verscheurde jeugd

Net nu ik bezig ben het leven van mijn moeder Liefje Waterdrinker en de invloed van echtscheidingen op de ontwikkeling van de kinderen die daar het slachtoffer van zijn, op schrift te stellen is er heel veel aandacht voor het leed van kinderen van ondeduikers van 75-80 jaar geleden. De parallellen dringen zich aan mij op; op zeer jonge leeftijd plotseling gescheiden worden en even plotselinge hereniging vele jaren later…. dat veroorzaakt een hoop ellende.
zie de Volkskrant van 2 mei.

We moeten altijd weer hopen dat we het in de toekomst beter doen…
blijf kijken naar wat er gloort aan de horizon

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

gendergevoel …. niet opereren maar accepteren

Respect voor jezelf en voor elkaar
                                                           accepteren in plaats van opereren

De afgelopen decennia hoor je steeds vaker dat je dicht bij jezelf moet blijven, jezelf niet moet verloochenen, dat je niet kan houden van anderen als je niet van jezelf houdt, dat jezelf moet uitvinden en ga zo maar door.

Nu hebben we de afgelopen 100 jaar gewerkt aan emancipatie c.q.  gelijkberechtiging van diverse groepen in onze maatschappij. Daarbij gaat het om geloof, om geslacht, om geaardheid, om huidskleur zelfs, om afkomst en….misschien vergeet ik iets.

Zelf respecteer ik elk mens zoals die is zolang die mens geen anderen kwaad doet, liegen, stelen, moorden etc.

Kun je als mens in een verkeerd lichaam zitten?
Ik blijf het een raar idee vinden. Eigenlijk geloof ik dat net zomin als dat er een duivel in iemands lijf kan zitten die moet worden uitgedreven.

Er is  voortdurend gezeur is over gendergelijkheid op een vreemde manier namelijk alsof mannen en vrouwen helemaal niet van elkaar verschillen. Speelgoed zou volkomen genderneutraal moeten zijn net als kinderkleding.
Maar de transgenders willen juist wel de nadruk leggen op de verschillen tussen man en vrouw want zij zeggen te weten dat ze zich voelen als mensen van het geslacht dat ze niet hebben
Men niet weet wat te doen met herentoiletten en damestoiletten ( simpel toch? Thuis gaan we ook naar hetzelfde hokje)

Wij kennen bij geboorte jongens of meisjes en , heel zelden ook kinderen die van beide geslachten kenmerken dragen. In dat laatste geval is er iets mies gegaan in de groei voor de geboorte en kunnen we gelukkig ingrijpen. Iemand met een hazelip, met drie oren of een Siamese tweeling ….allemaal voorbeelden waar duidelijk iets mis is en we blij zijn als we met opereren een goed resultaat verkrijgen die de kans op een gelukkig of normaal leven mogelijk maakt.

Wel geloof ik dat je geaardheid anders kan zijn dan die van je verwacht wordt door je geslacht maar persoonlijk geloof ik niet dat je je een man kunt voelen als je een vrouw bent of andersom. Niemand weet precies hoe een ander zich voelt, niet eens hoe je eigen zus of broer zich voelt. Je kan niet werkelijk in het hoofd van een ander kruipen.

Nu het mogelijk is om operatief in te grijpen bij mensen die zich ongelukkig voelen met hun geslachtsbepaling lijkt er wel een explosie van genderfouten te zijn. Iedereen is zelf de baas over het eigen lichaam maar toch heb ik daar vraagtekens bij.

Ik weet het, door middel van test is aan te tonen dat het ene meisje meer meisje is of minder juis dan de meeste anderen, en zo is dat ook bij jongens.
Er zijn ook mensen die liever een andere kleur ogen hadden, langer of korter willen zijn, dunner, dikker, behaarder, slimmer, sterker etc.
Nu lijkt het of ik het probleem wil bagatelliseren maar dat is niet mijn bedoeling, juist niet!

Om het leven goed door te komen moet je beginnen jezelf te accepteren zoals je bent; als je niet in de wieg gelegd bent voor een slanke fotomodel of worstelaar of wetenschappelijk onderzoeker zoek dan naar wat wel bij je past. Heb je een dikke kont? Accepteer het. Heb je dunne sprieten van benen? Accepteer het! Val je op mensen van je eigen geslacht? Accepteer het!

Maar waarom dat niet accepteren dat je een minder uitgesproken man of vrouw bent?  We leven niet meer in het tijdperk van heksenvervolgingen…. Een klein beetje vooruitgang hebben we geboekt met onderwijs gedurende de geschiedenis hoop ik toch?

Als we in onze samenleving nu eens afspreken dat we het prima vinden als een man liever in vrouwenkleding gaat of dat een meisje zich stoer wil kleden? Wat is dan nog het probleem?
Er lopen ook mensen rond vol tatoeages, met ringen door hun neus en weet ik wat niet al, met vreemde kapsels, in djellaba’ s of keurig in pak. Als dat allemaal kan, als we zoveel individuele voorkeuren mogen tonen dan moeten we toch niet in mensen gaan snijden?
Er zijn mannen met een hogere stem dan de vrouwen die zich in een man hebben laten veranderen. Er zijn vrouwen die minder op een barbiepop lijken dan de mannen die zich in een vrouw hebben laten veranderen

Het is mij opgevallen dat veel mensen na geslachtsverandering, misschien vooral de mannen die vrouw werden wel erg obsessief met uiterlijk en manier van bewegen bezig zijn. Ze zijn geen vrouw geworden maar een overdreven vrouwelijke vrouw. Zij zelf blijven zich lijkt het mij, voortdurend bewust van hun  verandering en willen blijven bewijzen dat ze nu wel goed zijn zoals ze zijn.
Wat ik echt kwalijk vind is, dat er dus gesneden moet worden in een gezond lichaam om iemand zichzelf te “ maken” en dat dat lichaam eigenlijk chronisch ziek wordt want zonder hormonen/ medicijnen houden de veranderingen geen stand en gaat veel van het behaalde resultaat verloren.

Kunnen we niet gewoon leren accepteren dat er veel verschillen zijn zonder operatief ingrijpen. Die verschillen heeft de mensheid denk ik nodig. We zijn groepsdieren, als we allemaal hetzelfde zouden zijn zou de hele samenleving niet functioneren.


Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

een volle week is dat emancipatie?

zijn wij op aarde om de economie te laten groeien? Is fulltime werken de basis van vrouwenemancipatie?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

solidariteit is de basis van een SAMENLEVING

Het IK-centraal-denken viert hoogtij in onze samenleving. Het recht van de individu lijkt ons in narcistische en egocentrische wezens te veranderen. Het brengt ook de verzekeringen, de basis voor een zorgzame empathische samenleving in gevaar

Hoeveel idioten zijn er niet die opgave doen bij hun verzekering over gestolen danwel verloren goederen na een vakantie, tegen hun vrienden zeggend: “Tja ik heb al zoveel jaren voor niets voor die polis betaald, ik wil er wel eens wat voor terug zien”
Als dàt je motivatie is om je te verzekeren dan kun je beter je geld ergens beleggen in plaats van de boel op te lichten.

Kijken we verder, dan belanden we onvermijdelijk bij de ziektekostenverzekeringen. Zelf zou ik er voor tekenen mijn hele leven wel voor polissen te betalen maar er nooit een beroep op hoeven doen. (Hoeveel mensen zou dat overkomen?)
Zelf was ik nooit ernstig ziek maar toen ik mijn eerste kind kreeg zou ik zonder ingrijpen zijn doodgebloed. Voor mijn beide kinderen heb ik ook veel hulp gehad van de ziektekostenverzekering en tandartsenverzekering. Toen ik ooit per ongeluk een afschrift van de zieknhuiskosten zag wist ik dat ik voor altijd bij de verzekeraars in het krijt stond en ik was nog lang niet klaar met leven.

Verbijsterend vind ik het daarom als ik van akties hoor die er op zinspelen dat je nog even iets moet doen om je verzekeraar armer te maken door nog snel even een bril of een hoorapparaat aan te schaffen

En aan de andere kant is het belachelijk dat mensen aangespoord worden om van verzekering te veranderen door argumenten als:

Hoe groot is nu helemaal de kans dat jíj een hartaanval krijgt, een leverziekte, longziekte, zwanger wordt? Je bent immers jong en gezond. Dan hoef je niet mee te verzekeren en dan ben je goedkoper uit tenzij…..
maar die kans is wel héél erg klein.


