voor gezinnen met kinderen en iedereen die een frisse neus moet halen in december.
Kortom het dorp begon te bruisen en het gonsde steeds harder naarmate kerstmis dichterbij kwam.


De kerstmarkt

De eerste zondag na Sinterklaas was het zover:

Bij de 2 hoofdingangen van de Dorpsstraat stond een boog stemmig versierd en verlicht.
In de plaatselijke pers en media was alles aangekondigd.
Voor de ingang van de zaal stond een gezelschap in Dickenskledij kerstliederen te zingen met en in afwisseling met muzikanten van de harmonie. Er was ook een modernere groep met swingende Amerikaanse kerstliederen.

Ook stond er een wafelbakker en waren er koekjes en andere lekkernijen te koop. Het zag er allemaal zo mooi uit.
En natuurlijk was er ook iets lekkers te drinken koffie of een beker chocolademelk of glühwein. Voor een keer een feeststemming zonder bier.
In de harmoniezaal waande je je in een winterpaleis met een betoverende kerstmarkt. Het aanbod had ieders verwachtingen overtroffen. Was het niet te veel? Zou het allemaal wel van de hand gaan?

Er was een prachtig boek te koop Kerstmis voor en door Ikkelder. met de kerstverhalen die waren ingeleverd. Verschillende kunstenaars hadden er zelfs illustraties bij gemaakt. In de voorintekening waren er al 150 boeken verkocht. Wie vandaag mis zou grijpen kon zijn naam opgeven en was verzekerd van aflevering nog voor kerstavond.

Elk uur werd er even stilte gevraagd door 2 leden van de jonkheid verkleed als Notenkraker samen met een prachtige tune van een trompet en een tamboer. Dan lag de verkoop even stil. De aandacht was voor 1 kerstverhaal voorgelezen door een van de kinderen. Naast de voorlezer een schaal voor de vrije gave.


Op het plein voor de kerk stonden prachtige kramen rond de hoge kerstboom en op de weg naar boven richting de kerk en op het plein van de kerk.

Een arrenslee met belletjes op wielen met een levensgrote Rudolf met rode neus papier-maché stond op een onderstel van wielen voor een euro kom je van de zaal naar de kerk glijden. Op het kerkplein stonden verschillende koren te zingen en een koperkwartet te spelen.
Bij de ingang lagen gekleurde kaartjes in de vorm van bal of ster of engel om een wens op te schrijven die je dan binnen in de grote kerstboom kon hangen.

In de kerk was het prachtig verlicht en versierd Alle stalletjes die kinderen thuis gemaakt hadden stonden er opgesteld. De bezoekers bij de uitgang aangeven welke stal volgens hen de mooiste was.

Buiten de kerk stond al wel een stal met een os en een ezel, schapen…en een lege kribbe want het kerstkind lag er natuurlijk nog niet in.

Bij de kerkdeur lag de route voor de kerststallenswandel-rally erbij. Wie vandaag in de kerk inleverde kreeg een bon voor een gratis wafel en een beker warm vocht.

In de kerk waren 3 sessies “kerstliederen zingen met en zonder kinderen van samen zingen” onder begeleiding van orgel en fluit en viool en wat slagwerkers van de harmonie. De dirigent van het kerkkoor en het koor van oude knarren was er. maar ook een popzangeres. Geloof in muziek! Kom binnen. Zingen is voor iedereen.(ook voor ongelovigen) stond er in zwierige letters bij de ingang.

Om 5 uur ging er een dorpsomroeper door de straat. De kramen waren haast leeg.
Komt allen naar het kerkplein “komt allen tezamen”
De oudste inwoner van het dorp klom stond op een verhoginkje van de kerk.
Leef lui van Ikkelder

Ik ben emotioneel van ons prachtige dorp.
Nooit durfde ik te denken dat we Ikkelder zo mooi op de markt konden zetten.
Van de opbrengst -en ik verzeker u allen, die is onverwacht groot-
zullen we een prachtige dorpstuin inrichten waar iedereen kan genieten van bloemen en kruiden en verder zullen we er Ikkelder aan tafel uit bekostigen. Daarover meer in het nieuwe jaar..


Dan wil ik nu naar voren roepen Geert Vermeulen Anja Jacobs en Jos Pastoors, Ari Smeets Marieke Jansen en onze dorpsoma: Mietje Molenaar.
3 winnaars van de kerststallenwedstrijd en 3 schrijvers in den dop!
Prijzen werden uitgedeeld onder luid applaus.
We hebben talent hier in het dorp.
Ik wil zo vreselijk veel mensen bedanken, er is geen beginnen aan. En daarom….
daarom begin ik gewoon niet, ik noem geen namen.
Ik zeg gewoon: ons dorp leeft, ons dorp bruist, Ikkelder….bedankt!!!!!
Een stormachtige bijval klonk op, de handen gingen op elkaar trompetten schetterden, er werd gefloten en hoera geroepen.

