verhaal voor Sint en Kerst, troost voor zieke kinderen

Met een zucht legt Lizzie de telefoon neer

“Zo, lekker bijgepraat? Wie had je eigenlijk aan de lijn?”

“ O mama, dat was Wies! Er is van alles aan de hand op school. De meester was ziek deze week en toen kwam er een invaller. Die kon alleen ‘s morgens. Hadden ze ‘s middags vrij. Nou, die heeft er een gezellige boel van gemaakt. Eerst hadden ze hun totopoets voor niks geleerd want die wilde hij niet geven. En Henk had zijn spreekbeurt maar die mocht hij ook niet houden. Niemand mocht kletsen tijdens het eten en als je een minuut te laat binnenkwam dan moest je de tijd tienvoudig nablijven! Die vent is keistreng. Maar…. hij schijnt wel heel leuk muziekles te geven en dat doet meester Herman nou nooit.

Die invaller, Bert heet hij geloof ik, speelt gitaar in de klas. Hij speelt ook in een band en met de klas zingt hij dan popliedjes ook. Ze zingen wel 2 keer per dag, en niet alleen maar kerstliedjes.

Verdorie dat mis ik dus allemaal. Wat een pech.

Oja, en Wies die gaat op wintersport in de kerstvakantie en ik lig hier maar.”

Er gleed een verdrietige over het gezicht van Lizzies moeder. Ze stond bij het raam. Ze had uitzicht over de hele stad Amsterdam.

Het was december, de donkere dagen voor kerst. De zon was bijna onder en overal zag je lichtjes aan gaan.

Ze draaide haar hoofd naar Lizzie:
“Ach meisje van me, ik ben alleen maar zo blij dat je nog leeft na dat verschrikkelijke ongeluk. Jouw tijd komt nog wel. Aa alles komt een eind. We moeten geduld hebben. Volgend jaar is er weer een kerstvakantie”

“Ja mam, ik weet het wel maat ik wil gewoon zo graag naar huis. Het duurt al zo vreselijk lang”

Lizzie ligt nu al 8 weken in het ziekenhuis, en dat is niet niks. Er is nog geen kijk op dat ze naar huis kan. Ze fietste met een heel stel gezellig naar school toe daar opeens dat opgevoerde knetterbrommertje opdoemde. “Pas op!”had ze nog tegen haar kleine broertje geroepen. Hij was goddank nog net op tijd de stoep op gereden. Wat er verder gebeurde daarvan kom Lizzie zich niets meer herinneren.

Na een aantal weken was ze haar coma ontwaakt en lag ze tot haar verbazing in een ziekenhuisbed. Haar ouders waren duw weken dodelijk ongerust geweest en ook haar broertje Thijmen. Vader was drie weken niet naar zijn werk geweest, hij had kringen onder zijn ogen van slaapgebrek. Mama had elke dag naast haar geslapen in een opklapbed en Thijmen had bij opa en oma gelogeerd maar ook hij kwam elke dag.

Ze hadden haar geen minuut alleen gelaten. Altijd zat er iemand naast haar bed, ze praatten zachtjes alsof ze het kon horen. Papa en mama waren zo bang geweest dat ze dood zou gaan. En toen op een dag had Thijmen een sinterklaasliedje voor haar gezongen. Hoe het ook kwam maar ineens gingen haar ogen open. Er stonden meteen 3 dokters aan haar bed en twee verpleegkundigen.

Lizie had al snel ontdekt dat er iets mis was met haar benen. Ze kon ze niet bewegen en ze huilde van schrik terwijl Thijmen alleen maar blij was omdat ze nog leefde en weer kon praten.

In de tijd dat ze bewusteloos was waren er heel veel onderzoeken gedaan, Röntgenfoto, echo, MRI Petscan….. eigenlijk alles wat je maar kan.

Twee dagen nadat ze was bijgekomen kwam er een kinderarts haar kamer binnen. Ze pakte een stoel om alles rustig uit te leggen.

Nee, het was allemaal niet zo mooi maar het goede nieuws was toch wel dat ze beter kon worden.

“Ja Lizzie, het zal een lange weg zijn, maar we doen het samen. Je zal geduld moeten hebben, en net als wij. Maar er komt een dag dat je hier het ziekenhuis uit kan lopen! “

High five! Box!!!

Ja, geduld, pffff! Dat is niet wat je noemt een keuze.

Lizzie ligt nu niet meer alleen maar op een zaal. Moeder is naar huis vanavond. Er staan 6 bedden. Overmorgen is het kerstmis. De meeste bedden zijn leeg. Alleen de àllerernstigste gevallen zijn niet naar huis gestuurd. Slechts een ander bed is bezet gebleven, het bed van Ronnie. Ronnie heeft een zeldzame ziekte waardoor hij ook heel lang op bed moet blijven liggen. Er staan palen met veel slangetjes aan zijn bed. Hij moet net als Lizzie veen geduld hebben. Hij is gelukkig best aardig, Lizzie kan echt met hem lachen.

Lizzie keert zich naar hem om;

“Hé Ron, vier jij ook gezellig Kerstmis in het ziekenhuis?”

“Ja, dat stomme lijf van mij. Mijn abonnement op het ziekenhuis is nog niet afgelopen”

Nou dan zijn we hier samen. Blij dat ik tenminste niet helemaal alleen over ben. Met Sinterklaas had ik nog maar net mijn ogen open, dus dat feestje heb ik ook al gemist. Ik baal wel hoor.”

“Weet je, als we maar beter worden. Zal ik je eens iets geks vertellen?

Nou?

Ik heb zo ‘n zin in school”

Snap ik helemaal. Als je ziek bent snap je opeens hoe heerlijk het is om naar school te gaan. Beter dan altijd vrij.”

Zeg Liz, heb jij een verlanglijstje?”

Eh ja, maar er staat weinig op

Wat heb je bovenaan staan?

Lizzie gniffelt: een ritje met de arrenslee naar een kerstdiner met alles erop en eraan. En gezondheid natuurlijk.

En jij Ronnie? Verlanglijstje of doen jongens daar niet aan?

He bedoel je, doe je daar niet aan? Ken jij mensen die niets te wensen hebben?
Nou, je hoort tegenwoordig wel eens van mensen die denken dat ze alles al hebben.”

Ja, nou je het zegt. Ik heb ook van die klasgenoten die alleen maar geld vragen. En als je dan vraagt wat ze ermee gaan doen zeggen ze: “sparen”

Waarvoor? “Weet ik niet.”

Vind jij dat ook zo stom?

Nou ja, een beetje extra geld is natuurlijk nooit weg, maar het is niet bepaald origineel. Als je niet uitkijkt gaat het dan gewoon op aan een zak chips.

Hihi, ook een leuk cadeau, een zak chips!”

“Niet dus. Trouwens, als je in het ziekenhuis ligt heb je niks aan een volle spaarpot en chips …. zou ik wel trek in hebben maar mag ik voorlopig niet.”

“Goedenavond Dame en Heer. Kan ik u nog ergens mee van dienst zijn?” . Dat is Ellie, de oudste verpleegkundige. Ze heeft avonddienst vandaag. Ze mag dan niet meer zo jong zijn, je kunt wel enorm met haar lachen. Laatst nog hadden Jasper en Tom haar voor de grap natgespoten met oude gebruikte spuitjes die ze stiekem hadden opgespaard. Grote jongens al, van 16 en 17. Ellie was niet kwaad geworden maar ze had hen wel teruggepakt.

‘s Avonds had ze gezegd dat er een brandoefening was en dat daarom iedereen absoluut op zaal moest blijven. Alleen moesten Lizzie en Ronnie even mee om mee te werken aan een extra onderzoek van dokter Jaspers.
Toen ze van de zaal af warren draaide Ellie de zaal op slot. Jasper en voelden meteen nattigheid en dat was al gauw letterlijk.

De avondploeg rolde de brandslang uit en even later zwommen de jongens in hun bed.
Wie had nou ooit zoiets gedacht in een ziekenhuis.
Het leek wel een schoolkamp.

Zeg wat heerst hier voor een stemming? Het is bijna kerstmis…..gezellig toch?

Ja, heel gezellig maar dan wel thuis. We zijn op de verkeerde plek.
Hoezo? Waar zijn Jasper en Tom eigenlijk?
Weet je dat niet Ellie. Die mochten van dokter de Kraker opeens naar huis, bofkonten. Flauw hoor liggen wij hier met z’n tweeën te zielepieten.”

“Zielepieten??? zei je dat nou?” Moet jij eens opletten hoe gezellig kerstmis in het ziekenhuis gaat worden.”

Gezellig, een kamer met lege bedden.

Dat denk je maar, die bedden blijven niet leeg!
Ik zal jullie een geheimpje verklappen. Wij hebben hier in Amsterdam in december altijd heel speciale beddenvullers. Omdat er in Nederland steeds meer mensen zijn die een kerstman over de loer willen hebben heeft de kerstman net als Sinterklaas hulpjes in dienst. De kerstman heeft geen zwartepieten centrale. Tenminste dat denkt iedereen.”

Toe Ellie hou effe op ja! De kerstman bestaat helemaal niet en Sinterklaas volgens mij ook niet. We zijn wel ziek maar we geen kleuters meer.”

Nee, dat weet ik. Overmorgen zullen jullie het met me eens zijn. Dit wordt de mooiste kerstmis van jullie leven.

Kijk, hier heb ik een doos voor jou, en ook een voor jou Lizzie. Maak maar eens open.”

“Gaaf, kerstboomversiering. Maar wat moet ik ermee? Ik kan toch mijn bed niet uit om een boom te versieren”zegt Ron een beetje zielig.

“Hé!” schreeuwt Lizzie, Takken! Ellie volgens mij kan ik hier een kerstboom mee bouwen!”

“Ja dametje. Dat klusje zullen we mooi eens even samen klaren. We gaan het hier oergezellig maken. Dan weten je ouders en broers en zussen dat ze gerust een bezoekje kunnen overslaan vanwege het kerstdiner bij opa en oma.”

Oké, Maar wie zijn die gasten nou?

Dat mag ik niet verklappen. Maar jullie moeten wel meewerken en dan zie je het vanzelf. En…oja, jullie moeten wel een mooi verlanglijstje maken met maar één wens! Dat moet een absolute hartewens zijn.

Oke, we zijn er klaar voor. Wat moeten we anders, hè Ron?

Als de volgende middag het bezoek binnenkomt, zijn de oohs en aahs niet van de lucht. De ziekenzaal no 18 is omgetoverd onherkenbaar. Er staat een sprookjesachtige kerstboom die reikt tot aan het plafond met betoverende verlichting. Het lijkt een paleiskamer waar per ongeluk twee ziekbedden in geplaatst zijn. Keigezellig!

Onder de kerstboom liggen twee uitbundig versierde verlanglijstjes, de kinderen hebben in schoonschrift hun wens opgeschreven. Ron en Lizzie hebben er de vorige avond lang over gepraat en uiteindelijk besloten ze allebei dezelfde wens te schrijven.
Een rit in een bijzonder voertuig, limousine of zo naar een gezond en deftig haast koninklijk en vooral lekker kerstdiner met alles erop en eraan.

De bezoekers moeten lachen als ze het lijstje zien. Ze vinden het leuk maar ook een beetje meelijwekkend. Ze durven niet goed te praten over alle leuke dingen die zij zelf gaan doen met de kerst.

Lizzie en Ron zijn verrassend vrolijk. Ze benadrukken steeds weer dat zij zelfs ook iets heel leuks in het vooruitzicht hebben.

“Nee, we verwachten natuurlijk niet dat we echt precies krijgen wat we hebben opgeschreven maar. Pap, je hebt mij zelf altijd gezegd dat de voorpret van de vakantie het leukste is toch?”

“Ja meisje van me, antwoordt haar vader terwijl hij Lizzie liefdevol over haar krullen strijkt.

Bij het andere bes legt Ron uit aan zijn moeder dat hij haar op eerste kerstavond niet wil zien tijdens het bezoekuur. “Mam, je moet op kerstavond gewoon lekker naar de nachtdienst, kun je gelijk een kaarsje voor me opsteken. Je neemt Jeske en Marin en Papa natuurlijk mee. Dat vinden ze allemaal heel gezellig en jij ook. Volgend jaar ben ik er ook weer bij. Onder het zingen doe je maar een extra gebedje voor mij. Die lieve broer en zus van mij hebben je thuis al veel te vaak moeten missen door mij. Je bent vaker hier dan thuis. Daarna slaap je op kerstochtend lekker uit. Jeske en Marin dekken de tafel, laat je verrassen. En dan gaan jullie heerlijk brunchen Om 1 uur komen tante Geeske en oom Erik en tante Janneke komt met oom Ruud… die zorgen voor het avondeten. Ze nemen geen kinderen mee en ik heb hun laten beloven dat ze jou verbieden de afwas te doen, en papa ook trouwens.

Moeder kijkt hem verbaasd aan. “Hoe weet jij dat allemaal als ik vragen mag?”

“Doet er niet toe. Geloof me nou maar. Dat werkt beter dan anti-rimpelcrème. Nou goed lieverd, dan ga ik maar. Na 6 uur rijden de treinen al nauwelijks meer dus we moeten opschieten. Ik vind het maar niks om jou hier alleen achter te laten. Maar als ik jou daar nou werkelijk een plezier mee kan doen.

Ik ben niet alleen, er wordt goed voor mij gezorgd.

Ik vind het ontzettend flink van je.

Tot overmorgen dan maar. Dag lieverd.

Als het bezoek vertrokken is kunnen de twee tieners weer ongestoord met elkaar praten.

“Lizzie, vind jij dat ook zo erg?”

“Wat?”

Dat ze altijd medelijden met je hebben.

Ach, ik denk maar zo: ze bedelen het goed. Wat zou jij doen in hun plaats ? Eerlijk gezegd heb ik zelf een beetje medelijden met mijn ouders. Ik hoop echt dat ze een dagje kunnen uitrusten”

“Zit wat in ja. Als ik weer thuis ben zal ik echt proberen om wat minder te mopperen. Ze hebben eigenlijk wel gelijk als ze zeggen dat ik te vaak humeurig doe.”

“Zeg hoe laat is het eigenlijk? Kan jij de klok zien?”
“het is tien over negen; Bedtijd!!” klinkt het vanaf de gang.

“ he? Dat is niet de stem van Ellie. Ik herken de stem van zwarte Piet van tv, zeggen beide tieners in koor.

“Inderdaad, dat ben ik. Er verschijnt een veer door de deuropening, dan een paar zwarte handschoenen en vervolgens……Piet.

“Hé Piet, ben jij de nieuwe nachtzuster of zo?”

“ Zeker niet, Ik ben Piet en jij bent SSSSielepiet. Zo zit dat.”

Ron is met een ruk overeind gaan zitten. “Nee, zonder gekheid. Je bent een beetje laat, Sinterklaas is alweer naar Spanje. Het is de avond voor kerstmis.”

“Ha, ik ben wel zwart maar niet dom jochie. Heeft zuster Ellie jullie niet verteld dat de zwarte Pietencentrale afdeling Noord-Hollands hier vanavond vergadert en overnacht?”

De ogen van Ron en Lizzie beginnen te glimmen. Dus dàt is wat Ellie bedoelde met de bijzondere beddenvullers.

“Jij bent dus echt?”

“ja, jullie zijn toch ook echt?”

“Hèhè, ik bedoel je bent geen namaakpiet?”

“Nee, ik maak nooit iets na”

“Nou doe effe niet zo lollig. Je werkt dus echt bij Sinterklaas?”

“Nee, nou uhh ja, maarre…… nu ff niet!”

“Tjee, je bent wel modern!”

“Je had toch al weer terug ik Spanje moeten zijn?”

“Dat denken die Hollandse kindertjes nou altijd. Maar de Sint en de kerstman werken tegenwoordig samen. Dat wisten jullie vast niet. Als wij 5 december achter de rug hebben worden we uitgeleend aan de kerstman.”

“Om wàt te doen?”

“Nou die arme man kan natuurlijk niet alle cadeautjes in zijn eentje inpakken. En rendieren zijn er ook niet bepaald handig in.”

“ Ha, nee dat zie ik ook niet zitten!”

“Dus wij, zwarte Pieten, wij zijn vanavond eindelijk kaar met al die cadeautjes een vanavond gaan we vergaderen.”

“Vergaderen?, dat is toch niets voor Pieten?”

Hoe zo niet? Wat hebben jullie dan te vergaderen?”

“Wij bekijken met de hele afdeling wat er misgegaan is dit jaar, welke kinderen vervelend waren, wat er volgend jaar in het routeboek moet worden verbeterd enzovoort”

“en daarna eten jullie de restje op, de overgebleven marsepein, schuimpjes, banketstaaf en chocoladeletters.”

“Hou op zielepieten, jullie maken me misselijk.

Morgenavond hebben we een afsluitend diner en daarna eindelijk terug aar Spanje, naar de zon. Lekker tweee maanden vakantie. Heerlijk!”

“twee maanden maar?”

“Ja, wij Pieten, wij werken heel hard. De cadeautjes komen niet uit de hemel vallen. Ook niet in Spanje.

Maar uhh, jullie moeten vroeg gaan slapen! Morgen hebben we een verrassing voor jullie in petto.”

Dat zeggende verschenen er lichtjes in zijn ogen en trok hij een grimas van oor tot oor.

“We?”

“Jazeker, vanavond slapen er hier in dit ziekenhuis 453 Pieten en de helft daarvan is opgeleid tot verpleegkundige.”

“ Duhh!!! Dat meen je niet! Ronnie liet zich in zijn kussens terugvallen.
“Zo vroeg hoeven we nooit te slapen, zelfs niet in het ziekenhuis.”
“ Vanavond één keer gewoon doen wat ik vraag. Jullie mogen nog even zonder kletsen naar MTV kijken ofzo maar je moet snel je ogen dicht doen.”

Hij schoof de gordijnen rond de bedden dicht.

“Morgen moeten jullie goed zijn uitgeslapen.”

“Vooruit dan maar, als jij het zegt. Ik ga nog in wonderen geloven. Maar wat is er nou precies morgen?” probeerde Lizzie nog.

“Tja, een verrassing is iets wat je niet van te voren verklapt….dan is het namelijk geen verrassing meer . Capito???”

Het wordt stil in de zaal. Beide kinderen zitten met koptelefoon op tv te kijken. Een uur later sluipt Piet op zijn tenen de zaal binnen. Hij glimlacht vertederd als hij de kinderen met koptelefoon op in dromenland ziet. Heel voorzichtig schuift hij de koptelefoons af, knipt de tv uit , dekt de kinderen toe en fluistert : “Welterusten lieverds”

De lichten uit, de gordijnen worden opengeschoven. Hij loopt in het schemerdonker naar de boom en neemt de lijstjes mee.

“ Mooi geschreven” mompelt hij…. “Komt voor elkaar”

Nog even blijft hij staan bij het raam en staart dromerig naar de lichtjes van de grote stad daar beneden. Amsterdam, de stad op palen. Vanaf de achtste verdieping ziet de oude stad en alles er omheen er sprookjesachtig uit. Al die lichtje van huizen en kantoren, van bewegende auto’s treinen en bussen, van de vliegtuigen die overkomen en de havens in de verte. Het is net Madurodam.

“Maar het wordt nog mooier.” mompelt Piet in zichzelf “over een paar uurtjes.”

Als de kinderen in diepe slaap verzonken zijn is het in de gangen van het ziekenhuis een drukte van belang. De portier heeft een avond vrijaf gekregen en in zijn plaats staat er nu een lachende donkere portier met een rode kerstmuts op. Op zijn borstzak prijkt een badge: Piet 123, Portier. Op de kraag van zijn rode jasje met gele biesjes en gouden kwastjes aan de schouders zijn met gouddraad stafjes geborduurd.

Het rumoer verstomt als er een klein rondbuikig mannetje door de draaideur naar binnen gaat. “Joho joho, Goedenavond beste Pietermannen” groet hij met een Engels accent. “Is jullie ouwe baas er al, Klaas bedoel ik?”

“Nee, schudt de portier, “zijn paard had vermoeide hoeven en daarom reist hij vanavond per limousine. Het kan daarom nog even duren, want daarmee staat hij net als gewone Nederlanders dus in de file.”

Juist na die woorden stopte er een enorme prachtige donkerrode auto voor de ingang. De chauffeur haast zich om het portier van de passagier te openen en een grote man naar buiten te helpen, een man met een lange witte baard. “Jajaja, het is goed zo Piet. Ik ben nog niet zo oud dat ik ondersteuning behoef. En kijk eens wie we daar hebben. Je bent me dit jaar te snel af. het is altijd weer een verrassing wie van ons tweeën het eerste ter plaatse zal zijn. Nick ouwe jongen ik moet je even omhelzen. Je bent weer niet gegroeid haha!”

Nicolaas stapt kwiek op het kleine mannetje af en beide mannen omhelzen elkaar hartelijk en kloppen elkaar hard op de schouder.

Ik had je eerder verwacht, jouw taak zit er al een paar weken op toc? . Hoofdzaak is, we zijn er.
Luid pratend en erg vrolijk lopen ze dieper het ziekenhuis in “Hebben mijn Pieten je weer uit de brand geholpen?
He jij daar… Kerstpiet ….vertel eens vriend, in welke ruimte wordt er vergaderd vanavond?

Goedenavond Sint en Nick In de grote hal is alles in gereedheid gebracht. Er staat een torenhoge kerstboom. Het is een ruimte waar feesten worden georganiseerd als er weer eens een professor hier in het ziekenhuis 75 wordt.”

“wat zeg je? 75???/ Jajaja , een mijlpaal. Wanneer was dat ook al weer mijn 75ste verjaardag? Ach toen was ik nog jong.
Nick help me eens, hoe lang is dat geleden.

Nou neef, verjaardagen daar doe ik al lang niet meer aan….behalve die van jou dan haha. Maar de tel hou ik niet meer bij. Het gaat niet om leeftijd maar om kwaliteit van leven is mijn motto.

Zo!! dat hebben ze goed geregeld, vergaderruimte naast het restaurant.

In alle gangen klinkt het geluid van hemelse kerstbelletjes. In minder dan geen tijd zijn alle stoelen bezet door 453 Pieten in vol ornaat. Sinterklaas klimt op een verhoging. Hij neemt een slok water van het spreekgestoete , overziet even rustig de zaal en schraapt zijn keel:

“ Goeden avond alle pieten van Noord-Holland. Ik hoop dat deze vergadering net zo vlotjes verloopt als die van afdeling Zuid-Holland waar ik gisteren was. Dan kunnen we snel een begin maken met de voorbereidingen van het kerstdiner. We zijn hier weliswaar vlak naast de Arena van Ajax maar mijn motto is nog immer: geen woorden maar daden! Laat mij eerst even zeggen dat bijna alle hulpsinterklazen prachtig werk hebben geleverd. Jullie hadden ze goed uitgezocht.

Nick grijpt de microfoon. Klaas, laat mij tussendoor ook even wat zeggen. Ik heb niet zoveel woorden nodig als jij:
“Welkom jongens, Als alle voorgaande jaren: Mijn complimenten en dank aan jullie allemaal. Waar zou ik zijn zonder jullie?
Met oud en nieuw vieren we dat samen in Lapland, ik verwacht jullie daar allemaal.

Ga verder neef, sorry voor de onderbreking.”

“Um ja, Waar was ik gebleven? Ja! Volgend jaar hebben we 10 nieuwe klazen nodig. Als jullie namen hebben…graag doorgeven op mijn werkkamer vóór het nieuwe jaar.

Sinterklaas deelt wat onderscheidingen uit. Voor de Piet die de meeste pakjes bezorgd heeft ingepakt. Hij krijgt een medaille met een gouden zak erop. Een andere Piet krijgt een medaille omdat hij geen enkele vergissing heeft gemaakt, er is een Piet die de meeste trappen heeft gelopen en er is een poedelprijs voor een jonge Piet die teveel letters heeft gesnoept. Het is hem aan te zien….een buikje. Komend jaar draagt hij een jasje met de letters SNOEPPIET” En een van de Pieten ontvangt een gouden wekker….nooit te laat gekomen..

er klinkt veel applaus en er wordt veel gelachen. Dan, onverwacht zet de Pietenswingband O Denneboom in; de hele zaal valt in en als het uit is klinkt luid trompetgeschal gevolgd door een luid en spannend tromgeroffel. Tadadadaaaaaa!!!!! Sinterklaas wenkt de kerstpiet naar voren en neemt zelf plaats op de voorste rij in de zaal.

“Zo, zegt de Piet. “Dan zal ik het Sinterklaasjaar bij deze afsluiten door te onthullen wat we dit jaar doen voor de kerst voor de kinderen die door ongelukkige omstandigheden dit jaar niet samen met papa en mama bij de kerstboom zitten. Gisteravond heb ik hier in het zieken huis de laatste twee verlanglijstjes opgehaald. Ze hebben heel toevallig , hij knipoogt en trekt een gekke bek,

dezelfde droomwens opgeschreven:

Een gezellig maar deftig en gezond echt kerstdiner waarbij ze even vergeten kunnen dat ze ziek zijn.

Sint en Nick, Piet kijkt de beide goede gevers strak in het gelaat terwijl hij verder spreekt:
Mag ik u beiden vragen om uw bovennatuurlijke krachten deze kerst in te zetten voor het vervullen van deze wens?’

Sinterklaas staat op. Tegelijkertijd staat ook de kerstman op. Hij klimt bovenop zijn stoel om niet onder te doen voor de bisschop. “Piet, ik vind dit een prachtig plan, we gaan ervoor !” klinkt er als in koor. “Wij zullen onze eendaagse toverkracht dit jaar gezamenlijk inzetten voor deze kinderen en alle andere zwaarzieke kinderen in de ziekenhuizen van Amsterdam.

Over een uur staan we op het dak van het AMC, Als we de staf en de gouden bel in de lucht houden boven ons hoofd zullen de al deze kinderen 24 uur niet door ziekte geplaagd worden jullie kunnen hun allemaal per arrenslee door het luchtruim naar de juiste bestemming vervoeren.

Die arrensleden staan geparkeerd in de ambulanceruimten. Ze zijn uiteraard gemotoriseerd en er zitten ook wieltjes onder. Goddank heb ik jullie allemaal een verplicht koetsiersdiploma laten halen op de pietenopleiding. Scholing …..altijd goed voor je toekomst.’

De kerstman neemt de microfoon en het woord over:

“Ik heb voor deze gelegenheid 100 kerstmangewaden onder de boom liggen. En verder is het de bedoeling dat alle kinderen zodra ze wakker worden het pakje openmaken dat naast of op hun bed ligt. Ze vinden daarin een smoking of avondjurk, en een heerlijke warme winterjas met een flinke bontrand eraan. Ja, nep natuurlijk. Plus …. een witte wollen deken met een afbeelding van mijn bekende rendier: Rudolf. Je kent ‘m wel….met die rode neus . Vervoer: twee kinderen per slede. Denk erom, ook al zijn ze deze dag gezond, pak hen goed in.

Er is een kwartier tijd voor een leuke rondvlucht boven de stad. Pas op met landen, het zal glad zijn want ik zet de sneeuwmachine aan.”

“O, ja jongens,” Sint weer aan het woord. Het eindpunt is dus onze lege pakjesboot 12 die in de oude haven ligt. Taakverdeling is als volgt. Alle Pieten met blauwe veren moeten tafel dekken, Pieten met gele veren zorgen voor de kerstversiering. Vergeet de echte kaarsjes niet! De witgevederden bekommeren zich om het voorgerecht, paars gevederden verzorgen het hoofdgerecht, en oranje maakt het dessert.

Weet iedereen nu wat hem te doen staat?

“Nee oom Nick en Nicolaas” de dirigent van de Pietenswingband staat er een beetje beteuterd bij. “Wat mogen wij doen?”

“Jullie? Roept de kerstman snel. Nogal wiedes, jullie gaan kerstliedjes spelen natuurlijk! Daar zijn jullie muzikanten voor!

En jongens….het spreekt voor zichzelf maar Pietenpakken in de kast. Nette pakken aan voor het diner vergeet de stropdas niet. Jullie moeten er onberispelijk uitzien. Ingerukt mars!”

Vanuit het orkest klinkt een gongslag. Alle Pieten stuiven weg. Vijf minuten later staan er alleen nog tweee oude mannen met elkaar te praten.

Tegen 6 uur in de ochtend dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes naar beneden. Het sprookje is begonnen. Een half uur later doet Ron zijn ogen open. Hij staart verwonderd naar de witte watjes die in het donker naar beneden dwarrelen. Een witte kerst!

Dat moet Lizzie ook zien. Hij draait zich om.

Wat goed dat iemand de bedgordijnen al heeft opengeschoven. Zodra hij zich beweegt hoort hij Lizzie fluisteren: “Hé Ron, ben je wakker? ¨

“Ja, jij dus ook. Het sneeuwt!”

“Dus ik droom niet? Het is echte sneeuw? Mooi hè? Wel jammer dat we niet kunnen sleetje rijden.

Maar, vandaag is de verrassingsdag. Ik ben zo benieuwd. En….ik voel me zo goed vanmorgen. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik nog ziek ben.

“Nou je het zegt. Dat heb ik ook. Alsof ons verlanglijstje in vervulling is gegaan. Kan niet natuurlijk, maar het voelt goed. Zullen we bellen?

Het is al haast 7 uur en toch nog heel rustig op de afdeling.

Bellen is eigenlijk een raar woord want je hoort niets. Ergens gaat een lampje branden. Ze drukken beiden op het rode knopje en in een mum van tijd staat daar:

Hun mond valt open van verbazing Piet!!!! maar dan anders. Hij is gekleed in een dennegroene broek een cremekleurig overhemd met een rode stropdas met kleine gouden sterretjes en daaroverheen een groen fluwelen colbert.

“WAAAUUUWWW!!!!”

“ Verrassing hè?”, grijnst Piet.

“Jé, ben je nu nog wel Piet?”

“Jij bent toch ook Ron en jij blijft Lizzie als je een ander pakkie aantrekt?

Dat moeten jullie trouwens ook doen. Loop es gauw naar de kerstboom. Daar ligt een pakketje voor jullie.”

“Jammerrrrrr!!!!!. Wij kunnen ons bed niet uit remember?”

“Vandaag wel. 24 uur zullen jullie je gezond voelen, en je gaat ervan genieten.
Zeg maar, hoe voelen jullie je?

“Goed”

“Nou dan, opschieten en doen wat ik zeg.”

De twee springen hun bed uiten onder de kerstboom scheuren ze ongeduldig het papier van de pakjes af.

“Kijk nou toch!”

“Wassen en aankleden,”commandeert Piet. “Over een half haal ik jullie op wat we moeten vertrekken voor de zon op is.”

25 minuten later staan Lizzie en Ron in hun nieuwe outfit bij de deur. Ze lijken zo haast broer en zus.

“Warm zo hè? Denk je dat we echt naar buiten gaan?

Is dit een droom misschien?”

Piet komt aangebeend en monstert hen goedkeurend. “Jullie zien er prima uit zo. Loop maar met me mee. We gaan een ritje maken.”

In de lift naar beneden zien ze dat ze niet de enigen zijn. Er lopen nog meer kerstpieten. Allemaal hebben die 2 kinderen bij zich. Alle kinderen zijn zo prachtig aangekleed en allemaal kijken ze even blij en verbaasd. Ze dalen af naar de onderste verdieping en volgen de bordjes AMBULANCE vervoer. Geen auto te bekennen maar wel 11 arrensleden met, jawel, rendieren ervoor.

“nee, geen tijd om te aaien, instappen. Het is de hoogste tijd om te vertrekken. Knopen dicht, das om, muts over de oren en deken over je schoot want buiten is het echt koud.”

Elf Pieten klimmen op een bok. De zwepen knallen door de lucht en de sleden bewegen zich op de kleine wieltjes naar e uitgang. Kleine belletjes aan de teugels geven een nog betoverender sfeer. En alsof afgesproken beginnen de kinderen te zingen: Jingle bells jing…. Het is feest.

Buiten voor het ziekenhuis is de wereld wit, kerstwereld. De sleden glijden in optocht over de toegangsweg en dan laat de voorste koetsier zijn zweep weer drie keer luid knallen en beginnen alle sleden langzaam te stijgen. De ochtend gloort en de tocht gaat verder hoog boven de stad. Het voelt koud maar het is zo prachtig. Wat is Amsterdam mooi.

“Ik wou altijd een keer naar Disneyland, mijmert Liz. Maar mooier dan dit bestaat niet.” “ Liz, knijp een even in m’n arm. Au !!! zo hard hoeft ook weer niet. Het is dus echt? Hé, kijk daar, nog een ziekenhuis. Het Onze lieve Vrouwe ziekenhuis.”

“te gek!, daar komt ook zo’n optocht van de grond. Ze sluiten bij ons aan.

De tocht gaat verder, geen enkel Amsterdams ziekenhuis wordt overgeslagen en dan hangen ze boeven de haven. Er liggen veel mooi versierde schepen. Op sommige zie je een kerstboom in de mast.
“Liz kijk daar! Pakjesboot 12 Hij ligt er nog.”

“We dalen!” roepen alle kinderen opgewonden. Een minuut later staat de hele stoet langs de kade. De sneeuw ligt al 50 cm hoog. “Goedzo denkt Ron “Dan hebben pap en mam een extra reden om thuis te blijven”

De swingband staat te spelen op de kade als de kinderen ongelovig over de loopplank het schip betreden. Binnen worden ze ontvangen door Sinterklaas die vandaag een groen fluwelen pak aan heeft en een vrolijke rode kerstmuts met een belletje op zijn hoofd.

“Welkom, welkom allemaal. Jullie stoelen staan al klaar. Wat ben ik bij om jullie te zien. Hang je jas aan de kapstok en onthoud het nummer want al die jassen lijken op elkaar.”

Ze zijn met minstens honderd kinderen. Van binnen doet de pakjesboot niet aan een vrachtschip denken. Het lijkt een luxe cruiseschip, romantisch …..

Er staan prachtig gedekte tafels. Het water loopt de kinderen in de mond. Ieder zoekt zijn naambordje op de tafels.

“Zit iedereen?” Sinterklaas tikt tegen een glas. Op slag is het doodstil.
“Lieve kinderen, spreekt de groene Sint. Ik zeg het nog maar eens: vrolijk kerstfeest allemaal!”

“Vrolijk kerstfeest Sinterklaas” echoot het uit meer dan 100 monden.

“Vandaag maken we er een onvergetelijke dag van. Je zult dit avontuur moeilijk aan je vrienden en familie kunnen uitleggen maar… sluit vanavond vriendschap en je hebt elkaar later om na te genieten. Je krijgt van mij, van ons bedoel ik, een namenlijst en dan kun je lekker op MSN of whatts app of hoe het ook heten mag. Jullie zult wel honger hebben en je mag bijna op de heerlijkheden aanvallen maar eerst moeten jullie even je ouders bellen om de familie een vrolijk kerstfeest te wensen. Er ligt een mobieltje in je servet. Niet over mij praten. Zeg maar dat het vanochtend bijzonder mooi is in het ziekenhuis. Maak het kort en zeg “Tot vanavond”
Als jullie je kerstontbijt achter de kiezen hebben kun je door die deur daar en dan spelen we bingo.”

Er wordt zacht getelefoneerd. De kinderen smullen en kletsen en als ze hun buik vol hebben gaan ze richting Bingo. Hoe het kan begrijpt niemand maar echt, iedereen wint wat. Daarna is er een moppenuurtje gevolgd door een circusvoorstelling van de acrobatenpieten. En dan: Tijd voor DISCO.

Ze dansen zich helemaal suf. Tegen de klok van enen hebben de kinderen toch wel weer trek. Ze schuiven aan voor een meer dan overvloedig kerstdiner. Het geheel wordt afgesloten met een ijstaart die in brand staat.

Als Ron zijn laatste hapje ijs heeft uitgelepeld en een boer moet onderdrukken staat hij op en tikt tegen zijn glas zoals hij zijn vader dat wel eens heeft zien doen.

“Mag ik even de aandacht?”

Alle ogen richten zich op hem.

“Lieve Sinterklaas Ik wil u bedanken voor deze prachtige droom.”De hele zaal barst los in een oorverdovend applaus, alle kinderen roepen dank u wel dank u wel!

“Wat kunnen wij nu voor U doen?” gaat Ron verder.

Sint staat op. Het wordt stil.

“Er is weinig wat ik van jullie vraag maar toch ook weer heel veel” Allereerst mogen jullie niet vergeten om Nick de kerstman, te bedanken. Zonder zijn medewerking was dit allemaal nooit gelukt. Jullie weten, Kerstmis is het feest van de vrede.”

Iedereen knikt.

“ Ik hoop daarom dat ieder van jullie bereid is en blijft om in de rest van zijn of haar leven te vechten voor de vrede. Dat klinkt eigenlijk gek….vechten voor vrede. Laat ik liever zeggen: je inzetten voor de vrede. Het lijkt vaak onbegonnen werk, maar heus: Alle beetjes helpen. Door niets te doen wordt de wereld zeker niets beter.

Iedereen die mij dat wil beloven met de hand op het hart kan, vóór het instappen in de arreslee twee witte duiven ophalen bij de garderobe. Daarmee sluit je je aan bij de vredesbrigade van de witte duiven. Eén van die duiven leeft. Die laat je vrij zodra je buiten bent. Die andere lijkt net echt, die neem je mee naar het ziekenhuis en later naar huis. Die duif zal je herinneren aan je belofte. Volgend jaar zet je gewoon en zal deze dag een droom lijken. Deze droom was werkelijkheid en eenmalig.

Lieve kinderen,

– Sint ziet alle kinderen staan met een rechterhand op het hart-

ik reken op jullie, het is de hoogste tijd voor de terugreis. Mijn boot vertrekt over een uur richting Spanje. Dan moeten alle Pieten weer aan boord zijn. Ik wens jullie alvast een gelukkig en dus gezond nieuwjaar!

Op naar de jassen.

Opeens staan de Pieten weer naast de kinderen die ze hebben gebracht. Meer dan 100 duiven fladderen de lucht in. De zon is net onder de horizon verdwenen, de lucht is nog een beetje rood als de stoet van arrensleden de lucht in gaat. Boven elk ziekenhuis klinken kinderstemmen van vrienden die afscheid nemen: Doei!! Ik schrijf je ik bel je

het is half 6.

Liz en Ron liggen weer in hun bed op de ziekenzaal. Klokslag 6 uur verschijnt het vrolijke hoofd van zuster Ellie weer om de hoek van de deur.

“en ….?? fijne dag gehad?”

“Mmm mmm, knikken de kinderen glunderend.

“Ellie?”, vraagt Lizzie. “hebben we niet liggen dromen?”
“Kijk eens, wat staat er op het kastje naast je bed? Een vredesduif!”

“Ja, en die deken kun je toch ook niet gedroomd hebben. Trouwens mal om te denken dat wij exact hetzelfde zouden dromen.” valt Ron in. “Ellie, wat moeten we tegen onze ouders zeggen als die zometeen binnen komen?”

“Nou gewoon, de waarheid; dat je heerlijk hebt gegeten , dat er een bingo was, dat je de sneeuw zo mooi vond, dat je je in wil zetten voor de vrede dat je een onvergetelijke dag had die wel een droom leek.”

“Ja Ellie, je had dus gelijk. We hadden ons geen mooiere dag kunnen wensen.”

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.