Daar gíng en gaat het nu juist om! De kosten te verdelen over het gehele leven en alle mensen.

waardoor we zeker weten dat alle mensen in Nederland op een goede zorg kunnen rekenen ongeacht hun inkomen. Als jij, jong mens, gezond mens, mens met een hoog inkomen vroeger of later in je leven onverwacht wel een gehandicapt kind krijgt, psychisch in de war raakt, je baan verliest, door scheiding in problemen komt, failliet gaat door speculeren, een verkeersongeluk krijgt of arbeidsongeschikt raakt door bijvoorbeeld een ski-ongeluk of simpelweg door een fysieke misstap of een complicatie van de griep of een tekenbeet, als je oude ouders of grootouders hulp nodig hebben die jij hen niet kan geven

dan zal je het fijn vinden als er goede zorg bestaat.

Dan kun je begrijpen dat het zot is om alleen zieke mensen te verzekeren. Dat laatste werkt gewoon niet!
Maar met een beetje hersens en sociaal gevoel kun je dat ook nu al!

Ja toch?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Leergang beschaafd autorijden, 30KM rijden in een zone 30

In het dorpje waar ik woon, zijn maar weinig straten. De hoofdstraat is een kleine weg die het dorpje en een aantal gehuchten aansluit op een provinciale of Rijksweg.
Op oude foto’s zie je nog goed dat het eigenlijk een weg is zoals bezongen door Wim Sonneveld Dit dorp, hij wist nog hoe het was :

een kar die ratelt op de keien

In het dorpje waar ik woon zijn maar weinig straten. De hoofdstraat is een kleine weg die het dorpje en een aantal gehuchten aansluit op provinciale ofwel Rijkswegen.
Op oude foto’s zie je nog goed dat het eigenlijk een weg is zoals bezongen door Wim Sonneveld in zijn prachtige lied “het dorp” hij wist nog hoe het was :

een zandweg tussen koren door
een kerk, een kar met paard,
het vee…. de boerderijen
een kroeg, een juffrouw op de fiets
een kar die ratelt op de keien
Het vee, de boerderijen

Het lijkt iets uit de vorige eeuw, dat is het ook. Maar de vorige eeuw is nog niet zo lang geleden. Zelf ben ik van 1956 en hoewel ik slechts 11 jaar na de bevrijding geboren ben als meisje leek mij de tweede Wereldoorlog een verhaal van heel lang geleden. De weg waaraan ik woon was tot ik kinderen kreeg nog steeds een onverharde landweg.

Het leven verandert, de wereld verandert. Veranderingen worden al snel vooruitgang genoemd daar is echter wel het een en ander tegen in te brengen. Niet elke verandering is een verbetering.
Wanneer het gaat om vrede die verstoord wordt door oorlog, dan is dat haast iedereen wel duidelijk. Maar ook veranderingen die niets met geweld hebben uit te staan kunnen negatieve ontwikkelingen zijn.
Het is van alle tijden dat er ook tegenbewegingen ontstaan…revoltes… evoluties, revoluties. Actie…reactie.
Het mooiste is het als een ommekeer tot stand komt zonder geweld, door voortschrijdend inzicht.

Sinds ik mij uit onvrede bezig houd met de verkeerssituatie in het dorpje waar ik woon heb ik zo vaak gehoord van mensen

Terug naar het verkeer in mijn straat. Er wordt te hard, veel te hard, gereden. Verkeersborden staan er als …..als wat eigenlijk? Deze borden laten vooral zien dat de gemiddelde Nederlander zijn eigen IK veel belangrijker vindt dan het algemeen welzijn en dat wetsovertreders in ons land weinig te vrezen hebben.
Nieuwe wegen worden aangelegd voor autoverkeer maar oude wegen…. tja die zijn veelal niet berekend op het huidige verkeer.
In kleine oude kernen is het schier onmogelijk de weg te verbreden hetzij er huizen worden afgebroken. De huizen werden in vroeger tijd dicht aan de weg gebouwd en de voertuigen gingen rustig en waren vooral ook veel kleiner en heel veel lichter.

Soms is kan een oudere weg worden aangepast.
In oude stadswijken en dorpskernen zijn parkeervakken aangelegd, stoepen versmald of gewoon weggehaald…..
De aanleg van parkeerplaatsen kreeg voorrang boven die van veilige speelpleinen voor kinderen. Er zijn immers automobilisten dan voetgangers toch? In de nieuwe situatie verdwenen voetgangers en spelende kinderen steeds meer uit het straatbeeld. Ze hadden er niets meer te zoeken, of eigenlijk: te vinden.

In gebieden waar veel voetgangers en fietsers en spelende kinderen over straat gaan moeten automobilisten zich altijd inhouden.
In de moderne stadsuitbreidingen in de nieuwbouw-slaapsteden bedacht de planologen woonerven waar gemotoriseerd verkeer zich mocht bewegen met een snelheid tussen stapvoets en 15 km per uur en voetgangers altijd voorrang genieten.
Snelheidsborden bestonden al lang maar om het aantal borden te beperken en vertrouwend op het gezond verstand van de Nederlandse burger kwamen er zone-30 borden. Deze borden geven aan dat je op de weg, evenals op alle zijstraten niet harder mag rijden dan 30 km per uur.

In de afgelopen jaren is her en der ook “auto te gast” ingevoerd. Op het plaveisel wordt duidelijk aangegeven dat de fietser de koning is van deze weg en niet de auto.

Ondanks alle regelgeving laat de praktijk zien, dat automobilisten vooral daar waar ze niet wonen, waar zij niet zelf jonge kinderen hebben of bejaarde ouders.. zich niet aan de snelheidsbeperkingen houden.

In Nederland is het zo te zien normaal geworden dat men zelf bepaalt of een wet geldt of niet.
We geven op de fiets en in de auto alleen richting aan, als we het zelf nodig achten,
we vinden het normaal om de rode verkeerslichten te negeren als we zelf menen dat we er nog wel door kunnen
of zelf niet zien waarom het licht rood is.
We vinden dat we op een 30 km weg harder mogen rijden als WIJ ZELF niemand zien
of niet meteen begrijpen waaróm we niet harder mogen rijden.
Alsof borden alleen bedoeld zijn om mensen te pesten.

Heden ten dage gaat het dus alleen maar om het Ik-gevoel. Verkeerswetgeving daarentegen, wetgeving in het algemeen, is gericht op WIJ-gevoel.
Je moet 30km/u rijden…. niet omdat JÍJ dan later aankomt maar omdat de mensen om jou heen (wij als maatschappij) gebaat zijn bij die lagere snelheid.
Wetgeving heeft te maken met solidariteit, met een SAMENleving,.

De afgelopen maanden hebben veel mensen zich in mijn straat geërgerd aan eigenzinnige snelheidsduivels. Er was veel overleg met de gemeente en andere organisaties zoals GGD en Veilig Verkeer Nederland. Er werden kleine initiatieven gestart;
er werd een snelheidsmeter geplaatst, iemand plaatste wat oproepen langs de kant van de weg om toch vooral zalf 30 te handhaven.

De reacties waren er van voorstanders en van tegenstanders. De laatste groep wil gewoon niet zien dat hard rijden gevaar met zich mee brengt dan wel geluidsoverlast.
Maar onder de voorstanders is een veel gehoord geluid dat het ook wel heel moeilijk is om niet harder te rijden dan 30 km.

Vraag:
Wat is daar zo moeilijk aan dan?
Antwoorden
:


+de mensen achter je vinden dat vaak niet leuk, dan lok je agressief rijgedrag uit
(inbrekers hebben ook een hekel aan beveiliging…. )
+ik wil wel zacht rijden maar ga dan toch te hard
daar is wat aan te doen:
+zet een snelheidsverklikker aan in je auto
+maak er een sport van
+bedenk hoe veel veiliger je bent
+zie jezelf als goed voorbeeld
+zie het als zelfbeheersing
+bedenk wat je fictief aan boetes uitspaart
+bedenk wat je zou willen als je eigen kleine kinderen er zouden lopen
+bedenk wat je zou willen als je zelf probeerde te slapen langs de route

Bedenk vooral dat je zelf in staat bent je snelheid te regelen in je voertuig.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

verhaal voor Sint en Kerst, troost voor zieke kinderen

Met een zucht legt Lizzie de telefoon neer

“Zo, lekker bijgepraat? Wie had je eigenlijk aan de lijn?”

“ O mama, dat was Wies! Er is van alles aan de hand op school. De meester was ziek deze week en toen kwam er een invaller. Die kon alleen ‘s morgens. Hadden ze ‘s middags vrij. Nou, die heeft er een gezellige boel van gemaakt. Eerst hadden ze hun totopoets voor niks geleerd want die wilde hij niet geven. En Henk had zijn spreekbeurt maar die mocht hij ook niet houden. Niemand mocht kletsen tijdens het eten en als je een minuut te laat binnenkwam dan moest je de tijd tienvoudig nablijven! Die vent is keistreng. Maar…. hij schijnt wel heel leuk muziekles te geven en dat doet meester Herman nou nooit.

Die invaller, Bert heet hij geloof ik, speelt gitaar in de klas. Hij speelt ook in een band en met de klas zingt hij dan popliedjes ook. Ze zingen wel 2 keer per dag, en niet alleen maar kerstliedjes.

Verdorie dat mis ik dus allemaal. Wat een pech.

Oja, en Wies die gaat op wintersport in de kerstvakantie en ik lig hier maar.”

Er gleed een verdrietige over het gezicht van Lizzies moeder. Ze stond bij het raam. Ze had uitzicht over de hele stad Amsterdam.

Het was december, de donkere dagen voor kerst. De zon was bijna onder en overal zag je lichtjes aan gaan.

Ze draaide haar hoofd naar Lizzie:
“Ach meisje van me, ik ben alleen maar zo blij dat je nog leeft na dat verschrikkelijke ongeluk. Jouw tijd komt nog wel. Aa alles komt een eind. We moeten geduld hebben. Volgend jaar is er weer een kerstvakantie”

“Ja mam, ik weet het wel maat ik wil gewoon zo graag naar huis. Het duurt al zo vreselijk lang”

Lizzie ligt nu al 8 weken in het ziekenhuis, en dat is niet niks. Er is nog geen kijk op dat ze naar huis kan. Ze fietste met een heel stel gezellig naar school toe daar opeens dat opgevoerde knetterbrommertje opdoemde. “Pas op!”had ze nog tegen haar kleine broertje geroepen. Hij was goddank nog net op tijd de stoep op gereden. Wat er verder gebeurde daarvan kom Lizzie zich niets meer herinneren.

Na een aantal weken was ze haar coma ontwaakt en lag ze tot haar verbazing in een ziekenhuisbed. Haar ouders waren duw weken dodelijk ongerust geweest en ook haar broertje Thijmen. Vader was drie weken niet naar zijn werk geweest, hij had kringen onder zijn ogen van slaapgebrek. Mama had elke dag naast haar geslapen in een opklapbed en Thijmen had bij opa en oma gelogeerd maar ook hij kwam elke dag.

Ze hadden haar geen minuut alleen gelaten. Altijd zat er iemand naast haar bed, ze praatten zachtjes alsof ze het kon horen. Papa en mama waren zo bang geweest dat ze dood zou gaan. En toen op een dag had Thijmen een sinterklaasliedje voor haar gezongen. Hoe het ook kwam maar ineens gingen haar ogen open. Er stonden meteen 3 dokters aan haar bed en twee verpleegkundigen.

Lizie had al snel ontdekt dat er iets mis was met haar benen. Ze kon ze niet bewegen en ze huilde van schrik terwijl Thijmen alleen maar blij was omdat ze nog leefde en weer kon praten.

In de tijd dat ze bewusteloos was waren er heel veel onderzoeken gedaan, Röntgenfoto, echo, MRI Petscan….. eigenlijk alles wat je maar kan.

Twee dagen nadat ze was bijgekomen kwam er een kinderarts haar kamer binnen. Ze pakte een stoel om alles rustig uit te leggen.

Nee, het was allemaal niet zo mooi maar het goede nieuws was toch wel dat ze beter kon worden.

“Ja Lizzie, het zal een lange weg zijn, maar we doen het samen. Je zal geduld moeten hebben, en net als wij. Maar er komt een dag dat je hier het ziekenhuis uit kan lopen! “

High five! Box!!!

Ja, geduld, pffff! Dat is niet wat je noemt een keuze.

Lizzie ligt nu niet meer alleen maar op een zaal. Moeder is naar huis vanavond. Er staan 6 bedden. Overmorgen is het kerstmis. De meeste bedden zijn leeg. Alleen de àllerernstigste gevallen zijn niet naar huis gestuurd. Slechts een ander bed is bezet gebleven, het bed van Ronnie. Ronnie heeft een zeldzame ziekte waardoor hij ook heel lang op bed moet blijven liggen. Er staan palen met veel slangetjes aan zijn bed. Hij moet net als Lizzie veen geduld hebben. Hij is gelukkig best aardig, Lizzie kan echt met hem lachen.

Lizzie keert zich naar hem om;

“Hé Ron, vier jij ook gezellig Kerstmis in het ziekenhuis?”

“Ja, dat stomme lijf van mij. Mijn abonnement op het ziekenhuis is nog niet afgelopen”

Nou dan zijn we hier samen. Blij dat ik tenminste niet helemaal alleen over ben. Met Sinterklaas had ik nog maar net mijn ogen open, dus dat feestje heb ik ook al gemist. Ik baal wel hoor.”

“Weet je, als we maar beter worden. Zal ik je eens iets geks vertellen?

Nou?

Ik heb zo ‘n zin in school”

Snap ik helemaal. Als je ziek bent snap je opeens hoe heerlijk het is om naar school te gaan. Beter dan altijd vrij.”

Zeg Liz, heb jij een verlanglijstje?”

Eh ja, maar er staat weinig op

Wat heb je bovenaan staan?

Lizzie gniffelt: een ritje met de arrenslee naar een kerstdiner met alles erop en eraan. En gezondheid natuurlijk.

En jij Ronnie? Verlanglijstje of doen jongens daar niet aan?

He bedoel je, doe je daar niet aan? Ken jij mensen die niets te wensen hebben?
Nou, je hoort tegenwoordig wel eens van mensen die denken dat ze alles al hebben.”

Ja, nou je het zegt. Ik heb ook van die klasgenoten die alleen maar geld vragen. En als je dan vraagt wat ze ermee gaan doen zeggen ze: “sparen”

Waarvoor? “Weet ik niet.”

Vind jij dat ook zo stom?

Nou ja, een beetje extra geld is natuurlijk nooit weg, maar het is niet bepaald origineel. Als je niet uitkijkt gaat het dan gewoon op aan een zak chips.

Hihi, ook een leuk cadeau, een zak chips!”

“Niet dus. Trouwens, als je in het ziekenhuis ligt heb je niks aan een volle spaarpot en chips …. zou ik wel trek in hebben maar mag ik voorlopig niet.”

“Goedenavond Dame en Heer. Kan ik u nog ergens mee van dienst zijn?” . Dat is Ellie, de oudste verpleegkundige. Ze heeft avonddienst vandaag. Ze mag dan niet meer zo jong zijn, je kunt wel enorm met haar lachen. Laatst nog hadden Jasper en Tom haar voor de grap natgespoten met oude gebruikte spuitjes die ze stiekem hadden opgespaard. Grote jongens al, van 16 en 17. Ellie was niet kwaad geworden maar ze had hen wel teruggepakt.

‘s Avonds had ze gezegd dat er een brandoefening was en dat daarom iedereen absoluut op zaal moest blijven. Alleen moesten Lizzie en Ronnie even mee om mee te werken aan een extra onderzoek van dokter Jaspers.
Toen ze van de zaal af warren draaide Ellie de zaal op slot. Jasper en voelden meteen nattigheid en dat was al gauw letterlijk.

De avondploeg rolde de brandslang uit en even later zwommen de jongens in hun bed.
Wie had nou ooit zoiets gedacht in een ziekenhuis.
Het leek wel een schoolkamp.

Zeg wat heerst hier voor een stemming? Het is bijna kerstmis…..gezellig toch?

Ja, heel gezellig maar dan wel thuis. We zijn op de verkeerde plek.
Hoezo? Waar zijn Jasper en Tom eigenlijk?
Weet je dat niet Ellie. Die mochten van dokter de Kraker opeens naar huis, bofkonten. Flauw hoor liggen wij hier met z’n tweeën te zielepieten.”

“Zielepieten??? zei je dat nou?” Moet jij eens opletten hoe gezellig kerstmis in het ziekenhuis gaat worden.”

Gezellig, een kamer met lege bedden.

Dat denk je maar, die bedden blijven niet leeg!
Ik zal jullie een geheimpje verklappen. Wij hebben hier in Amsterdam in december altijd heel speciale beddenvullers. Omdat er in Nederland steeds meer mensen zijn die een kerstman over de loer willen hebben heeft de kerstman net als Sinterklaas hulpjes in dienst. De kerstman heeft geen zwartepieten centrale. Tenminste dat denkt iedereen.”

Toe Ellie hou effe op ja! De kerstman bestaat helemaal niet en Sinterklaas volgens mij ook niet. We zijn wel ziek maar we geen kleuters meer.”

Nee, dat weet ik. Overmorgen zullen jullie het met me eens zijn. Dit wordt de mooiste kerstmis van jullie leven.

Kijk, hier heb ik een doos voor jou, en ook een voor jou Lizzie. Maak maar eens open.”

“Gaaf, kerstboomversiering. Maar wat moet ik ermee? Ik kan toch mijn bed niet uit om een boom te versieren”zegt Ron een beetje zielig.

“Hé!” schreeuwt Lizzie, Takken! Ellie volgens mij kan ik hier een kerstboom mee bouwen!”

“Ja dametje. Dat klusje zullen we mooi eens even samen klaren. We gaan het hier oergezellig maken. Dan weten je ouders en broers en zussen dat ze gerust een bezoekje kunnen overslaan vanwege het kerstdiner bij opa en oma.”

Oké, Maar wie zijn die gasten nou?

Dat mag ik niet verklappen. Maar jullie moeten wel meewerken en dan zie je het vanzelf. En…oja, jullie moeten wel een mooi verlanglijstje maken met maar één wens! Dat moet een absolute hartewens zijn.

Oke, we zijn er klaar voor. Wat moeten we anders, hè Ron?

Als de volgende middag het bezoek binnenkomt, zijn de oohs en aahs niet van de lucht. De ziekenzaal no 18 is omgetoverd onherkenbaar. Er staat een sprookjesachtige kerstboom die reikt tot aan het plafond met betoverende verlichting. Het lijkt een paleiskamer waar per ongeluk twee ziekbedden in geplaatst zijn. Keigezellig!

Onder de kerstboom liggen twee uitbundig versierde verlanglijstjes, de kinderen hebben in schoonschrift hun wens opgeschreven. Ron en Lizzie hebben er de vorige avond lang over gepraat en uiteindelijk besloten ze allebei dezelfde wens te schrijven.
Een rit in een bijzonder voertuig, limousine of zo naar een gezond en deftig haast koninklijk en vooral lekker kerstdiner met alles erop en eraan.

De bezoekers moeten lachen als ze het lijstje zien. Ze vinden het leuk maar ook een beetje meelijwekkend. Ze durven niet goed te praten over alle leuke dingen die zij zelf gaan doen met de kerst.

Lizzie en Ron zijn verrassend vrolijk. Ze benadrukken steeds weer dat zij zelfs ook iets heel leuks in het vooruitzicht hebben.

“Nee, we verwachten natuurlijk niet dat we echt precies krijgen wat we hebben opgeschreven maar. Pap, je hebt mij zelf altijd gezegd dat de voorpret van de vakantie het leukste is toch?”

“Ja meisje van me, antwoordt haar vader terwijl hij Lizzie liefdevol over haar krullen strijkt.

Bij het andere bes legt Ron uit aan zijn moeder dat hij haar op eerste kerstavond niet wil zien tijdens het bezoekuur. “Mam, je moet op kerstavond gewoon lekker naar de nachtdienst, kun je gelijk een kaarsje voor me opsteken. Je neemt Jeske en Marin en Papa natuurlijk mee. Dat vinden ze allemaal heel gezellig en jij ook. Volgend jaar ben ik er ook weer bij. Onder het zingen doe je maar een extra gebedje voor mij. Die lieve broer en zus van mij hebben je thuis al veel te vaak moeten missen door mij. Je bent vaker hier dan thuis. Daarna slaap je op kerstochtend lekker uit. Jeske en Marin dekken de tafel, laat je verrassen. En dan gaan jullie heerlijk brunchen Om 1 uur komen tante Geeske en oom Erik en tante Janneke komt met oom Ruud… die zorgen voor het avondeten. Ze nemen geen kinderen mee en ik heb hun laten beloven dat ze jou verbieden de afwas te doen, en papa ook trouwens.

Moeder kijkt hem verbaasd aan. “Hoe weet jij dat allemaal als ik vragen mag?”

“Doet er niet toe. Geloof me nou maar. Dat werkt beter dan anti-rimpelcrème. Nou goed lieverd, dan ga ik maar. Na 6 uur rijden de treinen al nauwelijks meer dus we moeten opschieten. Ik vind het maar niks om jou hier alleen achter te laten. Maar als ik jou daar nou werkelijk een plezier mee kan doen.

Ik ben niet alleen, er wordt goed voor mij gezorgd.

Ik vind het ontzettend flink van je.

Tot overmorgen dan maar. Dag lieverd.

Als het bezoek vertrokken is kunnen de twee tieners weer ongestoord met elkaar praten.

“Lizzie, vind jij dat ook zo erg?”

“Wat?”

Dat ze altijd medelijden met je hebben.

Ach, ik denk maar zo: ze bedelen het goed. Wat zou jij doen in hun plaats ? Eerlijk gezegd heb ik zelf een beetje medelijden met mijn ouders. Ik hoop echt dat ze een dagje kunnen uitrusten”

“Zit wat in ja. Als ik weer thuis ben zal ik echt proberen om wat minder te mopperen. Ze hebben eigenlijk wel gelijk als ze zeggen dat ik te vaak humeurig doe.”

“Zeg hoe laat is het eigenlijk? Kan jij de klok zien?”
“het is tien over negen; Bedtijd!!” klinkt het vanaf de gang.

“ he? Dat is niet de stem van Ellie. Ik herken de stem van zwarte Piet van tv, zeggen beide tieners in koor.

“Inderdaad, dat ben ik. Er verschijnt een veer door de deuropening, dan een paar zwarte handschoenen en vervolgens……Piet.

“Hé Piet, ben jij de nieuwe nachtzuster of zo?”

“ Zeker niet, Ik ben Piet en jij bent SSSSielepiet. Zo zit dat.”

Ron is met een ruk overeind gaan zitten. “Nee, zonder gekheid. Je bent een beetje laat, Sinterklaas is alweer naar Spanje. Het is de avond voor kerstmis.”

“Ha, ik ben wel zwart maar niet dom jochie. Heeft zuster Ellie jullie niet verteld dat de zwarte Pietencentrale afdeling Noord-Hollands hier vanavond vergadert en overnacht?”

De ogen van Ron en Lizzie beginnen te glimmen. Dus dàt is wat Ellie bedoelde met de bijzondere beddenvullers.

“Jij bent dus echt?”

“ja, jullie zijn toch ook echt?”

“Hèhè, ik bedoel je bent geen namaakpiet?”

“Nee, ik maak nooit iets na”

“Nou doe effe niet zo lollig. Je werkt dus echt bij Sinterklaas?”

“Nee, nou uhh ja, maarre…… nu ff niet!”

“Tjee, je bent wel modern!”

“Je had toch al weer terug ik Spanje moeten zijn?”

“Dat denken die Hollandse kindertjes nou altijd. Maar de Sint en de kerstman werken tegenwoordig samen. Dat wisten jullie vast niet. Als wij 5 december achter de rug hebben worden we uitgeleend aan de kerstman.”

“Om wàt te doen?”

“Nou die arme man kan natuurlijk niet alle cadeautjes in zijn eentje inpakken. En rendieren zijn er ook niet bepaald handig in.”

“ Ha, nee dat zie ik ook niet zitten!”

“Dus wij, zwarte Pieten, wij zijn vanavond eindelijk kaar met al die cadeautjes een vanavond gaan we vergaderen.”

“Vergaderen?, dat is toch niets voor Pieten?”

Hoe zo niet? Wat hebben jullie dan te vergaderen?”

“Wij bekijken met de hele afdeling wat er misgegaan is dit jaar, welke kinderen vervelend waren, wat er volgend jaar in het routeboek moet worden verbeterd enzovoort”

“en daarna eten jullie de restje op, de overgebleven marsepein, schuimpjes, banketstaaf en chocoladeletters.”

“Hou op zielepieten, jullie maken me misselijk.

Morgenavond hebben we een afsluitend diner en daarna eindelijk terug aar Spanje, naar de zon. Lekker tweee maanden vakantie. Heerlijk!”

“twee maanden maar?”

“Ja, wij Pieten, wij werken heel hard. De cadeautjes komen niet uit de hemel vallen. Ook niet in Spanje.

Maar uhh, jullie moeten vroeg gaan slapen! Morgen hebben we een verrassing voor jullie in petto.”

Dat zeggende verschenen er lichtjes in zijn ogen en trok hij een grimas van oor tot oor.

“We?”

“Jazeker, vanavond slapen er hier in dit ziekenhuis 453 Pieten en de helft daarvan is opgeleid tot verpleegkundige.”

“ Duhh!!! Dat meen je niet! Ronnie liet zich in zijn kussens terugvallen.
“Zo vroeg hoeven we nooit te slapen, zelfs niet in het ziekenhuis.”
“ Vanavond één keer gewoon doen wat ik vraag. Jullie mogen nog even zonder kletsen naar MTV kijken ofzo maar je moet snel je ogen dicht doen.”

Hij schoof de gordijnen rond de bedden dicht.

“Morgen moeten jullie goed zijn uitgeslapen.”

“Vooruit dan maar, als jij het zegt. Ik ga nog in wonderen geloven. Maar wat is er nou precies morgen?” probeerde Lizzie nog.

“Tja, een verrassing is iets wat je niet van te voren verklapt….dan is het namelijk geen verrassing meer . Capito???”

Het wordt stil in de zaal. Beide kinderen zitten met koptelefoon op tv te kijken. Een uur later sluipt Piet op zijn tenen de zaal binnen. Hij glimlacht vertederd als hij de kinderen met koptelefoon op in dromenland ziet. Heel voorzichtig schuift hij de koptelefoons af, knipt de tv uit , dekt de kinderen toe en fluistert : “Welterusten lieverds”

De lichten uit, de gordijnen worden opengeschoven. Hij loopt in het schemerdonker naar de boom en neemt de lijstjes mee.

“ Mooi geschreven” mompelt hij…. “Komt voor elkaar”

Nog even blijft hij staan bij het raam en staart dromerig naar de lichtjes van de grote stad daar beneden. Amsterdam, de stad op palen. Vanaf de achtste verdieping ziet de oude stad en alles er omheen er sprookjesachtig uit. Al die lichtje van huizen en kantoren, van bewegende auto’s treinen en bussen, van de vliegtuigen die overkomen en de havens in de verte. Het is net Madurodam.

“Maar het wordt nog mooier.” mompelt Piet in zichzelf “over een paar uurtjes.”

Als de kinderen in diepe slaap verzonken zijn is het in de gangen van het ziekenhuis een drukte van belang. De portier heeft een avond vrijaf gekregen en in zijn plaats staat er nu een lachende donkere portier met een rode kerstmuts op. Op zijn borstzak prijkt een badge: Piet 123, Portier. Op de kraag van zijn rode jasje met gele biesjes en gouden kwastjes aan de schouders zijn met gouddraad stafjes geborduurd.

Het rumoer verstomt als er een klein rondbuikig mannetje door de draaideur naar binnen gaat. “Joho joho, Goedenavond beste Pietermannen” groet hij met een Engels accent. “Is jullie ouwe baas er al, Klaas bedoel ik?”

“Nee, schudt de portier, “zijn paard had vermoeide hoeven en daarom reist hij vanavond per limousine. Het kan daarom nog even duren, want daarmee staat hij net als gewone Nederlanders dus in de file.”

Juist na die woorden stopte er een enorme prachtige donkerrode auto voor de ingang. De chauffeur haast zich om het portier van de passagier te openen en een grote man naar buiten te helpen, een man met een lange witte baard. “Jajaja, het is goed zo Piet. Ik ben nog niet zo oud dat ik ondersteuning behoef. En kijk eens wie we daar hebben. Je bent me dit jaar te snel af. het is altijd weer een verrassing wie van ons tweeën het eerste ter plaatse zal zijn. Nick ouwe jongen ik moet je even omhelzen. Je bent weer niet gegroeid haha!”

Nicolaas stapt kwiek op het kleine mannetje af en beide mannen omhelzen elkaar hartelijk en kloppen elkaar hard op de schouder.

Ik had je eerder verwacht, jouw taak zit er al een paar weken op toc? . Hoofdzaak is, we zijn er.
Luid pratend en erg vrolijk lopen ze dieper het ziekenhuis in “Hebben mijn Pieten je weer uit de brand geholpen?
He jij daar… Kerstpiet ….vertel eens vriend, in welke ruimte wordt er vergaderd vanavond?

Goedenavond Sint en Nick In de grote hal is alles in gereedheid gebracht. Er staat een torenhoge kerstboom. Het is een ruimte waar feesten worden georganiseerd als er weer eens een professor hier in het ziekenhuis 75 wordt.”

“wat zeg je? 75???/ Jajaja , een mijlpaal. Wanneer was dat ook al weer mijn 75ste verjaardag? Ach toen was ik nog jong.
Nick help me eens, hoe lang is dat geleden.

Nou neef, verjaardagen daar doe ik al lang niet meer aan….behalve die van jou dan haha. Maar de tel hou ik niet meer bij. Het gaat niet om leeftijd maar om kwaliteit van leven is mijn motto.

Zo!! dat hebben ze goed geregeld, vergaderruimte naast het restaurant.

In alle gangen klinkt het geluid van hemelse kerstbelletjes. In minder dan geen tijd zijn alle stoelen bezet door 453 Pieten in vol ornaat. Sinterklaas klimt op een verhoging. Hij neemt een slok water van het spreekgestoete , overziet even rustig de zaal en schraapt zijn keel:

“ Goeden avond alle pieten van Noord-Holland. Ik hoop dat deze vergadering net zo vlotjes verloopt als die van afdeling Zuid-Holland waar ik gisteren was. Dan kunnen we snel een begin maken met de voorbereidingen van het kerstdiner. We zijn hier weliswaar vlak naast de Arena van Ajax maar mijn motto is nog immer: geen woorden maar daden! Laat mij eerst even zeggen dat bijna alle hulpsinterklazen prachtig werk hebben geleverd. Jullie hadden ze goed uitgezocht.

Nick grijpt de microfoon. Klaas, laat mij tussendoor ook even wat zeggen. Ik heb niet zoveel woorden nodig als jij:
“Welkom jongens, Als alle voorgaande jaren: Mijn complimenten en dank aan jullie allemaal. Waar zou ik zijn zonder jullie?
Met oud en nieuw vieren we dat samen in Lapland, ik verwacht jullie daar allemaal.

Ga verder neef, sorry voor de onderbreking.”

“Um ja, Waar was ik gebleven? Ja! Volgend jaar hebben we 10 nieuwe klazen nodig. Als jullie namen hebben…graag doorgeven op mijn werkkamer vóór het nieuwe jaar.

Sinterklaas deelt wat onderscheidingen uit. Voor de Piet die de meeste pakjes bezorgd heeft ingepakt. Hij krijgt een medaille met een gouden zak erop. Een andere Piet krijgt een medaille omdat hij geen enkele vergissing heeft gemaakt, er is een Piet die de meeste trappen heeft gelopen en er is een poedelprijs voor een jonge Piet die teveel letters heeft gesnoept. Het is hem aan te zien….een buikje. Komend jaar draagt hij een jasje met de letters SNOEPPIET” En een van de Pieten ontvangt een gouden wekker….nooit te laat gekomen..

er klinkt veel applaus en er wordt veel gelachen. Dan, onverwacht zet de Pietenswingband O Denneboom in; de hele zaal valt in en als het uit is klinkt luid trompetgeschal gevolgd door een luid en spannend tromgeroffel. Tadadadaaaaaa!!!!! Sinterklaas wenkt de kerstpiet naar voren en neemt zelf plaats op de voorste rij in de zaal.

“Zo, zegt de Piet. “Dan zal ik het Sinterklaasjaar bij deze afsluiten door te onthullen wat we dit jaar doen voor de kerst voor de kinderen die door ongelukkige omstandigheden dit jaar niet samen met papa en mama bij de kerstboom zitten. Gisteravond heb ik hier in het zieken huis de laatste twee verlanglijstjes opgehaald. Ze hebben heel toevallig , hij knipoogt en trekt een gekke bek,

dezelfde droomwens opgeschreven:

Een gezellig maar deftig en gezond echt kerstdiner waarbij ze even vergeten kunnen dat ze ziek zijn.

Sint en Nick, Piet kijkt de beide goede gevers strak in het gelaat terwijl hij verder spreekt:
Mag ik u beiden vragen om uw bovennatuurlijke krachten deze kerst in te zetten voor het vervullen van deze wens?’

Sinterklaas staat op. Tegelijkertijd staat ook de kerstman op. Hij klimt bovenop zijn stoel om niet onder te doen voor de bisschop. “Piet, ik vind dit een prachtig plan, we gaan ervoor !” klinkt er als in koor. “Wij zullen onze eendaagse toverkracht dit jaar gezamenlijk inzetten voor deze kinderen en alle andere zwaarzieke kinderen in de ziekenhuizen van Amsterdam.

Over een uur staan we op het dak van het AMC, Als we de staf en de gouden bel in de lucht houden boven ons hoofd zullen de al deze kinderen 24 uur niet door ziekte geplaagd worden jullie kunnen hun allemaal per arrenslee door het luchtruim naar de juiste bestemming vervoeren.

Die arrensleden staan geparkeerd in de ambulanceruimten. Ze zijn uiteraard gemotoriseerd en er zitten ook wieltjes onder. Goddank heb ik jullie allemaal een verplicht koetsiersdiploma laten halen op de pietenopleiding. Scholing …..altijd goed voor je toekomst.’

De kerstman neemt de microfoon en het woord over:

“Ik heb voor deze gelegenheid 100 kerstmangewaden onder de boom liggen. En verder is het de bedoeling dat alle kinderen zodra ze wakker worden het pakje openmaken dat naast of op hun bed ligt. Ze vinden daarin een smoking of avondjurk, en een heerlijke warme winterjas met een flinke bontrand eraan. Ja, nep natuurlijk. Plus …. een witte wollen deken met een afbeelding van mijn bekende rendier: Rudolf. Je kent ‘m wel….met die rode neus . Vervoer: twee kinderen per slede. Denk erom, ook al zijn ze deze dag gezond, pak hen goed in.

Er is een kwartier tijd voor een leuke rondvlucht boven de stad. Pas op met landen, het zal glad zijn want ik zet de sneeuwmachine aan.”

“O, ja jongens,” Sint weer aan het woord. Het eindpunt is dus onze lege pakjesboot 12 die in de oude haven ligt. Taakverdeling is als volgt. Alle Pieten met blauwe veren moeten tafel dekken, Pieten met gele veren zorgen voor de kerstversiering. Vergeet de echte kaarsjes niet! De witgevederden bekommeren zich om het voorgerecht, paars gevederden verzorgen het hoofdgerecht, en oranje maakt het dessert.

Weet iedereen nu wat hem te doen staat?

“Nee oom Nick en Nicolaas” de dirigent van de Pietenswingband staat er een beetje beteuterd bij. “Wat mogen wij doen?”

“Jullie? Roept de kerstman snel. Nogal wiedes, jullie gaan kerstliedjes spelen natuurlijk! Daar zijn jullie muzikanten voor!

En jongens….het spreekt voor zichzelf maar Pietenpakken in de kast. Nette pakken aan voor het diner vergeet de stropdas niet. Jullie moeten er onberispelijk uitzien. Ingerukt mars!”

Vanuit het orkest klinkt een gongslag. Alle Pieten stuiven weg. Vijf minuten later staan er alleen nog tweee oude mannen met elkaar te praten.

Tegen 6 uur in de ochtend dwarrelen de eerste sneeuwvlokjes naar beneden. Het sprookje is begonnen. Een half uur later doet Ron zijn ogen open. Hij staart verwonderd naar de witte watjes die in het donker naar beneden dwarrelen. Een witte kerst!

Dat moet Lizzie ook zien. Hij draait zich om.

Wat goed dat iemand de bedgordijnen al heeft opengeschoven. Zodra hij zich beweegt hoort hij Lizzie fluisteren: “Hé Ron, ben je wakker? ¨

“Ja, jij dus ook. Het sneeuwt!”

“Dus ik droom niet? Het is echte sneeuw? Mooi hè? Wel jammer dat we niet kunnen sleetje rijden.

Maar, vandaag is de verrassingsdag. Ik ben zo benieuwd. En….ik voel me zo goed vanmorgen. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ik nog ziek ben.

“Nou je het zegt. Dat heb ik ook. Alsof ons verlanglijstje in vervulling is gegaan. Kan niet natuurlijk, maar het voelt goed. Zullen we bellen?

Het is al haast 7 uur en toch nog heel rustig op de afdeling.

Bellen is eigenlijk een raar woord want je hoort niets. Ergens gaat een lampje branden. Ze drukken beiden op het rode knopje en in een mum van tijd staat daar:

Hun mond valt open van verbazing Piet!!!! maar dan anders. Hij is gekleed in een dennegroene broek een cremekleurig overhemd met een rode stropdas met kleine gouden sterretjes en daaroverheen een groen fluwelen colbert.

“WAAAUUUWWW!!!!”

“ Verrassing hè?”, grijnst Piet.

“Jé, ben je nu nog wel Piet?”

“Jij bent toch ook Ron en jij blijft Lizzie als je een ander pakkie aantrekt?

Dat moeten jullie trouwens ook doen. Loop es gauw naar de kerstboom. Daar ligt een pakketje voor jullie.”

“Jammerrrrrr!!!!!. Wij kunnen ons bed niet uit remember?”

“Vandaag wel. 24 uur zullen jullie je gezond voelen, en je gaat ervan genieten.
Zeg maar, hoe voelen jullie je?

“Goed”

“Nou dan, opschieten en doen wat ik zeg.”

De twee springen hun bed uiten onder de kerstboom scheuren ze ongeduldig het papier van de pakjes af.

“Kijk nou toch!”

“Wassen en aankleden,”commandeert Piet. “Over een half haal ik jullie op wat we moeten vertrekken voor de zon op is.”

25 minuten later staan Lizzie en Ron in hun nieuwe outfit bij de deur. Ze lijken zo haast broer en zus.

“Warm zo hè? Denk je dat we echt naar buiten gaan?

Is dit een droom misschien?”

Piet komt aangebeend en monstert hen goedkeurend. “Jullie zien er prima uit zo. Loop maar met me mee. We gaan een ritje maken.”

In de lift naar beneden zien ze dat ze niet de enigen zijn. Er lopen nog meer kerstpieten. Allemaal hebben die 2 kinderen bij zich. Alle kinderen zijn zo prachtig aangekleed en allemaal kijken ze even blij en verbaasd. Ze dalen af naar de onderste verdieping en volgen de bordjes AMBULANCE vervoer. Geen auto te bekennen maar wel 11 arrensleden met, jawel, rendieren ervoor.

“nee, geen tijd om te aaien, instappen. Het is de hoogste tijd om te vertrekken. Knopen dicht, das om, muts over de oren en deken over je schoot want buiten is het echt koud.”

Elf Pieten klimmen op een bok. De zwepen knallen door de lucht en de sleden bewegen zich op de kleine wieltjes naar e uitgang. Kleine belletjes aan de teugels geven een nog betoverender sfeer. En alsof afgesproken beginnen de kinderen te zingen: Jingle bells jing…. Het is feest.

Buiten voor het ziekenhuis is de wereld wit, kerstwereld. De sleden glijden in optocht over de toegangsweg en dan laat de voorste koetsier zijn zweep weer drie keer luid knallen en beginnen alle sleden langzaam te stijgen. De ochtend gloort en de tocht gaat verder hoog boven de stad. Het voelt koud maar het is zo prachtig. Wat is Amsterdam mooi.

“Ik wou altijd een keer naar Disneyland, mijmert Liz. Maar mooier dan dit bestaat niet.” “ Liz, knijp een even in m’n arm. Au !!! zo hard hoeft ook weer niet. Het is dus echt? Hé, kijk daar, nog een ziekenhuis. Het Onze lieve Vrouwe ziekenhuis.”

“te gek!, daar komt ook zo’n optocht van de grond. Ze sluiten bij ons aan.

De tocht gaat verder, geen enkel Amsterdams ziekenhuis wordt overgeslagen en dan hangen ze boeven de haven. Er liggen veel mooi versierde schepen. Op sommige zie je een kerstboom in de mast.
“Liz kijk daar! Pakjesboot 12 Hij ligt er nog.”

“We dalen!” roepen alle kinderen opgewonden. Een minuut later staat de hele stoet langs de kade. De sneeuw ligt al 50 cm hoog. “Goedzo denkt Ron “Dan hebben pap en mam een extra reden om thuis te blijven”

De swingband staat te spelen op de kade als de kinderen ongelovig over de loopplank het schip betreden. Binnen worden ze ontvangen door Sinterklaas die vandaag een groen fluwelen pak aan heeft en een vrolijke rode kerstmuts met een belletje op zijn hoofd.

“Welkom, welkom allemaal. Jullie stoelen staan al klaar. Wat ben ik bij om jullie te zien. Hang je jas aan de kapstok en onthoud het nummer want al die jassen lijken op elkaar.”

Ze zijn met minstens honderd kinderen. Van binnen doet de pakjesboot niet aan een vrachtschip denken. Het lijkt een luxe cruiseschip, romantisch …..

Er staan prachtig gedekte tafels. Het water loopt de kinderen in de mond. Ieder zoekt zijn naambordje op de tafels.

“Zit iedereen?” Sinterklaas tikt tegen een glas. Op slag is het doodstil.
“Lieve kinderen, spreekt de groene Sint. Ik zeg het nog maar eens: vrolijk kerstfeest allemaal!”

“Vrolijk kerstfeest Sinterklaas” echoot het uit meer dan 100 monden.

“Vandaag maken we er een onvergetelijke dag van. Je zult dit avontuur moeilijk aan je vrienden en familie kunnen uitleggen maar… sluit vanavond vriendschap en je hebt elkaar later om na te genieten. Je krijgt van mij, van ons bedoel ik, een namenlijst en dan kun je lekker op MSN of whatts app of hoe het ook heten mag. Jullie zult wel honger hebben en je mag bijna op de heerlijkheden aanvallen maar eerst moeten jullie even je ouders bellen om de familie een vrolijk kerstfeest te wensen. Er ligt een mobieltje in je servet. Niet over mij praten. Zeg maar dat het vanochtend bijzonder mooi is in het ziekenhuis. Maak het kort en zeg “Tot vanavond”
Als jullie je kerstontbijt achter de kiezen hebben kun je door die deur daar en dan spelen we bingo.”

Er wordt zacht getelefoneerd. De kinderen smullen en kletsen en als ze hun buik vol hebben gaan ze richting Bingo. Hoe het kan begrijpt niemand maar echt, iedereen wint wat. Daarna is er een moppenuurtje gevolgd door een circusvoorstelling van de acrobatenpieten. En dan: Tijd voor DISCO.

Ze dansen zich helemaal suf. Tegen de klok van enen hebben de kinderen toch wel weer trek. Ze schuiven aan voor een meer dan overvloedig kerstdiner. Het geheel wordt afgesloten met een ijstaart die in brand staat.

Als Ron zijn laatste hapje ijs heeft uitgelepeld en een boer moet onderdrukken staat hij op en tikt tegen zijn glas zoals hij zijn vader dat wel eens heeft zien doen.

“Mag ik even de aandacht?”

Alle ogen richten zich op hem.

“Lieve Sinterklaas Ik wil u bedanken voor deze prachtige droom.”De hele zaal barst los in een oorverdovend applaus, alle kinderen roepen dank u wel dank u wel!

“Wat kunnen wij nu voor U doen?” gaat Ron verder.

Sint staat op. Het wordt stil.

“Er is weinig wat ik van jullie vraag maar toch ook weer heel veel” Allereerst mogen jullie niet vergeten om Nick de kerstman, te bedanken. Zonder zijn medewerking was dit allemaal nooit gelukt. Jullie weten, Kerstmis is het feest van de vrede.”

Iedereen knikt.

“ Ik hoop daarom dat ieder van jullie bereid is en blijft om in de rest van zijn of haar leven te vechten voor de vrede. Dat klinkt eigenlijk gek….vechten voor vrede. Laat ik liever zeggen: je inzetten voor de vrede. Het lijkt vaak onbegonnen werk, maar heus: Alle beetjes helpen. Door niets te doen wordt de wereld zeker niets beter.

Iedereen die mij dat wil beloven met de hand op het hart kan, vóór het instappen in de arreslee twee witte duiven ophalen bij de garderobe. Daarmee sluit je je aan bij de vredesbrigade van de witte duiven. Eén van die duiven leeft. Die laat je vrij zodra je buiten bent. Die andere lijkt net echt, die neem je mee naar het ziekenhuis en later naar huis. Die duif zal je herinneren aan je belofte. Volgend jaar zet je gewoon en zal deze dag een droom lijken. Deze droom was werkelijkheid en eenmalig.

Lieve kinderen,

– Sint ziet alle kinderen staan met een rechterhand op het hart-

ik reken op jullie, het is de hoogste tijd voor de terugreis. Mijn boot vertrekt over een uur richting Spanje. Dan moeten alle Pieten weer aan boord zijn. Ik wens jullie alvast een gelukkig en dus gezond nieuwjaar!

Op naar de jassen.

Opeens staan de Pieten weer naast de kinderen die ze hebben gebracht. Meer dan 100 duiven fladderen de lucht in. De zon is net onder de horizon verdwenen, de lucht is nog een beetje rood als de stoet van arrensleden de lucht in gaat. Boven elk ziekenhuis klinken kinderstemmen van vrienden die afscheid nemen: Doei!! Ik schrijf je ik bel je

het is half 6.

Liz en Ron liggen weer in hun bed op de ziekenzaal. Klokslag 6 uur verschijnt het vrolijke hoofd van zuster Ellie weer om de hoek van de deur.

“en ….?? fijne dag gehad?”

“Mmm mmm, knikken de kinderen glunderend.

“Ellie?”, vraagt Lizzie. “hebben we niet liggen dromen?”
“Kijk eens, wat staat er op het kastje naast je bed? Een vredesduif!”

“Ja, en die deken kun je toch ook niet gedroomd hebben. Trouwens mal om te denken dat wij exact hetzelfde zouden dromen.” valt Ron in. “Ellie, wat moeten we tegen onze ouders zeggen als die zometeen binnen komen?”

“Nou gewoon, de waarheid; dat je heerlijk hebt gegeten , dat er een bingo was, dat je de sneeuw zo mooi vond, dat je je in wil zetten voor de vrede dat je een onvergetelijke dag had die wel een droom leek.”

“Ja Ellie, je had dus gelijk. We hadden ons geen mooiere dag kunnen wensen.”

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

onze leefwereld redden?

Zoveel mensen zeggen zich zorgen te maken over de opwarming van de aarde. Als je je werkelijk zorgen maakt heb je er wat voor over de toestand te verbeteren.
Aangezien onze manier van leven de oorzaak is moet je daarin dus de verbetering en remedie zoeken. Dat voelt als een offer voor velen. Maar dat mag ook. Als een bekende zwemmer zich inzet voor het verrijken van een fonds dat kankerbestrijding wil financieren vindt bijna iedereen dat prachtig: het is een offer. Een offer? Maar we worden toch ook gelukkiger als we minder mensen aan kanker zien lijden?

De offers die wij met z’n allen moeten brengen zijn mijns inziens: Nadenken over vermindering van energiegebruik en niet alleen maar over het uitvinden van schoneren energie. Ja dat laatste moet ook! In de buurt van Amsterdam staan data centers die net zoveel energie gebruiken als nodig voor het draaien van 3 miljoen Nederlandse huishoudens. In de buurt van Groningen bouwt Google aan een soortgelijk opslagsysteem en er zijn er nog meer.

Waaraan besteden we samen zoveel veel energie?
Aan appjes, aan instagram, aan foto”s heen en weer sturen, aan films downloaden, aan voortdurend buienradar raadplegen en ga zo maar door.En niet te vergeten aan vliegvakanties.
Misschiein moeten we gewoon weer eens een boek lezen, naar de bioscoop, een dvd spelen of een cd spelen, of nog beter : zelf muziek maken
gewoon iemand normaal opbellen of bezoeken, een brief schrijven.
(een brief ontvangen vindt iedereen eigenlijk leuk)
Het hoeft niet verboden te worden, maar een stapje terug maakt het leven niet minder mooi, niet moeilijk en je wereld mooier en aangenamer.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

de medische wereld heeft een witte blik

Een groot artikel in de Volkskrant 15 september 2019. Is het verwijtbaar dat arsten uit een witte samenleving een witte blik ontwikkelden? Het lijkt me logisch. Intussen is dat allang aan het veranderen en buitendien heeft de witte medische wetenschap toch ook heel veel bijgedragen aan de ontwikkling van de medische wetenschap en gezondheidszorg in de derde wereld. Waarom moeten witte mensen zich tegenwoordig ons voortdurend schamen?
Ik voel mij niet verantwoordelijk voor mindere daden in het verleden uitgevoerd door de generatie nederlanders van honderden jaren geleden.
Ik leerde vroeger dat je de kinderen van NSB ers niet het wangedrag van hun ouders mocht aanrekenen. Een beschaafde samenleving leeft niet volgens wetten waarin daden gewroken worden tot in de zevende generatie. In culturen met eerwraak raakt men de tel onmiddellijk kwijt en blijft het eeuwig oorlog.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

de onheilspellende grafiek van Hannes Minkma

Interessant artikel in de Volkskrant over de besteding van het geld dat de overheid aan het onderwijs schenkt. Elke keer weer denken leraren dat het geld zal leiden tot een verbetering van hun salaris maar, nee….
En daarnaast worden de klassen voller, het takenpakket ook en gek genoeg de prestaties van de leerlingen lager.
Waar blijft dat geld? Dat wordt besteed aan onderwijsondersteunend personeel dat taken uitvoert die vroeger gewoon door de leraren werden uitgevoerd. Waarom is dat dat geen verlichting van het werk van de leraar vraag je je af? Omdat dat leidt ot heel veel extra overlegmomenten en gebrek aan overzicht. Het is net als in de verpleging: De patient wordt niet beter verzorgd door alle verschillende taken ook door verschillende mensen te laten uitvoeren: iemand die tanden komt poetsen, een ander die bloeddruk opneemt, een volgende die steunkousen aantrekt, iemand die het eten in de magnetron zet etc. Een persoon die al die zaken doet werkt met meer plezier en begrijpt ook meer van de toestand van de patient.
Verder werd duidelijk dat veel geld wordt vesteed aan de leermiddelen…..nieuwe boeken schoolmeubilair etc.
Is dat laatste misschien te veel? Als de prestaties omlaag gaan mag je je dat toch afvragen?