En tot slot vraag ik aan de harmonie die zich hier zojuist heeft opgesteld om nog wat te spelen waar wij bij kunnen zingen.
En……
Ik hoop dat we velen van u, van jullie dit jaar ook op kerstavond in de kerk kunnen begroeten. De kerk is van het dorp en als je niet gedoopt bent of niet meer gelooft geloof die ene avond dan toch in elk geval in ons dorp, i de vrede en in de muziek, in de kracht van samenzijn.

Er werd geklapt en 20 minuten lang zongen velen de longen uit het lijf. De organisatie, moe maar voldaan ruimde fluitend op.
Er werd nog uren geteld….. zoveel? Niet te geloven.
En kerstavond was in lange tijd niet zo mooi geweest als dat jaar na de kerstmarkt.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Van wie is de taal….? Van ons allemaal!!!!

Niemand! De taal is van ons allemaal. We kunnen wel een taalorm afspreken maar de taal als instrument is ons gemeenschappelijke sociale gereedschap. Niettemin gaat het af en toe mis bij de instituten die zich gedragen als taaltsaar. In sommige landen leven groepen mensen aan wie het verboden is om hun eigen taal te spreken of te schrijven. Omdat je op die manier kinderen vervreemdt van hun eigen cultuur en dus hun eigen geschiedenis hoopt een regime een volk in haar macht te krijgen.
Gelukkig hebben wij daar in ons land geen last van. Dat wil zeggen..…
De woke-cultuur van de afgelopen jaren heeft veel mensen zo vreselijk bang gemaakt om voor racist uitgemaakt te worden dat ze het woord zwart”in veel uitdrukkingeen samengestelde woorden niet meer in het openbaar durven uitspreken. En zelfs de officiele taalinstituten bewegen mee met die trend.
Ik neem als voorbeeld wat ik onlangs op de radio hoorde in het natuurprogramma vroege vogels. Het onderwerp was de benamingen van planten en dieren die de laatste jaren regelmatig aan verandering onderhevig is.
Het begon al met de opmerking dat er nog steeds veel geharrewar is over de naamsveranderingen zoals roodborstje …roodborst, puttertje….putter winterkoninkje winterkoning.
Er zijn blijkbaar mensen geweest die zich ergeren aan de uitgang die aangeeft dat het kleine diertjes zijn. Wees eerlijk ….het is liefkozend en liefhebbend. Bovendien gaat het ook echt om kleine diertjes… dat voelt een ieder ook meteen. We spreken niet van een adelaartje. Maar dat piepkleine vogeltje dat winterkoninkje heette moet je niet verwarren met koning Winter en als je het hebt over een putter denk je eerst: en wat put hij dan? hebben we het over de golfsport? of daar heb je de Jantjes daar komme ze an, de mannetjesputters, van Rotterdam ….stoere kerels!!!
Roodborst brengt je al snel bij een adelborst…. heeft niets met vogels van doen.
Wie had er eigenlijk last van die namen? Waarom zou je de namen van dieren zodanig veranderen dat je over een poosje oude boeken over vogels niet meer goed kunt begrijpen. De mensen die deze veranderingen opleggen nemen zelf de term taalzuivering in de mond. Bij mij roept dat een huivering op. Nog erger dan een taalpolitie.
U weet hoe Putin dat aanpakt? Geen oorlog maar een speciale operatie…. en waag het niet om het woordje oorlog uit te spreken. of etnische zuivering…. niet zo schoon.

Ik overdrijf niet. Zuivering….Dat gebeurt namelijk als je de naam Kaffirzwaluw verandert

De kaffirzwaluw werd opgevoerd. De vogelliefhebber natuurfotograaf spreekt het uit als kafferzwaluw. Toch maar goed als dat beestje een nieuwe naam krijgt omdat mensen aanstoot nemen aan die naam want de kafferzwaluw…. (Andrea van Pol werd er zenuwachtig van…. ja, u heeft die naam nu al twee keer uitgesproken, dat is wel genoeg)
Voetstoots wordt aangenomen dat het een scheldnaam is voor een afrikaans volk (Bantoevolk)
Maar klopt dat wel?
E als het zo is, wat dan dan nog! Moeten we dan die naam dan uit de geschiedenis schrappen? Nemen gedane zaken daadoor keer?

Als je achternaam Eijkel is en dat woord wordt heden ten dage als scheldwoord gebruikt, moet je dan uit je stamboom stappen door een nieuwe naam aan te nemen? Verandert dat iets aan wat zich in de geschiedenis heeft afgespeeld?

Houden mensen daardoor op met schelden, met pesten. Moet je je schamen voor je lieve overgrootvader omdat hij “zo’n rare naam” droeg?

Waartoe dienen achternamen eigenlijk?

Stel, je ontdekt dat een van je voorvaderen een ploert was, misschien een slavendrijver maar het kan ook zijn dat hij binnen de grenzen van ons landje een moordeaar was, een uitbuiter, een dief of een verkrachter. Wat gebeurt er dan als je een andere achternaam aanneemt? Dan doe je toch al die mensen die je wel graag in je stamboom wil vinden ook in de zak, is dat de bedoeling? Een postume belediging.

ander voorbeeld:
Adolf Hitler ….”je zal toch maar Adolf heten”, hoorde ik eens. Maar luister, er zijn meer hondjes die Fikkie heten. Die akelige misdadiger was ook genoemd naar een andere Adolf, maar wel een Adolf die niet zo verderfelijk was. Geen enkele reden dus om een keurige, lieve bewonderingswaardige Adolf in je familie niet te vernoemen of zelfs verstoppen.

Als je je verdiept in de geschiedenis van een woord en je neemt de moeite om zaken van alle kanten te bekijken ga je anders oordelen en wellicht ook minder snel veroordelen.
Angst is een slechte raadgever, en lafheid redt de beschaving niet.

Terug naar de Kaffirzwaluw. Inderdaad het woord kaffer wordt gebruikt als scheldwoord. Er zijn destijds ook mensen gemeden en gestorven omdat zij vliegende tering hadden …teringlijders. Niet het woord is verkeerd, de mensen die het woord zo negatief gebruiken deugen niet.

Als juf schreef ooit bewust het woordje POEP op het bord. De leerlingen keken verschrikt….een vies woord. Ooohhhh ! Vies? Ik veegde mijn hand over het woord op het bord, keek naar mijn handpalm: alleen een beetje krijt, is dat vies?

Kaffir is een woord van semitische oorsprong. Vanuit het Jiddisch kwam het in onze taal terecht. Boeren werden daarmee aangeduid, en veehandelaren. Door de vervolgingen gedurende vele eeuwen kwamen er vooral in Amsterdam relatief veel Joden wonen en dat zie je terug in de taal.

Een duikje in de geschiedenis:

Zo’n duizend jaar geleden, in de 11de en 12de eeuw, begonnen Kerk en overheden de joden meer en meer te beschouwen als een gevaar voor de christelijke samenleving. Contact met hen moest zoveel worden vermeden, joden mochten geen publieke functies bekleden, grond bezitten of christenen in dienst hebben. Ze konden niet toetreden tot een handels- of ambachtsgilde. Als jood werd het zo verdomd lastig handel te drijven of een ambacht uit te oefenen. Wat hen restte, was in elk geval de geldhandel, voor christenen verboden, maar niet voor joden. In de 11de en 12de eeuw werd in West-Europa de ruilhandel vervangen door de geldhandel. Maar in 1179 verbood de Kerk het uitlenen van geld tegen rente aan medegelovigen, zich beroepend op een bijbeltekst. Joden sprongen in dat gat, want zij waren geen christenen en vielen buiten het kerkelijk recht. Geleidelijk raakte de geldhandel zelfs voor een belangrijk deel in joodse handen. Natuurlijk kwam daar gedoe over. Als geldverschaffers kregen Joden de reputatie van woekeraars.

Joden waren dus eeuwen lang zelden boeren.
Of het daardoor komt of door de algemene hoogmoed van stedelingen; voor Amsterdammers was vroeger, en misschien nog stééds, iedereen buiten de stadsgrens een boer.
Een beetje negatief. En het woord boers wordt in onze taal vaak gegruikt voor onbeschaafd en onbehouwen.

Het Jiddische woord kaffir betekende boer en/of veehandelaar. Niet zo zeer een scheldwoord. Wèl een woord dat aangeeft dat het niet om mensen uit eigen kring gaat. De zigeuners zeggen gadjo (jiddisch gajes) voor de niet zigeuners.

En de Arabieren duiden de ongelovigen, de niet-moslims aan met het woord Kaffir. Dan is er ook nog een regio in het noord-oosten van Afghanistan dat Kaffirstan heet. (een religieuze afsplitsing?)
Heeft dus niets met discriminatie van een Afrikaans volk met een andere huidskleur te maken.

Als je niets kwaads in de zin heb, durf dan gewoon je eigen taal te gebruiken! Iemand voelt zich beledigd? Leg uit waarom dat echt niet nodig is.
Besteel het beestje niet van zijn naam. geen pijlstaartzwaluw maar een kaffirzwaluw.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen