mijn wortels

De wortels van mijn stamboomstamboom

Dit “boek” is nog lang niet af: stikvol zaken die verbeterd en aangevuld moeten worden

Wat een levens;

Ongeluk kom je tegen, Geluk moet je vinden

NB het idee is om alles van foto´s en tekeningen te voorzien die bij het verhaal horen, aan de hand van welke ik eigenlijk ook het verhaal opteken.

Perron gelukkig
Ik legde de oude plakboeken van haar pas overleden moeder met zorg in een van de laden in de oude eikenhouten kast. Er was een beschaafd gevecht geweest over de kast. Erfenissen zijn toch altijd lastig. Mijn oudste broer had de kast de deftige benaming gegeven van pièce de résistence.
Wat zou mama lachen om deze poeha.secretaire
Alle drie hadden ze de kast graag willen hebben. Maar mijn oudste broer kwam met het argument dat hij er buitengewone jeugdherinneringen aan had. Ja uiteraard had hij er eerdere herinneringen aan dan zijn jongere broer en zus maar dat was geen steekhoudend argument. Ze hadden er ten slotte om gedobbeld.
De kast of nee de ***secretaire van opa….waar die hem had opgescharreld?
Als kind had ik de kast zo hoog gevonden maar nu leek het toch niet meer zo’n groot meubel.
Het koperbeslag was altijd kwetsbaar geweest. Als de klep naar beneden ging waren er 6 laatjes te zien en een plank met een gebogen lade erboven. En in het midden een deurtje.
Als kind was het mogen zien altijd een gevoel van het betreden van een heilige kamer geweest. Daar stonden allerhande kleine snuisterijen van lang geleden. Een prachtig herdertje en een herderinnetje van porselein met een mandje. Mijn moeder zette er vaak gedroogde strobloemetjes in. Er waren kopjes met een gekarteld randje als was het van kant en een paar *****theekopjes met parelmoerglans. Een raadselachtig kistje met parelmoer bezet waarin een dubbele bodem, een vaasje in de vorm van een bloem ook duidelijk uit andere tijden. En dan was er nog een heel *****oud poppetje in Duitse klederdracht, een popje met een porseleinen kopje wat haast uit elkaar viel. Op het hoofdje zat echt haar en in de mond zag je kleine witte tandjes. En een nog ouder aandoende pop, kleren haast verteerd, een been kapot, maar heel bijzonder met een zwart gezicht Ik werd altijd overvalloude brievenen door een gevoel van eerbied voor…ja voor wat? Voor de geschiedenis.
Toen ik het tweede plak- en fotoboek in de diepe la wilde leggen zag ik dat er een enveloppe tussen de bladen steken. Nieuwsgierig schoof ik de inhoud naar buiten.
Brieven. Brieven van vader aan haar moeder. Opa. Grappig te zien dat het handschrift van de opa die ik helaas nooit had gekend heel erg veel gelijkenissen vertoonde met dat van haar moeder.

In het fotoalbum van mijn oma had ik ooit de dit trouwkaartje  aangetroffen, toen waren ze samen toch gelukkig geweest.

SAM_0535SAM_0537

Mijn oma werkte op een school in Rotterdam mijn opa was smid en een jongen met handelsgeest en lef. Harde werker als hij was zette hij samen met Klaas, de broer van zijn grote liefde een bedrijf op in hele goede vijlen. Hij reisde stad en land af ging ook naar het buitenland zelfs. Daar was hij ook niet bang voor want als lid van het beroemde koor de Wognummers uit Wognum had hij al heel wat van de wereld gezien. Hij had niet de kans gekregen om zo lang op school te leren als mijn oma maar succes bleef niet uit. Hij verdiende genoeg om een bedrijf te vestigen in Utrecht. de BEUWA.  Hij kocht een mooi huis in de  En ze kregen een dochtertje:

SAM_0538Ze woonden in Utrecht in een mooi huis aan de Hendrik de Keistraat in Utrecht. Het bedrijf lag aan een werf langs de mooie oude gracht van de domstad.

SAM_0537

De Hendrik de Keijzerstraat was een vrij nieuwe buurt in die tijd en er werden zelfs ansichtkaarten van gedrukt omdat het er nooit uitzag. Het lag vlak bij het Wilhelminapark. Een heerlijke plek dus eigenlijk om op te groeien. Helaas duurde het huwelijk niet lang. Jammergenoeg heb ik er nooit met mijn oma over kunnen praten en ik weet niet eens of mijn moeder zelf ooit het naadje van de kous geweten heeft. Maar na 5 jaar huwelijk werd Jakoba verliefd op een Duitse medewerker van het bedrijf. Ze werkte op dat moment niet op een school maar hielp haar man bij de administratie. Ze verliet het huis aan de hendrik de Keijzerstraat, nam de kas mee en liet haar vijfjarige dochtertje achter.

hendrik de keijzerstraat

Mijn opa was verbijsterd en gebroken en …..failliet.

Lieve Lily stond er steeds boven en ten slotte in zwierige letters: Paps.
Paps, ha dat had ze ooit zelf gezegd tegen haar eigen vader maar die had zijn afkeuring over deze benaming niet onder stoelen of banken gestoken. Had dat iets te maken met de relatie tussen vader en schoonzoon? Daar zou ze wel nooit achter komen. De familiegeschiedenis zat vol met geheimen en gesloten boeken.

Van jongs af aan ben  ik lichtelijk jaloers geweest op kinderen uit grote familie. Kinderen met veel broers en zussen en ooms en tantes en liefst ook nog opa’s en oma’s in de buurt.
Nu besef ik dat juist het feit dat alle gezinnen uit de nabije stamboom van haar moeder zo compact waren er waarschijnlijk aan hadden bijgedragen dat de geheimen bleven waar ze waren.
Maar nu had ik toch een sleutel gevonden misschien. De dunne ragdunne velletjes papier waren tot aan de randen gevuld met groenige letters. De inkt was aan het verbleken. Vulpeninkt vulpenwas het ongetwijfeld. Opa sprong zuinig om met papier. In de marges schreef hij rustig verder dwars op de schrijfrichting.
Ik schonk mijzelf een kop thee in en ging zitten in de grote stoel onder de schemerlamp. Goed licht maakte het ontcijferen van het handschrift makkelijker.
Opeens zag ik mezelf toen ik een jaar of 10 was. Ik deed boodschappen voor haar moeder. Mama had me een boodschappenlijstje meegegeven. Eenmaal in de winkel kon ik het met de beste wil van de wereld niet lezen. De mevrouw achter de toonbank dacht dat zij het wel kon. Maar nee, ook dat lukte niet. Kan het zijn dat je moeder ….moest hebben? Eenmaal weer thuis zei mama dat ze juist geroemd werd om haar mooie handschrift vroeger.
Het was toch heel duidelijk?
Nou mam het ziet er heel mooi uit maar ik ken niemand die zo schrijft. Ik kon het niet lezen en in de winkel konden ze het ook niet. Vroeger konden ze dat misschien, maar ik kan het niet lezen hoor. Tja, hoe kon ik dat weten?
Later had ik een eigen strategie bedacht; als ik thuisSAM_0505 was moest mama het lijstje eerst zelf hardop lezen, of ze schreef het zelf en als het dan nog mis ging dan bestelde ze gewoon het goedkoopste wat ze kon bedenken, bijvoorbeeld fabrieksboterhammenworst of een krop sla bij de groenteboer.

Dat handschrift en het schrijven had mij als kleuter al geïntrigeerd. Ik herinnerde me hoe ik mijn moeder nadeed in het maken van letters. Letters kende ik nog niet maar als je met een potlood of pen net zo over een papiertje kraste als mamma dan leek het net echt schrijfwerk.
Nu pas realiseerde ik me dat ze die bezigheid eigenlijk altijd had verkozen boven het tekenen. Mijn broers hadden vast veel meer getekend toen ze klein waren, ze waren er veel beter in en dat was zo gebleven. Tekenen, schilderen, fotograferen, schrijven, pianospelen wat had mama niet gekund?SAM_0478
Maar in de eerste plaats was ze een moeder geweest, onze moeder. Een onzekere moeder ik had vroeger geen kinderen om me heen, ik ben niet zo goed in kinderen, hoe vaak had ze haar moeder dat niet horen zeggen? En altijd had ze het tegengesproken. Wat fijn had het gevoeld dat de kinderen zo verschrikkelijk gesteld raakten en bleven op deze atypische oma.
Oma….
Nu heb ik de brieven in handen van mijn opa. Ze zijn niet voor mij. Mag ik ze eigenlijk wel lezen? Waarom heeft mamma die brieven bewaard? Was het in de hoop dat we er toch kennis van zouden nemen?
SAM_0011Ik heb mijn opa één keer gezien maar kan het me niet herinneren. Ik was beslist heel erg klein. Ik had hem zo graag gekend. Waarom? Omdat die moeder van mij altijd met zo veel liefde van haar vader verhaalde. Meteen zie ik de foto voor me waar mijn moeder als meisje van ongeveer 11 jaar met haar vader gearmd door Utrecht stapt. Opa met een hoed op en mama met een hoed op, ze ziet er gelukkig uit. Ze lacht, een trotse vader met dochter. Ach ja die hoeden. Mijn moeder had een stel goedwerkende hersens maar die zaten bovendien verpakt in een grote hersenpan. Hoeden waren altijd te klein, openingen van truien vaak te krap. En bovenop dat hoofd groeide bovendien nog een hele dikke weelderige golvende haardos. SAM_0592

Toen die haren wat dunner werden op hoge leeftijd had mijn moeder het idee dat ze haast kaal was. Wij lachten daarom.
***Dat kiekje is vast genomen op een zondag. Door wie eigenlijk? Op zondag waren in de binnenstad van Utrecht de bakkerswinkels open tot twaalf uur en naar goed gebruik van mijn opa haalden ze elke zondagochtend een gebakje.

Mijn opa had een auto ***!!daar reed hij mee door Nederland voor zijn werk. Mijn eigen ouders hebben gek genoeg, geen van beiden ooit leren rijden en zelf heb ik gewacht tot ik 40 was voor ik achter het stuur wou zitten. Opa Waterdrinker reed langs de kronkelende rivier de Vecht en mopperde over de gevaren van deze weg in het donker. Maar op vrije dagen toerde hij daarmee ook samen met zijn dochter. Op zekere dag besloot hij onderweg tot een picknick in een stukje boerenland. Hij klom over een hek spreidde een picknickkleed uit en zette daar een mand met inhoud op. Opeens stond daar een diender die het er niet mee eens was. Hij maakte zijn excuses maar hield gelijk een mooi verhaal op over een verjaardag en door zijn charme mochten ze gewoon blijven zitten.

Liefje, meestal Lili genoemd hoorde vooral bij haar vader, niet zozeer bij haar moeder. Ze was vernoemd naar haar grootmoeder,SAM_0159 de moeder van haar vader en behalve de naam hadden ze ook een gemeenschappelijke verjaardag: 16 oktober. Dat ontdekte ik trouwens pas na haar dood toen ik verder zat te struinen in de stambomen op internet. Wist ze het zelf? Ik weet het niet, ze heeft het me nooit verteld.
Ze had een vreselijke hekel aan haar naam. Hoewel ze er ook verholen wel trots op was, een echte oude Hollandse naam net als haar achternaam. Maar wanneer de meester op school je voor de grap zo voor de klas roept: “Stoutje Bierdrinker, kom jij eens voor het bord!” is het goed voor te stellen dat je jezelf een andere naam wenst, wanneer de hele klas daarom moet lachen en je ook verder al in zoveel zaken uit de toon valt Ze had maar één voornaam en bleef haar hele leven worstelen met die naam. Als artiest veranderde ze haar voornaam heel wat keertjes.

La-penseuse.jpg

Wat hebben we naderhand verschrikkelijk lachen toen mijn mentor van school op bezoek kwam bij ons thuis. Ik zat op een linkse school in de tijd van de anti autoritaire opvoeding, de leerlingen mochten hun leraren alleen met de voornaam aanspreken. Jaques la Grand stelde zich voor:….en eh zegt u maar Jaques hoor. Mijn moeder lachte vriendelijk schudde hem de hand en zei: “noemt u mij dan maar Liefje.”
Mijn leraar die van nature al was rossig was, had opeens de kleur van rijpe tomaat. Of hij ooit begrepen heeft dat het mijn moeders echte naam was? We lagen later dubbel van het lachen.
What’s in a name? Meer dan je denkt.

Toen mijn niet religieus grootgebrachte moeder later meer wilde weten over de symboliek in tal van christelijke kunst ging ze 1937 -1939in Amsterdam op catechisatie bij Dr. JCA Fetter.. .
In het plakboek een krantenartikel naar aanleiding van het overlijden. Daarnaast Zijn vrouw belde me op, dat was geloof ik op de dag na mijn verjaardag. Hij zou de 17de oktober op zijn bromfiets naar mij toe gekomen zijn. “Goeie ouwe fetter.”
Zijn dagopening op de radio:
“luisteraars, ik heb het boetekleed aangetrokken” .
Fetter was niet zomaar een dominee. Hij trok altijd volle kerken, hij boeide waar hij ook was. Terwijl ik dit zit te schrijven zoek ik het eens na:
Johan Carel Antonie Fetter
(Stadskanaal, 12 oktober 1885 – ’s Gravenhage, 24 juni 1959)
In het jaarboek van de maatschappij der Nederlandse letterkunde uit 1960 worden heel wat woorden aan hem besteed. Een rode dominee, geboren in Stadskanaal, opgegroeid in de Zaanstreek. Een dominee met grote aandacht voor de letterkunde. Een man die ook voor de radio preekte en zijn preken steeds meer doorspekte met socialistische taal. Ik citeer:” * Maar niet alleen als prediker was hij gevierd. Stad en land heeft hij meer dan veertig jaar afgereisd met zijn lezingen over religieuze en andere onderwerpen. De kringen waarvoor hij optrad, waren vele: Ned. Prot. Bond, Vrijz. Hervormden, het Nut, Volksuniversiteiten, Religieus-socialistisch Verbond, Geheelonthouders, Barchembeweging
*In Rotterdam vooral (hij was daar ondervoorzitter van de Volksuniversiteit, hoofdcommissaris van het Leeskabinet en rotarian) zat hij helemaal in de cultuur en kon het zelfs gebeuren, dat Johan de Meester(operazanger), niet bepaald een domineesvriend, aan een diner tegen hem zei: ‘ik heb altijd wel begrepen dat u niet zo’n gewone dominee is’.
Toen mijn moeder de catechisatie voltooide liet ze zich zelfs dopen (mijn mond viel open van verbazing toen ze me dat vertelde) in de Westerkerk in Amsterdam. Deze dominee die zo vrijzinnig was kon haar echter niet Liefje dopen, hij was bang dat met dat niet zou begrijpen en verkeerd zou uitleggen. Ze werd daarom dus Lily gedoopt.

Mijn verbazing toen ik het hoorde werd ingegeven door mijn wetenschap dat mijn moeder niets van de kerk moest hebben. En nog minder van de RK kerk. Ze had een diepgewortelde angst voor alles wat katholiek was. Ze vertelde me ook dat ze een katholiek vriendinnetje had in Utrecht toen ze nog op de lagere school gang. Dit meisje vertelde altijd de vreselijkste verhalen over wat er met ongedoopte mensen gebeuren kon. Als ze dan langs openstaande deuren van een RK kerk liep, begon haar hart te bonzen en was ze altijd weer blij dat ze de kerk zonder kleerscheuren gepasseerd was.
Toen ik klein was had ik ook een katholiek vriendinnetje: Wiesje. Zij kwam ook met dergelijke verhalen. Het maakte op mij niet zo’n indruk. Ondertussen deed ik achteloos aan trampolinespringen op het bed van mijn grote broer.
Er bleef altijd die ongerede angst voor het katholicisme. Toen mijn kinderen, haar kleindochters helemaal gek waren op de Sound of Music en mijn 5 jarige jongste dochter ook nog eens beweerde dat ze non wou worden , net als Maria in de film, en zelfs op vakantie in het buitenland, kerken wilde bekijken werd ik ernstig gewaarschuwd om te zorgen dat mijn dochtertje zich niet zou bekeren. Het fenomeen Paus bleef een gevaar. Eigenlijk is deze houding van mijn moeder nooit goed te begrijpen geweest. De 80-jarige oorlog was toch al wel lang geleden.
Die naam Liefje kwam later nog één generatie verder. Hoewel mijn moeder mij, haar zwangere dochter bezwoer een eventuele dochter geen Liefje te noemen deed ik dat tóch. Uit liefde en dankbaarheid, voor mijn moeder die het zelf zo moeilijk had gehad maar altijd thuis was als je haar nodig had. Maar ik gaf mijn dochter ook nog een andere naam om als roepnaam te kunnen gebruiken. Mijn dochter. Koesterde een diepe genegenheid voor haar oma en dat was wederzijds.
Wat een schok moet het geweest zijn dat haar vader haar onverwacht alleen achterliet bij haar moeder in een andere stad.
SAM_0218Twaalf jaar was ze toen. Een meisje uit het centrum van Utrecht. Een kind van gescheiden ouders. Een meisje dat vertroeteld was door de opeenvolgende huishoudsters van haar vader. Huishoudsters die hij aanstelde omdat hij zelf vaak onderweg was voor zaken en bovendien hoopte hij altijd weer dat er een relatie zou ontstaan. Maar een huwelijk kwam er nooit van. Mamma had het vaak verteld. Er waren hele lieve vrouwen bij geweest. Opeens waren ze dan weg omdat ze trouwden en dan kwam er weer een nieuwe in betrekking. Een enkele keer had ze nog wel eens een van hen terug gezien.
Ik stuit op een envelop met een briefje waarin ene Doetje schrijft:
Hij heeft een moeilijk leven gehad Lief, dat zul je nu je zelf getrouwd bent en ouder bent, beter begrijpen. Lief, meiske ik had zo’n medelijden met jou, aldoor die verschillende juffrouwen dat was geen prettig leven. Weet je nog dat je bij mij hebt gelogeerd in Leeuwarden?
In het plakboek lees ik:
De eerste huishoudster die ik mij herinner was juffrouw Schel uit Rotterdam. Vervolgens juffrouw Wagner, dan Dé Veenman , toen kwam Riek (de aardigste)van de ***Pol uit Nijkerk (bij de slager), toen Boersma. Dat betekende heel lang brood met biefstuk. Ik droeg haar truien in de strenge winter van 29, Toen kwam Asta Meijer uit Wormerveer een Indische dame maar toen woonde ik vanaf Pasen 1931 in Den Haag.

Ik logeerde bij alle families en maakte kennis met de gekste gewoontes.
Ook dan werden er briefjes geschreven :

Lieve Papa                                           Donderdag 12 april,
Ik weeg 68 pond, eerst 62
Ik heb twee buurmeisjes
We zijn met Jufs zuster en Henneke en treintje naar Nunspeet geweest en we zijn naar de zee(Zuiderzee) geweest op de fiets., ik zat achterop.

En

Beste Juf
U hebt de verkeerde kousen meegegeven. Wilt u dan gauw een paar andere meebrengen?De drommels Ik verdraai ‘t . U hoeft ’t niet!
We hebben eerst met onze neus gezocht naar m’n bruine schoenen Ze stonden al in m’n kamertje. Uw zuster wist niet eens dat ik ze bij me had.
Nou u bent eigenlijk nog een beetje flauw
Daarom zal ik maar gauw
Een beetje zout over u heen strooien
He
Haha
Nou nog een zoen en dan is de brief uit.

Deze” Juf” schreef ook liefdevolle briefjes terug. Juf moet wel een afkorting geweest zijn van het toen nog gebruikelijke woord juffrouw, voor ongetrouwde vrouwen.

In het plakboek kom ik, naast een doorzichtig zakje met een lokje Liefjes haar 6 jaar oud brieven tegen die mijn moeder gekregen heeft vlak na het overlijden van haar vader. Het wordt me duidelijk dat hij zijn personeel nooit kwijtraakte omdat hij lastig was. Ze waren allemaal op hem gesteld en vonden dat hij veel moeilijkheden tegen kwam in zijn persoonlijk leven. Bets, Betsy Elkerbout, werkte 9 jaar als boekhoudster bij hem en schrijft ook dat hij alle narigheid in zijn leven wel met haar besprak. En als er geen huishoudster was deed ze ook de huishouding. Ze vermeldt een juffrouw Doetje Boersma en een Riek van de Pol.
Mijn opa werkte niet aan huis, hij woonde aan de Balijelaan op de hoek met de Croeselaan, toen de rand van de stad. Op een oude ansichtkaart lijkt het op een sloot in een rustig dorp. Daarbuiten oefende de politie te paard en had je uitzicht over weilanden. Het schoolgebouw bevond zich tegenover haar huis en…. hoe gek kan het lopen???? Ik was ik schooljuf in juSAM_0324ist diezelfde school. Door een schoolfoto kwamen we daarachter.
In het hoge, wat somber aandoende pand, waar niet veel zon naar binnen scheen, had Pieter Waterdrinker de bovenste verdieping verhuurd aan een student geneeskunde en aan een kunstschilder. Nu denk ik dat deze kunstschilder Pijke Koch geweest is.  Later kwam er een tekenaar die vooral koeien schilderde, Otto Kuyk .

Stiekem leende mijn opa wel eens kunstboeken van hun voor zijn dochter.  Verder woonden er nog een huisknecht en een huishoudster bij hem in.  Naast hun woning woonde de pianolerares, mevrouw Murray Bakker. Deze juf hield uitvoeringen in de plompe toren. Je ging dan gekleed in een ***(avondjurk)satijnen jurk en er werden liederen gezongen onder andere van Catharina van Renes.

Op bezoek bij mijn oudtante Corrie Waterdrinker hoorde ik: “Ja Liefje teSAM_0548kende altijd. Ze was heel verlegen en werd veel te veel van de een naar de ander gesleept. Ik denk dat tekenen haar redding was, haar eigen wereld.”

Een meisje van bijna twaalf, ze werd pas 12 in oktober, kind van gescheiden ouders. Niet alleen in de steek gelaten door haar moeder maar ook eenzaam door de schande. Men liet zijn kinderen liever niet te veel omgang hebben met een kind van gescheiden ouders, ook al was meneer Waterdrinker een eerzaam man. En bij een kerk hoorde ze ook al niet.
Hoe het mijn oma Jacoba Raven in die jaren vergaan was, daar heb ik niet veel over gehoord. Waar leefde ze van? De Duitser waar ze mee weggelopen was kon ze niet trouwen, dat stond de wet niet toe. Werken als schooljuf mocht ze ook jaren niet meer. Een duistere periode.

Wel vertelde mijn moeder me hoe ze haar best deed om niet lastig gevonden te worden. Mijn oma Jacoba Raven had een scherp verstand, ze sprak zelfs Frans, ze had een akte gehaaldSAM_0219. Toen Mamma in Den Haag bij haar moeder moest SAM_0168gaan wonen mocht deze haar kost weer voor de klas verdienen. Er was een groot tekort aan onderwijzers in die dagen, dat zal aan de rehabilitatie hebben bijgedragen.

Bijna 12 was Liefje die zich in die dagen Lily noemde.  En daar was de volgende schokkende gebeurtenis in haar leven.  Terwijl ze al die jaren geen omgang had gehad met haar moeder, werd ze opeens aan haar moeder toegewezen. Haar vader had het  er zo moeilijk mee dat hij het gewoon niet eens tegen zijn dochter kon zeggen. Ze wist niet beter dan dat ze een bezoekje zouden brengen aan haar moeder. Eenmaal in den Haag bleek dat ze daar moest blijven. Haar spulletjes kwamen later.

Nieuw huis, niet de lieve vader geen vriendinnetjes, onbekende stad en naar een nieuwe school de Rijks HBS in Den Haag. Den Haag waar de mensen ook een andere uitspraak hebben. Het zal een schok geweest zijn en temeer omdat moeder en dochter totaal van elkaar vervreemd waren.

Haar moeder zal gerust trots geweest zijn op haar dochter die net als zij vroeger zo goed kon leren.  Ja, ze kon bijzonder goed kon leren. Alleen de tafels kende ze niet. Maar dat kwam, dacht ze omdat de juffrouw in de tweede klas zo’n verschrikkelijk naar mens was geweest. Op de HBS werd ze een bolleboos in wiskunde maar 7×8 was en bleef lastig.Nu zou ze als hoogbegaafd zijn bestempeld. Hoogbegaafden houden niet van stomweg uit het hoofd leren. Vaak hebben ze ook een passie, iets waar ze in uitblinken.  Bij Lily was dat het tekenen.

Moeder en dochter begrepen elkaar niet en dat werd niet beter, de verstandhouding met  werd nooit meer echt goed. Er was beslist sprake van een wederzijds wantrouwen. Dochterlief leek in heel veel dingen op haar vader en dat werd haar verweten hoewel ze er natuurlijk niets aan kon doen.de heimwee naar haar vader ging nooit meer over. Haar persoonlijke spulletjes werden wel nagezonden. Ook de piano maar ze mocht daar niet op spelen wanneer haar moeder thuis was. van les was geen sprake meer.
De echtbreuk had de relatie voorgoed verpest. Haar moeder had haar echtgenoot verlaten toen Liefje bijna 5 jaar was. Het klinkt zoals het was: ze had haar dochtertje gewoon in de steek gelaten. Ze ging er vandoor met een Duitse medewerker van het bedrijf, een goedlopende vijlenfabriek, èn met de kas. Mijn opa zag zijn bedrijf failliet gaan. Hij zag later kans opnieuw te  beginnen. (de BEUWA)  Maar een ding stond vast, zijn vrouw was hij kwijt maar zijn dochtertje, zijn oogappel wilde hij voor geen goud missen.

Ik kan nu begrijpen waarom opa zijn dochter niet voorbereidde op de verhuizing; zijn hart brak. Wat doen mensen elkaar toch rare dingen aan.
Maar ik begrijp nu ook beter wat een scheuring de echtscheiding was en wat vervolgens ook de verplichte hereniging van moeder en moeder veroorzaakt heeft. In haar lagere-school-tijd had ze veel contact met de Waterdrinkerfamilie maar haar jaren op de HBS heeft ze die amper meer gezien. Toen kwam de familie van haar moeder weer meer in haar leven.

de HBS
Ik zie klassenfoto’s, 15 jongens en 7 meisjes. HBS (Stokroosplein)
Er komen verhalen bij me boven die mijn moeder vertelde. Er waren veel Indiëgangers in den Haag. “Ze deden altijd hun best om te bewijzen dat ze witter waren dan ….. Het was belangrijk om verder te rekenen dan halfbloed…naar achtste of nog minder.”

Mogen doorleren na de lagere school en dan ook nog op een HBS was een geluk dat niet iedereen overkwam. Meisjes waren daarvan weer een kleine minderheid.  Het was de tijd dat meisjes nog geen lange broek droegen. De vrouwen begonnen voor hun rechten op te komen. Het was de tijd van Joop ter heul van Cissy van Marxveldt. Een favoriet van mijn moeder waarvan ook ik de boeken verslonden heb. Feministisch getinte meisjeboeken. joop ter heulNet als in het boek kende mijn moeder veel vriendinnen die hun naam veranderden, het liefst in een naam die uit één lettergreep bestond, lekker stoer…..Puck Jos, Joop, Wil, Co (mijn oma) enzovoort.

Mijn moeder hield van algebra en meetkunde en natuurkunde maar had een bloedhekel aan scheikunde. Ze hield zichzelf voor dat ze het gewoon niet kón en deed er zo goed als niets aan tot vlak voor haar eindexamen. Toen kwam haar leraar naar haar toe, en gaf haar vreselijk op haar donder. Hij noemde haar lui en gaf te kennen dat dat schandalig was met haar capaciteiten. Hij raakte een snaar zae ging toen toch maar leren. Het had succes.
De scheikundeleraar overigens, heette Franciscus van Velzen, hij kwam uit Beverwijk. Ze haalde hem vaak aan: “Ik ben van Waik en ik geef les in schaikunde Dus wij benutten niet benutten (germanisme) maar wij gebruiken gebruiken.
Droog is “t drogist hahahah” Een andere leraar meneer Visser, die wiskunde gaf, maakte zich bij mijn moeder onsterfelijk met de uitspraak: “Het wiskundig genie openbaart zich op jeugdige leeftijd.”

Wonende in de Sterappelstraat 40 in den Haag,sterappelstraat3 zal mijn moeder ook wel aardige dingen met haar moeder hebben beleefd. Ze hielp haar moeder vaak schrijflesjes op het bord maken, liefst voorzien van een tekening. Bij Met het nakijken van stapels schriften hielp ze mijn oma ook, Ze zette vast hele mooie krullen.
Leraren zijn zich er meestal niet van bewust  dat een krul niets meer of minder is dan een gedegenereerde zwierige G van goed.
Oma was een levendige vrouw. In fotoalbums zie ik  foto’s van reisjes naar het buitenland met daarop ook mijn oma en mijn moeder. Gek dat ik daar nooit een verhaal over heb gehoord.
Tiener Lily ging regelmatig naar de film. Ze verzamelde plaatjes van filmsterren zoals Lilian Harvey. lilian herveyEen van haar favoriete films was: Die drei von der Tankestelle. Getuige verschillende enveloppen en bijschriften had ze door heel Europa verschillende penvrienden. Dat is grappig want dat corresponderen heb ik later ook gedaan in mijn middelbare schooljaren. Ik schat zo dat die adressen op de een of andere manier voortkwamen uit het lidmaatschap van de NBAS.

De NBAS
“Wij zijn jong en dat is fijn” schijnt een regeltje te zijn uit het lijflied van deze vooroorlogse jeugdbeweging. Ze hielden er wat principes op na. Gezelligheid rond het kampvuur, zingen, geen alcohol, gezamenlijk dingen ondernemen(pindakaas maken en verkopen) pacifisme, goede gesprekken, fietstochten, kamperen en vriendschappen. Mijn moeder heeft in haar tienerjaren beslist veel plezier gehad in de NBAS maar anderzijds is ze ook altijd huiverig gebleven voor jeugdbewegingen. Het deed haar te veel denken aan organisaties als de komsomol en de Hitlerjugend die altijd een politieke drijfveer hebben die jonge mensen niet doorzien.
Mijn oma was erg moe als ze uit haar werk kwam. De radio mocht niet aan en van piano spelen kon geen sprake meer zijn. Bij haar vader thuis had ze pianoles gehad. Pieter Waterdrinker was een zeer muzikale man met een hele mooie zangstem hij vond een muzikale opvoeding belangrijk.
Trots vertelde mijn moeder mij meer dan eens dat mijn opa lid was geweest van een beroemd amateurkoor: de Wognummers. Dit koor van vooral eenvoudige West Friese jonge mannen had zelfs tournees gemaakt naar het buitenland en de kranten gehaald. De ambitieuze dirigent van het koor, Jacob Saal deed eigenlijk aan volksverheffing.SAM_0012

Willem Saal (4 januari 186820 juli 1917) was koordirigent in het West-Friese Wognum.
Willem Saal was sinds 1889 dirigent van het plaatselijke zangkoor Jacob Kwast. Als outsider behaalde het koor in 1902 de eerste plaats in een groot concours in het Paleis voor Volksvlijt. Daarna volgden meer concoursen. Vanaf 1906 ging het koor grote concerten geven en werd het al snel zeer populair. Het koor knoopte vriendschapsbanden aan met de Maastrichter Staar en concerteerde in Berlijn, Londen en Zwitserland

*** krantenartikel Chapelle Hollandaise uit Montreux 1906-1913
Het koor werd beroemd in de tijd dat de Duitse muziek nog in hoog aanzien stond. Mijn moeder, die de oorlog in Amsterdam de Hongerwinter beleefde heeft haar woede nooit op de Duitse taal gericht. De muziek uit haar jeugd bleef haar dierbaar.
Stomverbaasd was ik toen mijn moeder daags voor de bruiloft van mijn oudste broer, ik was 13, achter een piano ging zitten en zomaar stukken van Schubert en Strauss begon te spelen. Ik wíst helemaal niet dat ze piano kon spelen en was op slag jaloers maar ook vol bewondering.
Die heimwee naar haar paps had ze ook aan mij doorgegeven. Al die weemoedige verhalen van mijn moeder over ooms en tantes, opa’s en oma’s die in Noord Holland woonden. SAM_0534Later was het steeds als ook in Noord Holland kwam alsof ik thuis kwam. Op de een of andere manier voel ik me in deze provincie meer thuis. Noord Holland waar je vanuit de trein ziet dat het boerenland in dunne plakjes op het water drijft.
In west Friesland hadden ze die mooie klederdracht. Oorijzers droegen de vrouwen toen. Oorijzers, dat klinkt als iets voor boerenbeesten. Wie van mijn leeftijdgenoten had daar ooit van gehoord? Mijn moeder vertelde over haar oma die nog met een hulletje op het hoofd had gelopen.
Mama liet me zien dat de ketting waaraan al jarenlang tal van zilveren bedeltjes hingen eigenlijk een horlogeketting was geweest van haar opa. En die prachtige broche was oorspronkelijk een grote zilveren broeksknoop van haar opa geweest. Een paar kleine gouden ornamentjes had ze ook nog. Nee veel was het niet want ik stam niet uit een rijke familie, wel uit een opmerkelijke.
Een diezek. Hoe vaak had ik dat verhaal niet gehoord. Een vrouw ging vroeger altijd in een rok gekleed. Broekdragende vrouwen waren er nog niet. In die geplooide rokken zat ergens een spleet van waaruit je in een los omgebonden grote zak die ter hoogte van de dij bungelde, terecht kwam. Het was altijd handig om daar in elk geval een zakje peper te dragen voor het geval dat je door een slecht manspersoon werd aangevallen. Nu hebben de agenten pepperspray.

Mamma had een verzameling prachtige plaatjes van klederdrachten in boeken en in mappen. Mappen…o ja..die mappen!
Die mappen vol prachtige plaatjes. Mamma’s eigen knipseldatabank avant la lettre. In het tijdperk van voor de mobiel en voor de zoekmachines had mijn moeder plaatjes over de meest uiteenlopende onderwerpen allemaal netjes gerubriceerd. De plaatjes waren opgeplakt op grote vellen van het goedkoopste papier. De mappen waren gevouwen van dik karton.
Als ik ziek geweest was en nog een dagje thuis mocht uitzieken vermaakte ik me met het bekijken van allerlei bijzondere plaatjes. Ik wist toen eigenlijk niet waarom mijn moeder deze mappen had. Ze waren er gewoon. Later begreep ik dat ze daaruit kon putten als ze onverwacht ergens een illustratie bij moest maken. Maar toen ik klein was verdrong ik haar tekencarrière met mijn aanwezigheid. Ik wist helemaal niet hoe knap mijn moeder was.
Terug naar de HBS Uiteindelijk slaagde ze op de dag der wrake”” 10 juli 1937 met :***** kopie eindexamenlijst
Een 10 voor stereometrie, mechanica 8 natuurkunde 9 scheikunde 5 biologie 6 Nederlands 7 Engels 8 Frans 8 geschiedenis 9 aardrijkskunde 8 handtekenen 8 rechtlijnig tekenen 7staatshuishoudkunde 8 lichamelijke oefening 4
Het is  duidelijk: Lily deed alleen haar best voor vakken die haar werkelijke belangstelling hadden. Het lerarenkorps wilde haar graag in delft laten studeren maar daar kwam niks van in Mijn grootmoeder had zich verdiept in Freud en wist daarom een vrouw met een aanleg voor wiskunde een abnormaliteit was. Dat moest je net aanwakkeren. En de tekenleraar ried aan een opleiding aan de Rijks Academie met zoveel talent:

tante ravenoudtante Mien, getekend in de HBStijd

Naar de Rijks Academie om echt te worden tot kunstschilder dat was te frivool. Het onderwijs kon nog wel vond haar moeder die schooljuf was. een opleiding tot tekenleraar.  Mijn verlegen moeder wist dat daar haar toekomst niet klag. Voor de klas staan was een schrikbeeld, daarvoor was ze veel te verlegen.Beide ouders waren niet van zins geld bij te dragen aan een verdere opleiding. Zowel vader als moeder waren net in een nieuw huwelijk beland, Liefje was klaar voor de arbeidsmarkt met een HBS diploma

Het examen werd gevierd met een fietstocht  door Vlaanderen in 1937 en at daar patates frites.Ze fietste de Zuiderzee rond. Met vriendin Erna fietste ze door Brabant. En daarna ging ze werken en volgde een avondopleiding aan de tekenacademie in den Haag. Dat kwam nog een beetje in de buurt bij waar haar hart lag.

De academie

De Rijksakademie van beeldende kunsten is in 1870 bij wet opgerichrijksacademiet door Koning Willem III als opvolger van de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten, de Amsterdamse Stads Teekenacademie (18de eeuw) en de Konstkamer (17de eeuw). Kunstenaars als August Allebé, Antoon Derkinderen, Jan Toorop, Berlage, Breitner, Piet Mondriaan, Constant, Karel Appel en vele anderen zijn de huidige resident artists voorgegaan.

En toen maakte ze haar entree op de academie voor beeldende kunsten in den Haag  om daar een middelbare akte tekenen te halen waarmee ze door middel van lesgeven in haar eigen onderhoud zou kunnen voorzien.

De academie was niet Liefjes eerste keus maar het was ten minste iets.
Al snel hadden haar leraren in de gaten waar haar bijzonder talent lag. Regelmatig mocht ze opdrachten van de leraren overnemen voor het maken van een portret dat was een hele eer. Ze maakte alleen portretten naar levende modellen, een portret vanaf een foto vond mijn moeder kunstloos. Illustreren leerde ze ook.
Ze werken naast haar studie want geen van de ouders wilde de opleiding betalen. Na haar eerste baan als huishoudster werd ze typiste.

En toen brak de oorlog uit. Vanuit haar huis zag ze hoe Rotterdam bestookt werd door de Duitsers enorme rookwolken hingen boven de brandende stad. Ze beulde zichzelf af met studie en werkenazu2 want zonder inkomen kon ze niet verder leren en werd ziek. Een collega liep naar de directeur om te zeggen dat Liefje ziek was. Ze werd naar huis gestuurd en zakte daadwerkelijk in elkaar. Haar moeder liet de dokter komen ze had pleuris. Haar vader zal zich ook met haar bemoeid hebben want ze werd naar het ziekenhuis in Utrecht gebracht, een academisch ziekenhuis.azu3

Toen ze daar een klein beetje opknapte deed ze wat ze altijd deed als ze papier en potlood kon vinden…ze tekende. Ze tekende de patiënten die in haar buurt lagen. Later schaamde ze zich daarvoor, ze had zich gedragen als een oorlogsfotografe. Maar dat was onbewust, ze had nog niet veel meegemaakt van ziekte en dood en was niet in staat om te zien dat ze stervende mensen portretteerde. Iedereen die veel zieke mensen heeft meegemaakt ziet het lijden op de gezichten en kan het interpreteren, zo goed zijn de portretten.

Doordat de ziekte haar lichaam zo had uitgeput dat de menstruatie weg bleef, stelden de artsen in opleiding vast dat ze zwanger moest zijn. Haar moeder keek haar met de nek aan en zelf begon ze zich af te vragen of maagdelijke bevallingen dan toch bestonden. Het ziekenhuisverblijf werd gevolgd door een verblijf in een rusthuis in…..jawel het Christelijke Nunspeet. Daar werd ze in eerste instantie ook als een gevallen en daarenboven ook nog eens een heidens meisje behandeld. Het was oorlog, melk moest om aan te sterken….zure melk stond daarom op het menu.
Maar ze werd beter en keerde zich tot haar vader in Utrecht nog steeds.
In haar tweede korte Utrechtse periode trad ze toe tot tekengenootschap “Het Krijtje”

Mijn moeder had heeft veel talenten gehad. Het enige waar ze in haar leven moeite mee gehad had was het vinden van geluk.
De wereld is een schouwtoneel elk speelt een rol en krijgt zijn stukje pijpkaneel….of hoe luidt het gezegde van vadertje Cats ook weer? Hoe dan ook, niet ieder krijgt evenveel. Het leven is nooit eerlijk geweest waarschijnlijk en zal het ook wel nooit worden.
In gedachten keek ik weer naar de brieven die ik in mijn handen had.

Ik ga ze lezen,

opa’s brieven

klik op de paarse lettertjes om de brieven te zien

besloot ik, en ik schrijf ze over met de tekstverwerker.
Ik las en typte. Daardoor ging het lezen minder snel maar wel met heel veel aandacht. Al snel merkte ik dat mijn opa, de man die ik tot mijn spijt nooit echt gezien had mij heel nabij leek. Een man naar mijn hart. Ik aard wel naar hem. Een raar gevoel.
Wat moet je ermee? Geen idee, maar het schaadt me niet.

Opa kwam naar voren als een man van principes, een man met een groot hart.
Hij had hartstochtelijk veel van zijn vrouw gehouden en haar echtbrekerij brak hem zijn hele leven op en niet alleen dat van hem.
De brieven dateren allemaal uit de tijd dat mijn moeder al op zichzelf woonde in Amsterdam. Het was crisis, het was oorlog. De afstanden telden zwaarder. Er waren geen telefoonverbindingen en sociale media zoals tegenwoordig.
Niet alles uit de brieven was even leuk. Als ik de verhalen van mijn moeder met de verhalen uit de brieven combineerde werd me pijnlijk duidelijk dat de ouders van mijn moeder niet op tijd zagen hoe zeer zij hun dochter tekort deden. Beiden woonden niet in de omgeving van hun jeugd, dus familie was er niet om leegtes op te vullen. Mijn moeder moest veel te jong maar voor zichzelf zorgen. Ze was in twee huizen te veel.
Toen zij van school kwam vond haar moeder dat ze onderwijzeres moest worden. Mijn moeder weigerde, ze wist dat ze daar veel te verlegen voor was.
Haar leraren vonden dat ze ofwel naar Delft moest met haar grote aanleg voor exacte vakken of naar de Rijksacademie om zich verder te bekwamen in tekenen en schilderen.
Delft?? Mijn grootmoeder vond het belachelijk, een meisje hoorde niet aan wiskunde te doen. Mijn oma had het een en ander van psychologie bestudeerd en was tot de slotsom gekomen dat het niet gezond was voor een meisje om wiskunde te studeren of iets soortgelijks.
Maar kunst??? Tja, de tekenacademie dan maar…want daar kon je tenminste nog tekenleraar mee worden. Het was een zeer praktische keuze begrijp ik. Mijn oma was hertrouwd, haar tweede echtgenoot was net als zij een onderwijzer. Deze man had ook kinderen. Werkte mijn oma toen zelf ook? Ik weet het niet. Maar het is duidelijk dat Liefje zo snel mogelijk in haar eigen onderhoud moest kunnen voorzien. Haar piano was uit huis gedaan omdat een van de, zeg maar stiefbroers, ook piano speelde en er al een instrument was.
En haar vader? Hoewel ze eerst welkom leek bij haar vader kwam er al gauw een kink in de kabel. Haar vader, mijn opa was in die tijd uiteindelijk toch ook getrouwd. De vrouw was veel jonger dan hij, ze was nauwelijks ouder dan mijn moeder. Lily kreeg een halfbroertje, Bert.. Ze had altijd verlangd naar een broertje of zusje maar nu kwam het wel erg laat. Prachtige portretjes heeft ze van het kleine jongetje getekend.
De precieze aanleiding weet ik niet maar op de een of andere manier was haar “stiefmoeder” jaloers en stelde: Zij eruit of ik eruit!!!”
Mijn moeder kreeg van haar vader, die ook niet meer wist hoe het op te lossen en zijn nieuwe zoontje natuurlijk ook niet wenste kwijt te raken een aardige som geld mee om ergens een kamer te huren. Ze vertrok naar Amsterdam, ze zocht een baantje en meldde zich voor een avondopleiding bij de academie.
Ze werkte als huishoudster, ze kookte en maakte schoon. Ze lachte als ze erover vertelde want ze had er werkelijk helemaal geen ervaring in. Ze had nooit zelf hoeven koken. Daar had haar vader altijd wel iemand voor in huis gehad en haar moeder had het haar eigenlijk ook nooit geleerd. Daarna werkte ze alt kantoorbediende. Ze typte brieven. Ik heb mijn moeder nooit met tien vingers zien typen. Het was mij duidelijk dat dat vroeger ook beslist geen passend werk voor mijn moeder was.
Ik begon te lezen:
  Lieve Lily,………………………………….
Je briefkaart heb ik ontvangen, mijn omstandigheden zijn zaterdag en zondag van dien aard dat ik iemand kan hebben. Ada en Nelis en Elly gaan straks voorgoed weg en ga ik drie dagen met hun mee???? Key is nog steeds niet in orde het wordt minstens 1 maart eer ik weet hoe of wat met de andere kwestie. Tot zolang kan ik absoluut geen definitieve beslissing nemen. Intussen kom ik nog wel een paar keertjes naar jou toe.
Met mijn hartelijke groeten,
Je vader.
Een kort briefje zonder datum. Vaag herinner ik me de naam Ada. Zij was beslist geen familie.
Als ik langer door de spullen speur ontdek ik dat zij een van de vele huishoudsters was. Ada kwam uit een circusfamilie naar het schijnt. Maar de naam Key, ja die ken ik wel. Hij was een werknemer van opa. Het is me duidelijk dat mijn moeder al in Amsterdam woonde toen. En blijkbaar was oom Bert, het halfbroertje al niet meer thuis.
Mensen schreven in die tijd nog brieven om afspraken te maken.
Misschien was het in de oorlog want de volgende brief dateert van net na de oorlog.
Mijn opa, die opnieuw een bedrijf had opgebouwd nadat zijn eerste vijlenfabriek ter ziele was gegaan verdiende in koude winters bij met het slijpen van schaatsen. Ik heb de advertenties terug gevonden n het krantenarchief van het Utrechts Nieuwsblad. Ik weet dat mijn moeder grote borden versierde met schaatsers en schaatsen. Die borden stonden dan in de buurt van de ingang om mensen te lokken.
Ik ga zoeken naar de geschiedenis van de Beuwa en zowaar…het internet staat voor niets: Geschiedenis Van Galen constructie laswerk en apparatenbouw B.V.[/i][/p]

Het tweede huwelijk was geen lang leven beschoren. Vrouw nummer twee was er ook met een andere man vandoor gegaan. Bij haar tweede man werd ze wel moeder van veel kinderen maar uiteindelijk niet gelukkig. Vaak had ik gehoord hoe dat gezin naar Suriname was vertrokken als een stel gelukszoekers en hoe mijn halfoom Bert, veertien jaar was hij,vlak voor het vertrek, ongeveer vanuit de haven naar zijn vader was gestuurd. Die vader wist van niks en mijn oom kwam voor een dichte deur en bleef lijdzaam zitten wachten tot er ooit iemand thuis zou komen. Gelukkig was mijn opa blij zijn zoon te zien.

Misschien dat ik daar ook nog wat over zal lezen.

Ik zoek naar een volgende brief, heb ik wel de goede volgorde? Ik vind er een zonder datum, maar ook hierin wordt gerept van Ada. Ik laat de rare spelling hier en daar zoals hij is.

Je weet maar al te goed  dat Ada gezien het reeds door mij aangehaalde, meer dan dubbel en dwars je achting verdient, voor ’t volle pond. Een arm, doodarm eerlijk, trouw meisje, met een hart van goud met liefde en zorg voor mij en andere, die zal je gezien haar rondborstigheid  je nog voor geen penny beduvelen. Een karakter Fijn is dat hè, als bij mij het geld voor het grijpen ligt

Jij mag dr niet? Schrijf je. Ik hoop en ik wens  da dat jij en Bertje zo ’n karakter in ge  draagt.

Pas op Lily, pas op pas op je onkunde van je vaders innerlijk dat deze regels over Ada niet geschreven zijn door ziekelijke vader die dweepziekte heeft

Schudt alle vuile begrip van je af maar denk na zou Jan moedwil zeggen. Ga met je zelf te rade en peil je zelve eens  of gij geen fout in ge draagt die nodige verbeteringen behoeven. Bertje is groter geworden en hij is een aardige jongen reeds geworden. Hij verandert nog steeds ten goede. Hij komt dikwijls bij ons.

Het verheugt me dat Maarten goed ter wereld is gebracht en het is jullie beider geluk niet weinig zal verhogen.

De peuter is nu dus 4 maanden en als ie nou zes maanden is, dan zal ge eens wat anders  zien, dan lach je je beiden een beroerte, dat gekruip over de grond hoe langer hoe harder. Schuinkruipen, geintjes maken allerlei kleine kunstjes willen nadoen. Dat spartelen, dat trappelen, die zonnige lach, dat keeltje gieren van vrolijkheid, dan is ’t een weelde zo’n bezit.

Maar houd ‘m schoon, let op met tandjes krijgen, want dan hebben ze ’t slecht en dat gaat dikwijls gepaard met verkoudheid, slecht willen eten. Dat is soms een pijnlijke geschiedenis als ze 9 à 10 maanden zijn. Ze slapen onrustig. Men denkt dan al gauw, wat is Maarten lastig, maar Maarten verdient dan geen slagen straf maar juiste verstrooiing. Laat hem op een grote wortel bijtenen kalktabletten innemen want dat bevordert heel erg het doorkomen van de tandjes. Dat is niet om het te vergeten maar om het te doen.

Je tekent er ook nog bij. Nou dat is niet mis want zo’n baby vraagt nogal wat tijd en wat daarbij komt.

Hier is alles wel. Alle 3 zijn we kerngezond en Elly is een knap dingetje met oogjes zo blauw . Tintelen van helderheid en schranderheid zou de dokter zeggen. Ik lach me rot om haar gierende guitigheden pret als ze op m’n nekpaardje rijdt Dan jongleert ze alsof ze op een circusros zit. Toen Piet en Diet en Corry bij ons waren, zei Diet Nou mense, je zou toch krek zegge, dat ’t Liefje is die daar kruipt, zo’n mooi kindje

Nog eens lezen brengt me bij de juiste datering. Maarten was vier maanden oud dan moet het oktober 1946 geweest zijn. Het valt me op hoe liefdevol opa schrijft over kleine kindertjes.

Blijkbaar was zijn tweede vrouw al weg, Bertje komt vaak op bezoek.

Ada heeft blijkbaar een kindje dat Elly heet. Maar wat verdriet is dat er duidelijk uit wordt hoe sporadisch ook het contact was tussen vader en dochter. Gescheiden ouders die alleen blijven hebben het niet makkelijk maar als ze weer nieuwe partners krijgen gaat er ook vaak veel mis….het is van alle tijden.

Ik voel de pijn van mijn moeder….haar trots. Ze had vast al zo veel alleen moeten doen, ze zal zowel haar vader als haar moeder gemist hebben. Maar ze was stapelgek op haar zoontje en zij niet alleen.

Geen wonder want hij zag eruit als een engeltje met zijn gulle lach en zijn blonde krulletjes.

Ik heb foto’s gevonden van Maarten in de kinderstoel tegenover mijn oma. Foto’s van zijn andere opa en oma heb ik niet gezien maar zijn er ongetwijfeld ook geweest.

In de oorlog was er veel gebeurd.

Opeens krijg ik het gevoel dat ik nog eens in de kast moet snuffelen. Misschien is er toch meer te vinden in haar plakboeken.

Ik trek de bovenste lade open. Daar liggen verschillende plakboeken van mijn lieve moeder. Ik besef nu dat ik ze na de begrafenis wel heb bekeken maar nu ik weer kijk zie ik meer. Logisch ook, toen mamma net overleden was, stond mijn kop anders.

Ik voel nu meer rust, ik word terstond overvallen door een gevoel van melancholie in combinatie met trots, spijt, medelijden weemoed. Het duurt niet lang of ik zit vol overgave te lezen, te kijken, verval regelmatig in gepeins en de tranen stromen me over de wangen.

Jazeker, ik vind een heleboel van wat ik zocht. Het is haast een geïllustreerd boek. Het is met zorg bijeengebracht en ik herinner mij momenten waarop ze delen ervan aan mij heeft laten zien.

Wat een vreemd leven had mijn moeder.

Jeugdkiekjes prijkt er op de omslag in het onmiskenbare handschrift van mijn moeder.

Aan de binnenzijde in potlood een stamboom van de Waterdrinkerfamilie. Dat betekent dat het album al lang geleden samengesteld moet zijn want de stamboom is in mijn jeugd heel ver terug gebracht, tot aan een schout bij nacht onder gezag van Maarten Harpertszoon Tromp die nog vocht in de slag bij Duins. Hij sneuvelde in 1652 bij West Kapelle

Er duiken woonplaatsen op die mij bekend in de oren klinken en waarvoor ik altijd een eigenaardige liefde heb gevoeld door de wijze waarop mijn moeder erover sprak:

Berkhout en Bobeldijk.

Coll. Tangeman

Coll. Tangeman

Als kind kreeg ik ook altijd zo’n vrolijk gevoel van de klank van Bobeldijk.

En dan de aankondiging van het huwelijk tussen mijn opa en oma. Ze trouwden in Rotterdam op 20 juni in 1917. Waarom daar? Had mijn oma daar een betrekking?

En de receptie hielden ze bij de thuishaven in Bergen. Er zit ook nog een prachtig ouderwets felicitatiekaartje bij met een witte duif. Daaronder een geboortekaartje van mijn moeder in Utrecht: Liefje

Een prachtig poëzievers van oudtante Aafje aan oudtante Mien.

Geen vesr uit een voorbeeldboekje maar overduidelijk van eigen hand.

Lieve zuster

…….

….

Toen was de familie nog gelovig dus. Ik loop naar mijn boekenkast en sla een oud poesiealbum open. Grappig,altijd gedacht dat het aan mijn oma had toebehoord maar het was dus door haar geërfd en oorspronkelijk van deze tante Mien. *** met tante Mien in BloemendaalTante Mien, de tante die 13 jaren in Santpoort had gewerkt en een prachtig gouden hangertje kreeg bij haar afscheid. Uit de gedichten lees je dat ze heel geliefd was onder patiënten en collega’s. Het is een afscheidsalbum misschien.

Het ****portret dat mijn moeder van deze oude vrouw maakte was me altijd zeer dierbaar , net als de tekening van haar oude handen.*****

En dan volgt een blad met oud vergeelde foto’s.

De mooiste van allemaal is wel die van haar overgrootmoeder mijn betovergrootmoeder dus:

Geertje Appel geflankeerd door foto’s van haar zusters. Die Geertje Appel had ogen die volgens mij door iedereen heen konden kijken, wat een vastbesloten blik lijkt dat.

Daaronder mijn overgrootouders

Een molenaarsdochter was ze Sijtje Brouwer en haar man: Nanning Raven was slootgraver van beroep.

Ja slootgravers had je in de tijd van de aanleg van de Wieringermeerpolder vast een heleboel hier in Noord Holland.

Deze Nanning Raven, wat was er voor bijzondere band tussen mijn moeder en haar opa? Ter bescherming had ze de laatste jaren van haar leven ook de naam van haar grootvader op de brievenbus geplakt. Dan denken mensen tenminste niet dat ik alleen woon, dat voelt veiliger.

En dan onderaan een foto van hun kinders:

Klaas en Jacoba. Klaas was wel de lievelingsoom van mijn moeder en Jacoba was dus mijn oma.

Ze werden geboren in Haringhuizen, om precie te zijn in Barsingerhorn.

klaargansgansgans

***Een foto van Piet Waterdrinker  -dat moet een heel oud kiekje zijn- de grootvader van mijn grootvader die Pieter Waterdrinker heette Cees. Cees placht wel eens op te scheppen dat een van zijn voorvaderen een zeeheld was geweest onder tromp. Als hij wat te veel op had placht hij te zeggen: Ik ben Piet van Oranje en ik wil naar zee.

 

***Dan een mooie grote foto  van mijn overgrootouders Cees waterdrinker en Liefje Hoff. Naar deze oma is mijn moeder vernoemd, ze waren beiden op de zelfde dag jarig, 16 oktober.

Ik lees:

Cees Waterdrinker was boer maar al jong rentenier en voor de bijverdienste was hij ook kwakzalver.  Nee raik was hij niet. Gezond maar arm…staat er naast de foto. Ze hadden geld genoeg maar geen geld over. Als hij streng was voor de kinderen sprak hij: “Jelui groeien op voor galg en rad. Zondag voor straf naar de kerk!” Cees stond bekend als een man van practical jokes maar ook als een “strijer”. Hij bereed een driewieler en rookte lange pijpen en “pandoerde”. Het geld rinkelde op de schoteltjes als de mannen opgewonden met de vuisten op tafel sloegen en opa vloekte: “God riep me!” Als hij ’s avonds bij opa in de bedstee kroop ging hij eerst met een opgevouwen krant op muggenjacht. 

Muggen ja….. ik herinner me dat mijn moeder me vertelde dat mijn oma in haar jonge jaren geplaagd was  door de derdedaagse koorts, zoals dat heette, malaria. Denken we tegenwoordig meest aan de tropen als het gaat om deze ziekte voor de oorlog kwam het ook in de natte gebieden van Nederland veel voor.

En opoe? Opoe kwam uit Hoorn. Ze was niet van de armen dat zie je. Ze was een herbergiersdochter. De herberg van haar vader in een of ander west fries dorp had flink geld in t laatje gebracht en vader Pieter Hoff reisde veel naar de beurs in Amsterdam om daar zaken voor zijn klanten te behartigen.

Opoe kon verrukkelijk koken. Ze braadde het vlees in echte roomboter  en er werd gegeten met ijzeren drietandjes met benen heftjes (bestek)

Opoe zag altijd wat zwart doordat ze turf van eigen land stookten. Koken met roomboter maar anders ook zuinig, om het theelichtje in de kamer aan te steken werd er met een gebruikte lucifer een vlammetje van het fornuis gehaald. Dan werd er geschemerd. Er werd even rustig aan gedaan, er werden verhalen verteld. De theelichtjes cultuur bleef bij mijn moeder hoog in t vaandel staan.

Hun zoon, *** (foto 1911)mijn opa was ook een zuinige jongen. West Friesland is nog steeds bekend om de kermissen. Mijn Opa hield zijn kermis dubbeltjes heel .

Opmerkelijk is dat, zijn kinderen en kleinkinderen en achterkleinkinderen…..geen grote kermisliefhebbers.

Hij zal mijn oma niet op de kermis hebben opgescharreld maar verliefd werd hij en hoe!

 

Mijn opa leerde mijn oma kennen. Hij was tot over zijn oren verliefd. En , kijkende naar de oude foto’s….mijn oma was een knappe verschijning

 

***

Je beiden wilt misschien wel van mij aannemen hoeveel ik van je moeder heb gehouden.  Vreselijk veel. Ontzettend Wat En mn liefde voor haar werd steeds groter nog in ons huwelijk was het een leuke geestige en knappe meid.  Ik raakte buiten mezelf van verliefdheid op haar. Wat een strijd heeft het me gekost, thuis waar heel de familie- behalve tante nel uit Hoorn, haar tot het hemd toe veroordeelde. En alleen omdat haar ouders behoeftig waren. Geld dus. Maar ik was niet, en nog niet, iemand die zijn liefde woog naar het materiële dus trouwde ik na veel harde strijd. Waarbij geen enkel van mijn kant de trouwdag wenste bij te wonen. (vandaar de receptie in Bergen?)Ik hield van haar ouders en ik kom mn schoonpapa niet genoeg spekbokkingen geven, want hij verslond ze als zeeleeuwen. Toen ik dan ook direct na mijn huwelijk bijdroeg in hun onderhoud, waardoor ze beiden in een huisje konden wonen deed ik dat zonder de minste bezwaren. Ik meen van 2o gulden per week, daar wil ik vanaf wezen. Toen hij stierf heb ik alleen alle kosten van dokter enzo gedragen, zijnde ongeveer Fl.700.- Klaas was arm. Ik deed het zonder piekeren want ik was toch zo echt gelukkig.

We woonden in de fabriekt ten leste doodarm en ik kreeg als onderdirecteur het eerst ontslag omdat er geen geld meer was om en ik nog enkele duizendjes salaris te goed had van Klaas als directeur

Als onderdirecteur had ik niks te zeggen, die titel werd me gegeven omdat dat “klonk”  Ik had bezwaren, maar ? zei: geef maar toe. ’t Was hartje winter en ze kregen zo’n 30 oude vijlen kisten om de kachel mee te stoken.

We waren arm en dik onder de schulden. Maar ik wist van aanpakken en we hielden ondanks alles veel van elkaar. Ik wipte vlak na de vorige wereldoorlog na veel wederwaardigheden naar Duitsland en binnen 3 jaar tijd hadden we door hard werken al onze schulden afgelost en hielden nog enkele duizendjes over. ***We waren gelukkig met jou. *** foto van een lief blond engeltje met blonde krullen

***Ik stuit inderdaad ook op foto’s  van een gelukkig gezinnetje , het ***geboortehuis, ***strand, **Wilhelminapark.

Mijn grootvader was dus failliet gegaan aan het onderhoud van zijn zieke schoonvader en vervolgens in Duitsland geld gaan verdienen om verder te kunnen.

***Klaas , de broer van mijn oma woonde in Krommenie. Hij was een soort aandeelhouder in het bedrijf met de naam het zagenhuis. Hoe het precies zat weet ik niet helaas…..maar mijn opa Pieter deed het werk in dat bedrijf ook na de oorlog.  Mijn moeder was dol op die oom kreeg ik altijd de indruk. Vol bewondering had ze het over oom Klaas  die na de oorlog nog aan een groot avontuur begon, daarover later meer.

En toen ging het mis. Ze waren naar Utrecht verhuisd. Opa had een vijlenfabriek in de Twijnstraat. Ze woonden in de buurt van het ***(wandelen in park)Wilhelminapark, voor den drommel niet beroerd. Het voel jammer dat ik nooit heb kunnen vragen aan mijn oma wat haar tot die domme stap heeft gebracht. Was mijn opa te vaak van huis? Ze werd verliefd op een Duitse werknemer en dat niet alleen ze gingen er samen vandoor. Mijn oma liet dochter Liefje achter en nam de kas mee.

Mijn opa zag zijn leven en zijn bedrijf te gronde gaan.

Mijn oma kon niet trouwen met een man uit overspel, dat was de wet. Ze kon niet voor de klas staan omdat ze de kas had meegenomen. Mijn opa wilde zijn dochter niet kwijt, en te zien aan de inhoud van zijn brieven is hij dat trauma nooit te boven gekomen.

Ik zou hierover ons huwelijk uitvoerig en boeiend kunnen uitwijden maar dat is mijn opzet niet. Het is slechts om je goed te laten begrijpen welk groot leed mij is overkomen dat je moeder me ontrouw werd. Haar woorden tegen haar vriendin geuit: “Als Piet het eens aan de weet kwam, en hij houdt zoveel van me , dat ik het hem niet durf te zeggen.” bewijzen wel hoe groot die slag voor mij moest zijn.

En ’t was een slag, een fabriek die klonk als een klok ging  er  finaal mee te gronde. Mijn leven was verwoest. Ik had toen één doel, voor ons 5 jarig kindje op te komen. Je moeder zwierf van den een naar den ander. Ik was nog jong, had behoefte aan een vrouw, maar m’n liefde nee die vond ik niet.

Liefde is geen hartstocht bevrediging, liefde is toch zeer oneindig iets anders. Wat ik door Co haar lichtzinnigheid verloor herstelde zich nooit meer. Ik heb t nooit terug gevonden dat groot geluk en zij….

Ik had een wakend oog op alles wat jou betrof tot dat je in den Haag op de HBS kwam. Die tijd wilde ik eveneens mijn rechten laten gelden.

De rechtbank verplichtte mij tot niets, maar ik wilde je studie bekostigen en kleding. Ik eiste nota’s kosten van aanslag van schoolgelden van je moeder toen ze in het huwelijk trad zo ik ook voor dien ontving. Dit wilde ik omdat ik niet wenste bedrogen te worden. Je moeder bedroog me financieel toen ze me ontrouw werd om aan geld te komen.

Hieraan werd geen gevolg gegeven en stokten toen mijn vrijwillige kosten in je studie.  Die man was eigenwijs.(begrijpelijk allemaal, hij was genoeg bedrogen maar zijn dochter werd toch geheel onschuldig, de dupe)

Ik herinner me alles wat na dien tijd is voorgevallen maar laat dat achterwege om reden dat ik hier niet zit om je moeder af te kammen. Maar meerwel om je te laten blijken dat ik ondanks dat ongure verlies mijn zelfbeheersing wist te behouden, wat jou ten goede kwam.
Jij was het die mij voor t ergste behoedde, hoe klein je ook was. Ik wil hier niet laten uitkomen hoe een selfmade vader ik wel was, ach neen. ‘tIs ook niet mijn bedoeling te laten uitkomen dat ik zo’n fijne vent was en ben. Och nee, ik wil slechts zeggen dat ik zo’n gewoon iemand was, maar zich met felheid op z’n werk wierp en de moeilijkheden wist te boven te komen. En… .dat nog.

Gré! Toevalligerwijs heb im al een deel van de sluier van stokerigheid van Gré ’s Bertje belicht.

Ik weet dat ik altijd ten koste van mezelf me voor jou heb opgeofferd. Dat durf ik zelfs te onderstrepen. Daar is geen durf toe nodig, dat weet ik en dat weten velen.

Ik heb strijd moeten voeren als maar weinigen is overkomen. Meer dan eens kwam je in t gedrang maar altijd bleef je no 1

Ja m’n hart is mijn wil is mijn liefde voor jou. Wat ’t ook geweest zij, waar je ook was en woonde, ik heb gedaan wat mogelijk was t/o jou. Nu weet ik wel dat jou heel wat anders is voorgehouden. Ook weet ik dat je mij beoordeelde met reserve welker ondergrond ontstond doordat je, jong nog zijnde, vanaf je 12de jaar niet veel moois van me bij je moeder hoorde en je waarin overal werd gekend. Je raakte t daardoor met jezelf niet eens omtrent mij, ook al gaf ik je meer dan eens blijk dat ik zorg om je had.

***Te ondergaan van de trouweloosheid der ouders

Maar hoe je het ook beoordeelt juist omdat ik als de dag van vandaag mij herinneren kan en ook het a/f huwelijk, zoo weet ik dat ik niet ben te kort geschoten ten opzichte van jou of het moest zijn dat ik door omstandigheden buiten mijn wil het niet meer kon bevredigen

 Mijn moeder logeerde wel bij opa en opoe. *** ook foto met pijp en**** foto bij hun huisje met kippen Ze speelde daar met het buurmeisje Eefje van Gerbrand en Pietje. Wat haar bijbleef was de geit, ze dronk er geitenmelk. Het meisje had krijtjes en mijn moeder mocht daar ook mee tekenen. Maar  er was één doosje krijtjes waaruit ze niets mocht nemen , dat waren hele bijzondere krijtjes. Er stond op: goud geel!

4 januari 1927 , mijn moeder was toen 7,schreef Liefje Hoff over haar kleindochter aan haar zoon: B. P.

Zoals je ziet heeft ze al een aardig briefje geschreven. Ze wilde graag zelf het adres ook schrijven.

Ze is best te  spreken en heeft lekker geslapen. ’t Is anders een druktemakertje hoor. Maar dat hindert ons niemendal. Nu, je schrijft wel wanneer ze weer naar school moet hè?

H.G. Ma

Het briefje

 

Lieve pappa

Ik vind dat Hiltje en Lize al heel groot zijn geworden. Oom Aarie heeft mijn bril gisteren gehaald en ook mijn schortje. Oom heeft een mooie bloempot getekend. Vanavond zal hij weer wat anders maken. Gister heb ik het kinderuurtje gehoord door de radio. Ik vind oom’s radio heel mooi. Ik ben met Hiltjes peppenwagen aan het speelen en ik heb mooie boeken gezien. Nu weet ik niets meer en ga weer spelen.

Hartelijke groete van u Liefje.

Dáág

Kijk aan, een bril had ze toen al. Later zou een oogarts haar zeggen dat ze vroeger scheel had gezien. Voor een oogarts zal dat technisch zo geweest zijn maar toen mijn moeder jong was viel het niemand op   het was het soort van lui oog dat door verwaarlozing zichzelf langzaam uitschakelt. Mijn moeder was aan een oog zo goed als blind. Diepte zien was er niet bij. Hoe ze dan toch zo vreselijk goed zaken op papier kon vastleggen met het juiste perspectief.

Ze vertelde wel dat ze eens vreselijke ruzie had gehad met een tekenleraar omdat zij beweerde dat zij dat ene deel van het stilleven gewoon niet kon zien.  Ze had gelijk, en hij ook. Maar niemand wist dat ze maar met één oog keek.

Op de lagere school moesten de meisjes ook leren breien. Er was geen moeder aan wie ze hulp kon vragen. Ze gooide het op haar ogen en zei dat ze hoofdpijn kreeg van het getuur. Misschien was het ook wel zo maar ze hield ook gewoon niet van breien.

 

 Er is nog een briefje vanuit Sijbekarspel waar oom Arie woonde gedateerd 7 januari 

Lieve Papa

Er zat geen gaatje in de bloempot pappa die oom geteekend had. De plant is ook al doot haha! Het was Antoinette van Dijk die het kinderuurtje gafdoor de radio. Ik ben woensdagmiddag met hiltje naar de school geweestwaar de juffrouw naailes gaf . Ik mocht zo maar door de klas heen loopen

Wil u de kunstschilder bedanken voor de mooie tekening? Oom Arie heeft ook zoiets getekend. Als ik thuiskom zal u het laten zien. Wanneer komt u me halen?

Dag papa en zoete juff.

 

Van broer Arie

Liefje heeft niet erg veel zin meer om verder te schrijven. Ze wou 2 brieven schrijven maar ze is al moe. Ze is wat verkouden en een beetje hangerig. Ik hou haar maar binnen. Ze kan anders nog lekker eten hoor maak je niet ongerust  maar de rechte eetlust is er niet. ’t Is verbazend hoeveel ze van Arie houdt. ’t Allermeest zegt ze, dan van de nichtjes  en dan van tante. Ze houdt niet erg van dikke tantes zegt ze. ’Wij hebben erg veel plezier van haar. Ze heeft een fles dropwater gemaakt en ze speelt met t theeservies. Ze kijkt niet naar  haar eigen speelgoed om . Behalve de lei. Want teekenen dat ze al kan. Daar sta je soms van versteld. Wij zijn hier allemaal wat verkouden.

Nu hoor juffrouw, ik hoop niet dat u het kwalijk neemt maar Liefje heeft u alleen maar een groet gedaan. Ik heb er nog wel op aangedrongen om u ook een briefje of een prentbriefkaart te schrijven maar ze zegt ik heb geen zin meer. Misschien morgen een ansicht. Dat zal ik nog wel klaarspelen. V.h.g. A. M en K.

 

Het kleine Liefje reisde naar opa en oma met de trein. Voor de terugreis begon werd ze op het stationnetje op de goederenweegschaal gezet en gewogen met stoere ijzeren gewichten om te kijken wat de logeerpartij had aangezet.

Het huisje in Bobeldijk had aan de voorkant een schijndeur voor de deftigheid. Aan de muur prijkte een bordje waarop: wacht u voor de hond, om inbrekers op een afstand te houden.

Achter het huis lag een slootje met was planken er over. Dor de akkers met aardappelen en wortelen en kool kon je heel ver lopen, tot Hoorn aan toe. In Hoorn woonde tante Neel, die had heel veel delfts blauw.*** Dan hadden/hebben we daar dus die borden van.

En als ze uit logeren was schreef haar vader ook brieven aan zijn dochter:

Allerliefst kindje

’t is 10 uur en ik zei tegen Juf “Wat zal Liefje lekker slapen bij tante Diet! Je hebt zeker wel prettig gespeeld vandaag he. Heerlijk in t zonnetje.

Je vind t zeker ook wel fijn, in je vacantie daagjes uit logeren te zijn. Speel je nog met je buurvriendinnetje? Hoe vindt je ’t nu dat je een nichtje hebt!? Hou je nog een beetje van Cornelia? Juf is een jurkje voor jou aan het verstellen en bezig kousen te stoppen en onder de hand zal jij wel zorgen dat je weer anderen met flinke gaatjes voor haar bewaart? Haha.

Afin, dat is helemaal niet erg, als je maar naar hartelust speelt en lief voor je oom en tante bent. Ik ben alweer verlangend om je wéér te zien hoor!

Woensdag zal ik wat lekkers voor je meebrengen. ‘t Is nu zo stilletjes thuis, maar ik ben o zo blij dat je bij oom en tante bent, weet ik dat je goed verzorgd bent. Ik ben óók blij als ik weet dat je plezier hebt. Leuk, aan mijn lief kindje een briefje te schrijven en hoop ik dat je direct door je zelf bedacht terug schrijft. Want al komt pap overmorgen, toch vindt hij ’t aardig om als hij thuis komt een briefje te vinden. Doe je ’t dan direct? Ja toch?

Nu beste Liefje ravot maar met die stoute oom van je en oom vindt alles wel goed of spring je nog zo dol met m om.

Dag Lief, vele groeten je pap.

 

En omdat haar vader veel en ook graag wat rondtoerde  met de auto op vrije dagen met zijn dochter maar ook door al die logeerpartijen heeft mijn moeder wel veel gezien van Nederland in haar jonge jaren.

In 1936, in de tijd dat mijn moeder dus bij haar moeder woont, trouwt mijn opa voor de tweede keer. Uit het huwelijk werd  mijn oom Bert geboren. Het hield niet lang stand. Ik ken de details niet maar ik schat zo maar dat vooral het leeftijdsverschil daaraan schuld was. De tweede vrouw, Gré was amper ouder dan mijn moeder.

In 1937 hertrouwt liefjes moeder, oma Jacoba ook. Haar tweede man is een onderwijzer met een paar kinderen. De man is een jaar of 10 ouder en mijn oma belandt zodoende al heel jong in een speciaal bejaardentehuis voor onderwijzers in Oosterbeek. Ik heb daar vaak gelogeerd maar die man was toen al lang gestorven.

Voor mijn moeder betekende de twee nieuwe huwelijken niet veel goeds. In beide relaties was ze of voelde zij zich een vijfde wiel aan de wagen. Haar moeder durfde geen centen bij te dragen aan de studie van haar dochter. De pino van mijn moeder werd verkocht, haar stiefbroer had immers al een piano. Dat betekende dat het instrument voor mijn moeder gewoon verloren ging. Met haar stiefvader had ze gewoon geen relatie denk ik. Ik heb haar nooit een slecht woord over de man horen zeggen maar ook geen goed woord. Ze was klaar met de HBS en trok naar haar vader maar daar botste het met haar jonge stiefmoeder. Ze kreeg van haar vader geld mee om in Amsterdam te gaan wonen. Van een vorstelijke regling waarmee ze een verder opleiding kom voltooien was geen sprake. Ze werd een avondstudente en ging in Amsterdam wonen.

Ik schat dat ze zich best eenzaam gevoeld zal hebben.

In Utrecht had ze vriendschap gesloten met Corina. Corina was van dezelfde leeftijd en een goede tekenares, schilderes. Ze hadden elkaar ontmoet bij  tekengenootschap het krijtje.

 

Dolf Breetvelt (1892-1975) bouwde voor de oorlog in Indië een grote naam op als kunstschilder. Hij wist inlandse motieven op een moderne, geheel eigen wijze weer te geven. Met zijn surrealistisch werk sloot Breetvelt, evenals Ouborg, bij de avant garde in Europa aan. Reizen door Azië en Afrika wakkerden zijn belangstelling aan voor ‘primitieve’ kunst, en brachten hem tot abstractie.Dolf Breetvelt ca 1950 geportretteerd door Corina Smit
Terug in Nederland ging Breetvelt na de oorlog abstract schilderen.

Wim Kersten is geboren in Amsterdam in 1908,

Tot aan zijn dood in 1974 was Willem Wander Kersten een drijvende kracht in de vernieuwende kunstbewegingen in Nederland. In de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor het verzet gewerkt, waar hij een onderscheiding voor gekregen heeft. In die jaren ontdekte hij ook de later wereldvermaarde Gerrit Benner. In 1945 op de tentoonstelling Kunst in Vrijheid werd hijzelf ontdekt door de kunstenaars waar hij later “De 12 Schilders” en de “Vrij Beelden” mee oprichtte. Ook stond hij mede aan de wieg van “contraprestatie” en BKR toen hij conservator van het Stedelijk Museum in Amsterdam was.Zijn oeuvre loopt in stijl sterk uiteen: van Bergense School en kubistisch (voor de oorlog) via surrealistisch en (als geheel eigen stijl) “kubealistisch”, tot abstract-expressionistisch/lyrisch-abstract.

 

In 1942 kwam mijn opa weer alleen te staan. Gré ontmoette haar oude liefde, een jeugdliefde die haar door haar ouders verboden was. Het liefdesvuur laaide weer op. Ze  nam Bertje mee. In die winter kwam mijn moeder weer naar haar vader, het was een strenge winter en ze tekende reclameborden om klanten te verlokken schaatsen te laten slijpen bij haar vader. Ook in het Utrechts Nieuwsblad werden advertenties geplaatst.

En toen kwam Ada, de cicusartieste uit Gouda lees ik onder de foto

Opa Cees waterdrinker kwam ook in Wormerveer

Dienstmeisjes huishoudsters:

Betty Machielse uit Goes

Ada

Bets

Juf ***

Duits kindermeisje Liesbeth***

Doetje Boersma

Riek van de Pol uit Nijkerk= juf

Liefje logeerde bij de familie van juf en schreef brieven aan haar vader

Arta Meijer uit Wormerveer

Tekengenootschap het Krijtje

1920 Onder voorzitterschap van prof. Willem Vogelzang (de eerste hoogleraar Kunstgeschiedenis te Utrecht) en secretaris/penningmeester N. van Huffel, treedt een algemene ontreddering van het Genootschap in. Ledenvergaderingen worden niet meer uitgeschreven en de financiële situatie is onduidelijk. Het ledental keldert tot 23. Oprichting van tekenclub ‘’t Krijtje’, onder auspiciën van Kunstliefde. Er wordt getekend naar gekleed model en mannelijk en vrouwelijk naakt. In 1933 krijgt de tekenclub als ‘Utrechts Teekengezelschap Het Krijtje’ een meer officieel karakter.

1929 Het bestuur stelt voor tot liquidatie van Kunstliefde over te gaan. Onder aanvoering van werkend lid Leo Brom wordt hiertegen met succes verzet aangetekend.
1930 Jaar van de restauratie van Kunstliefde. Er wordt een nieuw bestuur gevormd onder voorzitterschap van W.C. Schuylenburgh en met Jhr. Radermacher Schorer als penningmeester. Tekenen naar ongekleed vrouwelijk model wordt officieel mogelijk gemaakt binnen Kunstliefde.
1933 Van 25 november tot 17 december heeft Eva Besnyö een solotentoonstelling in het gebouw van de Utrechtse vereniging ‘Voor de Kunst’. De tentoonstelling wordt geopend door Gerrit Rietveld.
1936 In maart verschijnt onder auspiciën van Kunstliefde ‘Het Atelier’, een uitgave ‘ter bevordering van de belangstelling voor beeldende kunst en haar bestaansrecht’. Hiervan zijn slechts tien nummers verschenen.
1937 Schuylenburgh en Radermacher Schorer leggen na gedane arbeid hun functie neer. Zij worden beiden erelid. Bernhard J. Kerkhof wordt de nieuwe voorzitter. Ter herdenking van het 130-jarig bestaan komt er een overzichtstentoonstelling in het Centraal Museum.
1939 Op 14 mei vindt hereniging (fusie) plaats met de in 1895 afgesplitste vereniging ‘Voor de Kunst’. Het Boellaard Fonds verkoopt het pand aan de Oudegracht. Alle werkzaamheden van het genootschap verplaatsen zich naar het pand Nobelstraat 12a, waar Kunstliefde anno 2007 nog steeds gehuisvest is.
1942  Kunstliefde zegt het lidmaatschap op van de Federatie van Beeldende Kunstenaars, dat vervangen werd door de Kultuurkamer. Verschillende leden gaan de illegaliteit in. De laatste tentoonstelling in oorlogstijd (1944) is ter gelegenheid van de 60e verjaardag van Otto van Rees.
1945 Slechts aan drie leden wordt in de algemene ledenvergadering van 23 juni 1945 wegens onvaderlands gedrag het lidmaatschap ontnomen. In september wordt de eerste naoorlogse tentoonstelling gewijd aan het illegale tekenwerk van werkende leden die zich niet bij de Kultuurkamer hadden aangesloten. De naam verandert van Schilder en Tekenkundig Genootschap Kunstliefde in genootschap Kunstliefde, om aan te geven dat naast schilders en tekenaars ook beoefenaars van andere beeldende kunsten, werkend lid kunnen zijn (hetgeen in praktijk al het geval was).

2 reacties op mijn wortels

  1. Geachte heer Waterdrinker,
    Met veel plezier heb ik uw verhaal gelezen. Als beheerder van de website http://www.groetenuitbobeldijk.nl zou ik graag met u in contact komen. In het digitale foto archief van de site staat een kaart verzonden door Dieuwertje Waterdrinker ws. zus van uw opa?
    Ik lees ook dat u over foto’s beschikt van uw overgrootouders bij hun huisje in Bobeldijk. Die zou ik graag toevoegen aan het digitale archief. Wellicht is het huisje nog te traceren, de buren waren immers ook bekend, en zo groot is Bobeldijk nu ook weer niet.
    Ik hoor graag van u. Met vriendelijke groetenuitbobeldijk, Frank

    • La Penseuse schreef:

      Wat een overwacht genoegen. Ik stuur u binnenkort een mail.
      Ik ben de dochter van ….Liefje Waterdrinker.

      vriendelijke groeten
      judith Koorn

      heiloo

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.