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

een warme, zeer warme maar ook hartverwarmende ochtendwandeling in het Mergelland

Warm, heet of hartverwarmend.

De hittegolf is vermoeiend nodigt niet uit tot uitslapen. Om 6 uur zet ik alle ramen en deuren open in een poging toch iets verkoeling in huis op te slaan. De kippen worden losgelaten.

De kersen zijn geplukt en een klein deel ervan is in mijn keuken veranderd in heerlijke jam en overheerlijk verfrissend kersensap volgens een persoonlijk nieuw en “geheim”recept.

De appels zijn gedund, net als de peren er hangen geen kersen meer in de bomen. Omdat de voorspellingen niet uitnodigend zijn om vandaag veel in de buitenlucht te ondernemen besluit ik de dag dan toch maar met een wandeling te beginnen in de ochtendkoelte van 28 graden. Alles is betrekkelijk ook warm en koud. Een beetje beweging is toch lekker. Mijn buurvrouw van 86 toonde zich gisteren niet onder de indruk van de warmte. Toen ik jong was en nog naar school ging hadden we ook een paar van die hete zomers. We hadden in die tijd geen drinken op school zoals tegenwoordig. Maar in die zomers stonden mochten we in rijen naar de kraan om water te drinken, ik herinner me vooral de dorst.
De warmte herinner ik me eigenlijk minder dan de dorst. Onze boerderij stond aan de rand van het bos en als ik naar school wandelde viel de warmte mij pas op als ik het dorp bereikte. Daar was het veel warmer.
Bomen, veel meer bomen moeten de mensen planten. Het is zonde dat er in de loop der tijden zoveel akties zijn geweest waardoor boeren werden aangemoedigd hun bomen te rooien. Al die hoogstamkersen die plaats moesten maken voor laagstam. Er zijn veel kale weiden achtergebleven en het vee heeft geen schuilplaats meer.

Het is dus nog vroeg als ik de voordeur achter mij dicht laat vallen.

De tuin staat er vrolijk bij. Vooral de hoge Teunisbloemen, de koningskaars, de lavendel en de gigantische venkel hebben hoogten bereikt als nooit tevoren, de hoge temperaturen zijn koren op hun molen lijkt het.

Ik loop de straat af zonder iemand tegen te komen. Het is stil. Op dit moment van de dag laten zelfs de vogels zich amper horen. In mijn dorpje staan de meeste tuinen er puik bij. Bij het kapelletje sla ik het steegje in waar de schilderachtige oude vakwerkboerderij gesierd is door bloeiende planten waarvan de stokrozen wel het meeste opvallen. Ook al weer van die bloemen die de hitte onaangedaan doorstaan. Op de driesprong sla ik het landweggetje in, weliswaar ligt er asfalt maar het blijft een landweggetje. De hagen aan weerskanten van de weg zijn niet zoals op veel andere plaatsen genadeloos geschoren. De twijgjes van dit jaar steken vrolijk naar alle kanten. De blaadjes zijn stoffig en ogen wat droog, maar alles is groen en vogeltjes duiken de struiken in en uit, hoeveel nestjes zitten er wel? Aan de rechterkant is de haag niet in de hoogte maar wel in de breedte geschoren; de haagwinde heeft dat moeten bezuren en de groene blaadjes zijn een dorre vracht geworden, de kleine sierlijke bloempjes zullen in deze haag niet veranderen in glanzende rode bessen deze herfst. Hoewel,… deze plant kennende is het best mogelijk dat de wortel van grond afaan begint. Sinds ik bij het wieden in mijn tuin ontdekte dat deze vaste planten indrukwekkend grote wortels hebben bekijk ik de plant anders. Ja in de tuin weleens lastig maar ook sierlijk en veerkrachtig. Iets verder passeer ik een haag prachtig versierd met gevlamde akkerwinde die zich bloeiend en wel door de takken heen heeft gevlochten. Een mensenhand had het niet mooier kunnen maken. In de oude hoogstamboomgaard erachter hebben wat jonge koeien, -pinken of vaarzen?- het geluk om later op de dag de schaduw te kunnen zoeken. Aan de rechterkant van de weg staat het hek naar een ander weiland open, er staat een grote container water, zonder twijfel neergezet om een andere kudde straks mee te verblijden.

We hebben nu waterleiding maar dit ziende realiseer ik me hoe moeilijk het leven voor koeienboeren geweest moet zijn vóór de wateraansluitingen. Het water op het plateau zit erg diep en slootjes zijn er eenmaal niet in dit polderloze deel van het land. Liggend op het gras, herkauwend in de schaduw van een haag kijken de koeien me nieuwsgierig na.

De laatste huizen van het dorp laat ik achter me als ik op het hoogste punt van de weg aankom. Wat een prachtig uitzicht, dat verveelt toch nooit. De gele akkers van gerst en zomertarwe, de groene akkers van de bieten afgewisseld door de plantages vol appels en peren. Ik hoop dat de zon nog een beetje genade zal tonen en de vruchten die al beginnen te dikken niet te veel zonnebrand bezorgt. De telers spuiten wel ter voorkoming van plagen maar zonnebrandcrème voor fruit, daarvan heb ik nog niet gehoord. Hoeveel Nederlanders die in een blozend appeltje bijten zouden zich realiseren hoeveel hard werk er aan de oogst van die mooie gezonde vruchten voorafgaat? In ben bang dat de meeste mensen denken dat een appel nu eenmaal aan een boom groeit en slechts geplukt hoeven te worden. Zouden ze bedenken dat er werkelijk het jaar rond aan gewerkt moet worden ook in de regen of de genadeloos brandende zon, zouden ze dan bereid zijn om zonder morren meer te betalen voor de vruchten?

Zowaar, tussen de lange rijen appelbomen zie ik een boer aan het werk. De wateropvang van het waterschap ligt er geel en droog bij. Is het water verderop weggestroomd of de bodem ingezakt? Beneden in het dalletje sla ik linksaf en kom bij een favoriet plekje: een paar gigantische groene wuivende wilgenbomen houden een kleine oude poel uit de zon. Deze ambachtelijke poel dateert van langer geleden. Om de bodem waterdicht te maken liet de boer zijn koeien veelvuldig over de lössgrond heen lopen, zo werd de bodem ondoordringbaar.

Het pad is smaller geworden en slechts verhard. In de bermen staan zoveel bloemen te bloeien, korenbloemen, grassen, klaprozen, boerenwormkruid, distels en wat niet al. Her en der hebben marters hun uitwerpselen slordig midden op het pad achtergelaten. Paarden hebben ook hun hoefsporen en meer nagelaten. De vogels die mij wekten vanmorgen hoor ik niet maar de kraaien en spechten laten nu van zich horen en kennelijk hebben de leeuweriken het in dit dal ook naar hun zin. Een tweede wateropvang loop ik voorbij, net zo droog als de eerste. Het pad verandert langzaam in een holle weg. De zon heeft minder vat op me, rechts zie ik braamstruiken. De aanblik belooft niet veel goeds, door de droogte zullen weinig vruchtjes zich tot sappige blauwe lekkernij kunnen ontwikkelen. Het kan verkeren. Steeds meer bomen, ik nader het bos. Aan het eind van de weg waar twee idyllische paardenweitjes liggen zie ik aan de overkant een verleidelijk bankje staan.

Nee, dan moet ik straks nog warmer teruglopen. Ik neem het volgende paadje en loop terug naar het dorp. Ik zie de huisjes al liggen als ik in de schaduw van het hoogopgeschoten maïs terugloop. Aan mijn westerhand heeft doet de blauw- en roze-gevlamde akkerwinde zijn naam eer aan. Her en der is het in de goudgele halmen van tarwe en rogge gekropen of ligt er als een tooi overheen.

Bijna thuis, twee van de oude boeren ( boeren is een manier van leven) laten net hun kudde de weg oversteken naar het weiland met de waterbak. Als ik vanuit het steegje mijn straat inloop zie ik de huiszwaluwen druk in de weer met insectenjacht. De mussen kwetteren aan alle kanten.
Tijd voor mijn ontbijt. Achter mijn voordeur voelt het voor even aangenaam koel.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen